fotografieElsZweerink
Interview gepubliceerd in Saar Magazine, november 2019. (download pdf)

Tekst: Els Quaegebeur
Foto's: Stef Nagel
Ze fietst met pannetjes nasi naar vriendinnen, slempt met onbekende vrouwen, flirt met mannen op de snelweg. Scenarioschrijver Maria Goos staat na haar scheiding weer stevig op de rails. “Ik moest wel. Het alternatief is een kutleven.”.

Maria Goos woont op de Haarlemmerdijk, de kern van een hecht buurtje in de Amsterdamse binnenstad, naast een kookboekenwinkel en boven een Turks reisbureau. Een paar deuren verderop zitten een dierenwinkel en een kleine art house-bioscoop. Amsterdam zoals de stad is bedoeld.
Als Maria de deur opendoet, kijkt ze meteen naar het witte papieren zakje in mijn hand. “Heb jij iets lekkers meegenomen?” Ja, dat heb ik, de lekkerste appeltaart die er is. Ze neemt het zakje over. “Dat komt goed uit want ik heb nog niets gegeten.”
Terwijl ze decafé koffie met melk maakt, kletsen we wat over de Marokkaanse winkelier op de hoek (“Hij is de Marokkaanse John Cleese. Moet je maar eens kijken, hij lijkt sprekend.”) en over vrouwen als het sociale cement van de samenleving. Dat brengt haar op haar vriendin Hedy d’Ancona. “Ik ben vijftien jaar geleden op straat op haar afgestapt om te zeggen dat ik haar zo leuk vond. We zijn een kopje koffie gaan drinken en sindsdien zijn we dikke vriendinnen. Ik ben gisteren nog met een pannetje nasi naar haar toe gefietst.”

Wat vind je zo leuk aan haar? ‘Zij kan verschrikkelijk goed een fijne vriendin zijn, met als gevolg dat ze op haar 82ste nog veel vriendinnen heeft. Ze is ook heel praktisch, veel meer dan ik. Daar hebben het we het vaak over. Ze zei een keer: ik vind jou soms zo naïef in het leven staan. Ik snap niet dat iemand die zo naïef is, zulke stukken kan schrijven.”

Naïef in welke zin? ‘Nou, ze bedoelt niet dat ik een soort kuiken ben, maar het grote verschil tussen ons is dat zij naar een situatie kan kijken met de gedachte: levert dit mij iets op? Helemaal niets. Heeft het dan zin er verdriet over te hebben? Nee. Ze bedoelt, denk ik, dat zij zich beter dan ik kan distantiëren van haar gevoelsleven.”

Ik denk dat de meeste mensen jou eerder zien als een wijze dan als een naïeve vrouw. Ze lacht (doet ze veel). “Gisteren had ik een gesprek met een grande dame uit het bedrijfsleven. Ze zei: ‘Maria, jij hebt een bepaalde wijsheid, zou je daarover willen vertellen op een bijeenkomst?’ Daar kan ik niet zoveel mee beginnen eigenlijk. Als ik al wijsheid heb opgelopen in dit leven, dan is het de vaststelling dat we maar wat aankloten met z’n allen.”
Ik wil zeggen dat ze het imago van ‘wijze vrouw’ te danken heeft aan alle geweldige toneelstukken en televisieseries die ze schreef waarin ze blijk geeft van diepzinnig, origineel en vaak oergeestig inzicht in mensen, maar ze is me voor. “Moet je luisteren, zei ik tegen haar: weet jij hoe hard ik heb moeten knokken om na de scheiding van Peter Blok, de vader van mijn twee dochters, niet de Madonna van de verlaten vrouw te worden? Kom in ons clubje meelijwekkende vrouwen. Rot op zeg. Ik wil niet die wijze, getekende vrouw zijn, als een soort merk. Kijk naar mijn verhalen, misschien haal je daar iets uit, maar that’s it.”
Ze neemt een hap appeltaart. “Lekker is dit, echt een goed ontbijt. Dank je wel.” Dan: “Weet je, toen ik op de top van mijn bekendheid zat, vond ik dat natuurlijk geweldig; je krijgt enorm veel erkenning, je verdient goed. Het gevaar is dat je, als je niet oppast, zelf gaat geloven dat je een ster bent, ook omdat iedereen zo aardig voor je is, met je meepraat en van alles en nog wat voor je wil doen. Dat is niet goed voor je en het is ook geen leuk gevoel; je krijgt een hoge adem van de hele tijd moeten tillen wat mensen in je zien en van je verwachten. Ik ben er lekker mee opgehouden.”

Hoe doe je dat, met zoiets ophouden? ‘Nou ja, niet door van de ene op andere dag een beslissing te nemen en daad bij woord te voegen. Er gebeurde, zoals altijd natuurlijk, dingen in mijn leven die de boel stilzetten. Kanker krijgen bijvoorbeeld, in 2007, middenin die succesvolle periode. Daardoor ging ik anders tegen mijn leven aankijken. Scheiden. Dat verandert ook je blik en je horizon. Maar ook gewoon door ouder te worden. Ik loop niet meer mee in de rat race, ik wil mezelf niet meer bewijzen. Pierre Bokma zei laatst tegen me: Marie, als we vanaf nu uitsluitend rotzooi maken, hebben we het nog heel goed gedaan. Dat wil niet zeggen dat ik geen ambities meer heb. Ik wil zo lang mogelijk blijven werken en mooie dingen maken. Daar geniet ik van, en van het samenwerken met mensen, maar het gaat me echt alleen nog om het maken, niet meer om de status.
Ik zag een interview met Maggi Hambling, een Britse schilderes van dik in de zeventig. Ze maakt prachtige grote schilderijen en woont op het platteland. Daar was ook het interview, zij shag roken, bodywarmer aan. Ze vroegen wat het mooiste advies is wat zij in haar leven heeft gekregen. Make your art your best friend, had een kunstenaar haar eens meegegeven. Zorg dat je kunst een vriend is waar je altijd naar terugwilt, ongeacht je stemming. Ik dacht: Jezus, wat is dat waar.”
Ze wijst naar een hoek in de kamer bij het raam waar een antiek bureau staat: haar werkplek. “Make your art your best friend. Die zin ga ik daar op de muur laten schilderen want ik ga niet zo best om met mijn best friend.”

Hoezo? Je werkt vol overgave, wat mag die goede vriend nog meer verwachten? ‘Jawel, maar ik heb er af en toe best onenigheid mee. Omdat ik een beetje bang ben. Dat is nooit anders geweest hoor. Ik schrijf nu 45 jaar en elke keer dat ik aan iets nieuws begin, is het als afspreken met een vriendin die je lang niet hebt gezien. De eerste ontmoeting is eng, aftastend: is het er nog?”

Is schrijven een toevlucht als je in je eigen leven iets moeilijks meemaakt? Dat het dan bijna makkelijker gaat? ‘Dat is bij mij wel zo, ja. Toen ik kanker had, zat ik met mijn kale kop gedisciplineerd deel drie en vier van de Familie Avenier te schrijven, omdat ik dacht: er is leven na dit ziek zijn. Wat ik nu maak, wordt straks gespeeld. Hier ga ik voor buigen op de première, en daar speelt kanker geen rol. Dat was echt van groot belang. Na de scheiding heb ik Volgens Jacqueline geschreven, dat was zo’n beetje levensreddend. Daarom moet ik me nu ook weer anders gaan verhouden tot mijn werk.”

Omdat dingen weer goed gaan? ‘Ja, best goed, en als dingen best goed gaan kost leven veel tijd. Sporten, de krant lezen, lunchen, boodschapjes doen, lekker koken, misschien zie je tussendoor een vriend of een vriendin of je gaat even naar de film, je doet de post, maakt je huis schoon, hup, dag voorbij. Hoe kunnen mensen daar nog veertig uur bij werken? Ik vind dat tegenwoordig een raadsel. Toen de kinderen op school zaten was het makkelijk. Zij naar school, ik beginnen. Nu is het: ik kan vanochtend sporten of straks, ik kan meteen gaan schrijven of vanmiddag. Gek word ik ervan. Doe het gewoon, zit niet de hele dag met jezelf te onderhandelen. Er zijn op een dag honderdduizend redenen te bedenken om niet te schrijven en maar één reden om het wel te doen, namelijk: je wordt weer gelukkig.”
Ze kijkt me nadenkend aan. “Die uitdrukking moet eigenlijk zijn: make your work your best friend, in plaats van your art, want ook als je verpleegster of advocate bent kan werk je levensreddende vriend zijn als je onderuit wordt gehaald.”

Ben jij altijd financieel onafhankelijk geweest? ‘Altijd. Ik heb geen seconde in mijn leven gedacht: ik wil graag een man die het geld verdient. Ik vind dat een gruwelijk idee. Hoe werkt zoiets dan, met zo’n man? Moet je vragen of je een nieuwe broek mag kopen? Of denk je soms: ik heb vanavond geen zin in seks maar ja, hij brengt wel het geld in huis dus ik maak zin. Het wordt toch een beetje boekhouden, lijkt mij.”
Ze staat op om meer koffie te halen. Vanuit haar kleine keukentje zegt ze: “Ik ben echt geland in dit huis. Dat is toch zo’n wonder. Ik heb lang geleden ook hier gewoond, op het hoekje, in een huis dat Peter en ik hadden gekraakt. De Haarlemmerdijk was toen nog een treurige poep-op-demuurtoestand en het huis was er niet veel beter aan toe. We begonnen met puin tot aan onze knieën door een muur die naar binnen was gevallen en we hadden geen gas dus het was steenkoud. In de Elfstedentochtwinter van ’85 konden we onze kleren ’s morgens niet aan want dan waren ze bevroren. Douchen deden we in theaters of bij vrienden want we hadden geen stromend water. Drie jaar hebben we zo geleefd, tot het pand werd gerenoveerd. God, wat was het prachtig. Nog steeds kan ik naar de verwarmingsknop kijken en denken: jezus, je draait eraan en het wordt warm, hoe is het mogelijk. Na de scheiding moest ik een huis hebben. Van alle plekken in de stad kon ik er eentje krijgen op de Haarlemmerdijk. Veertig vierkante meter precies hier aan de overkant. Zonder vaatwasser, wasmachine of droger. Ik deed de was in een teil in de douche en hing het aan een lijntje in de keuken. Ging allemaal goed. Het was een muizenhol en iedereen vond het gezellig. Toen ik daar vijf jaar geleden weg moest, kon ik dit huren. Elk jaar vroeg ik aan de huisbaas of ik het mocht kopen. Wilde hij nooit. Tot dit jaar. Dat is het wonder van 2019. Hij gunt het me. Geweldig. Precies op deze plek, waar ik altijd heimwee naar heb gehad.”

Geeft het ook rust? ‘Nou… ik zat ook graag op die pot met goud die ik overhield na de verkoop van het huis waarin ik met Peter en de kinderen woonde. Saar en Roos, mijn dochters, noemen me Dagobert Duck.”

Zit je graag op je geld omdat je vroeger thuis armoede hebt gekend? Je moeder was ook heel zuinig, las ik in je boek Smoeder. ‘Dat zal wel, al heb me nooit arm gevoeld, zoals mijn veel oudere broer en zus – ik was een nakomertje, mijn moeder was 44 toen ze me kreeg. Ik wist dat wij niet zoveel geld hadden als mijn vriendinnetjes uit de Saksen Weimarlaan, maar dat vond ik niet zo erg. Onze doodnormale straat, in Breda, lag tussen heel chic en straatarm. Ik ben opgegroeid met vriendinnetjes aan beide kanten, dat is belangrijk geweest in mijn leven. Ook voor mijn schrijven, bijvoorbeeld door te beseffen hoe belangrijk het is te weten uit welke klasse je komt. In Nederland doen we altijd net of klasse niet bestaat, klasse is taboe. Kleur en sekse doen ertoe, maar klasse? Daar praten wij niet over.”

Terwijl je bij elke ontmoeting meteen voelt of iemand uit jouw klasse komt of een andere. ‘Volgens mij is dat zo, ja. Ik voelde het in elk geval van kinds af aan. En dat het één niet beter is dan het andere, heb ik ook altijd duidelijk gevoeld. Dat vind ik ook zo naar in het theater van nu; we pretenderen dat klasse niet bestaat, maar de warmte, de solidariteit met de onderklasse ontbreekt daar volledig. Een tijdje terug zag ik Allemaal mensen, een voorstelling over de noodzaak om buiten onze kaders te treden. Het beperkte zich tot kleur en sekse, met veertien prachtige mensen tussen de twintig en de veertig op het toneel. Hoezo allemaal mensen? Waar is de marktvrouw met thuis vier kinderen, een Limburgse slager en iemand uit een volksbuurt in een invalidenkarretje? Ik heb een warm hart voor gewone mensen.”

Vind je dat niet verschrikkelijk klinken? ‘Helemaal niet. Ik kom uit een heel gewone klasse, en daar ben ik altijd trouw aan gebleven en ik heb er altijd van gehouden. Gewoon, pretentieloze mensen die niet enorme ambities hebben en dat ook wel weten van zichzelf, mensen die niet zeiken en er het beste van maken.” Ze grinnikt. “Het hele leven gaat een beetje over niet zeiken. Dat kon mijn moeder goed. Ik heb haar nooit horen klagen, laat staan zeiken.”

En jij? ‘Mens, ik kan zo zeiken, echt, ik kan me toch een potje zeiken.”

Waarover zeik je dan? ‘Nou, ik heb om te beginnen toch zeker een jaar of vijf over die scheiding zitten zeiken. Onvoorstelbaar dat nooit iemand heeft gezegd: hou eens op, zeg.”

Nooit? Ook Hedy D’Ancona niet? ‘Hedy wel. Haha.”

Jij kan waarschijnlijk zo mooi en geestig zeiken dat het lekker is om naar te luisteren. ‘Ik zal je iets geks vertellen. Het gaat over een hond. Nadat Peter mij de mededeling deed – ik houd al twee jaar niet genoeg van je en ik ben verliefd op Tjitske Reidinga – liep ik rond met het gevoel dat er een hond bovenop mijn nek lag, een kwade hond die elk moment een slagader kon doorbijten. Zo bedreigend voelde het leven. Sinds een tijdje visualiseer ik het verdriet van de scheiding, dat nooit helemaal weggaat, weer als een hond, maar nu is het een lieve, oude hond in een mandje. Hij is moe, hij wil slapen en ik moet hem niet de hele tijd brokjes geven want daar wordt hij onrustig van, dan gaat hij rondlopen, aan de deur krabbelen, piepen en tegen me op springen. Als er nu iets is wat het verdriet zou kunnen triggeren zie ik dat hondje voor me. Dan stel ik hem gerust: ga maar weer slapen, het is goed. Vreemd verhaal hè?”

Helemaal niet. Ik vind het een prachtige visualisatie van verwerking en van pijn die een plek heeft gekregen. Je staat weer op de rails, met alle ontreddering en trots die een mens heeft. Ze lacht. “Ik moest wel. Wat is het alternatief? Ja, een kutleven, dat is het alternatief. Ik heb mezelf weer uitgevonden na 33 jaar huwelijk: wie ben ik nou eigenlijk zonder die man? Dat is me inmiddels vrij duidelijk. En in dat proces heb ik ook kanten aan mezelf ontdekt die ik moeilijk vind. Ik ben wisselvallig, in stemmingen. Veel meer dan ik dacht, dat huwelijk lijnde de boel toch behoorlijk uit, geloof ik.”

Zit dat wispelturige in een dag, ’s morgens opstaan en denken: foute boel? ‘Meestal sta ik ermee op, ja. Op woensdagavond tegen Saar zeggen dat ik verliefd op het leven ben en vrijdag mijn ogen openen en denken: Jezus, ik vind er echt geen kut aan. Inmiddels weet ik: oké, niet erin hangen, ga iets doen. Sporten helpt. De straat op gaan helpt, vrienden zien, onbekende mensen zien, en ook weten: iedereen heeft krasjes, scheurtjes en deukjes. We kennen allemaal pijn en verdriet en we willen allemaal geborgenheid en liefde. Zo simpel is het.
Maar, als ik iets heb geleerd de afgelopen vijf, zes jaar is het dat je doordrongen moet blijven van de zekerheid dat je van maar één iemand zeker weet dat je er oud mee wordt, en dat ben jij. Met die jij moet je het weten te vinden.”

Heb je weleens een vriendje? ‘Niet echt. De lat ligt natuurlijk hoog. Peter Blok is een erg leuke man en ons huwelijk was lang heel goed. Maar ik spook natuurlijk wel wat uit nu en dan. Een keer hoorde ik een man op de radio die ik meteen zó leuk vond. Ik heb dezelfde dag nog een afspraak geforceerd die tot een korte relatie leidde. En zo zijn er nog wat niet overdreven noemenswaardige gebeurtenissen.”
Ze kijkt ineens verlegen. “Er zijn wel altijd mannen in mijn leven, ik houd van mannelijk gezelschap, ik heb veel goede vrienden. Gisteren zei ik tegen Hedy: als ik nooit meer een geliefde krijg, vind ik dat jammer, maar dat is dan zo. Ik mis seks, intimiteit en exclusieve geborgenheid, maar verder… Ik zoek geen man om oud mee te worden want ik ben al oud, kinderen heb ik ook al en mijn leven is vol en rijk zoals het is. Misschien moet ik denken: Er is meer dan dertig jaar intens van je gehouden door een man van wie jij intens hield. Count your blessings.”
Dan vertelt ze dat ze, naast het stuk voor Luca, met twee mannelijke theatermakers van in de veertig werkt aan een voorstelling over seks: Seksklimaat.

Wat is het huidige seksklimaat volgens jullie? ‘We zijn nog niet zo ver, maar ik durf vast te concluderen dat dertigers en veertigers in een relatie weinig seks hebben: druk, moe, tobberig, te veel Netflix en WhatsApp. Mijn generatie was en is veel actiever, heb ik het idee.
De gesprekken die we elke week bij mij thuis hebben bevestigen ook het cliché dat mannen er over het algemeen zo anders in staan dan wij. Daar moeten we ontzettend om lachen. Laatst vertelde ik ze dat ik twee jaar geleden een keer de snelweg opreed en daarbij recht in de ogen keek van een man terwijl ik net zat te denken: ik zou nu wel zin hebben in een potje seks. Die man zag dat meteen. Hij ging achter me rijden, zette zijn zonnebril op, ik ook zonnebril op, beetje lachen allebei. Op een gegeven moment moest ik tanken. Na het afrekenen draai ik me om, staat-ie voor me met een grote grijns, en een flesje water. Hij was een jaar of veertig denk ik, knap, pak aan, wit overhemd, vind ik toch al zo mooi. Ik een beetje lacherig terug naar de auto. Toen ik langs de parkeerplaats reed, stond hij daar weer, met een blik van: kom.”

Ieuw. ‘Ja, toch? Nog geen seconde dacht ik: gaan we doen. Daar konden die twee veertigers zich dus niets bij voorstellen. Waar ben je dan bang voor, vroegen ze. Ja, voor alles zo’n beetje. Dat hij zegt: ik heb altijd al eens seks willen hebben met iemand die op mijn moeder lijkt, of dat hij zegt: ‘pijpen bitch’, of zoiets verschrikkelijks. Ik kreeg het ze niet uitgelegd. Ze vonden mij zo’n slome doos. Maar ik voelde me de rest van die dag helemaal te gek. Dat was genoeg.”

Het had alleen maar lelijk en gênant kunnen worden. ‘Dat denk ik ook. Over opmerkelijke ontmoetingen gesproken, met een vriendin werk ik ook nog aan een film over de ontmoetingen die op je pad komen na een scheiding. Wat er dan allemaal gebeurt… Bijvoorbeeld hier voor de deur, een jaar na de scheiding. Ik parkeerde in, boem, tegen een auto aan, o, stukje naar voren, terug, weer tegen die auto aan. En ik was al chagrijnig. Ik stapte uit, achter het stuur van de auto een Surinaamse vrouw in een bewakingspak van de Etos, woedend. Ik snoof zo’n beetje van maakt mij het allemaal uit. Naar binnen. In het halletje dacht ik: wat doe ik? Terug naar buiten. Nog steeds woedend draaide die vrouw het raampje naar beneden. Ik: sorry, mijn man is net weg. Deur open, kom hier, wat erg, kreeg ik een enorme omhelzing. Geweldig was dat.”

Ben je niet bang dat je door een voorstelling te maken over dit soort gebeurtenissen alsnog de Madonna van de verlaten vrouw wordt? ‘Nee, want het gaat niet over de verwerking van een scheiding en hoe zwaar dat allemaal is, maar over de ontmoetingen die zich aandienen als je op jezelf bent teruggeworpen. Er belde een keer een onbekende vrouw aan: ik heb het ook meegemaakt. Kom je vanavond iets drinken? Haha, wie doet zoiets? Ik ga dan toch op zo’n uitnodiging in, uit nieuwsgierigheid waar ik terechtkom.”

En? ‘Ze woonde hier vlakbij. Toen ik aankwam, zat ze met twee vrienden aan de sterke drank en ze waren alle drie al behoorlijk in de olie. Uiteindelijk werd het een heel gezellige avond.”

En geweldig materiaal. ‘Dat is het hele leven uiteindelijk, geweldig materiaal. Ik moet je wel zeggen, ik snap steeds minder van de liefde. Kennelijk heb ik 33 jaar in een betrekkelijk veilige bubbel gezeten. Dat de liefde zo rafelig, onvoorstelbaar, grillig en meedogenloos is, had ik al die tijd niet zo in de gaten. Ik hoorde ook betrekkelijk weinig toen ik in dat huwelijk zat. Misschien dachten mensen: ach, die twee zijn zo gelukkig, laat ik dit of dat maar voor me houden. Nu, als alleenstaande vrouw, komt er een stortvloed aan waanzinnige verhalen naar me toe. Dat is fijn hoor, dat mensen zo openhartig zijn. Ik ben ook maar een parasiet, my best friend en ik moeten het hebben van wat anderen mij vertellen.”



MARIA GOOS (63) schreef de scenario’s van onder andere Pleidooi, Oud Geld, Cloaca, Familie, De geschiedenis van de familie Avenier, Smoeder, Volgens Robert. Momenteel werkt ze aan Uit het hoofd, een toneelstuk gebaseerd op het leven van en gespeeld door Loes Luca. Maria was jarenlang getrouwd met acteur Peter Blok met wie ze twee dochters heeft, Saar en Roos.