MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
Interview Oumi Parool 6 april 2011
6 april 2011 Het PAROOL

Marokkaans vervolg op de familie Avenier


door: Martin Hendriksma

Toen toneelschrijver Maria Goos hem in het slotdeel van De geschiedenis van de familie Avenier een foute Marokkaan wilde laten spelen, gaf Nasrdin Dchar zijn rol terug. Hij wilde zijn cultuur niet verloochenen. Dat dilemma is het uitgangspunt van Goos' nieuwe stuk Oumi.

Nasrdin Dchar (1978): "Als beginnend acteur was ik zomaar gecast voor het grote toneel. Stond ik op het podium met Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok in een nieuw stuk van één van de grootste Nederlandse toneelschrijvers: Maria Goos. Wauw! Maria had zich voor de gastarbeider Mohammed in De geschiedenis van de familie Avenier laten inspireren door het verhaal van mijn vader, die in de jaren zestig Marokko voor Brabant had verruild. Na de eerste twee delen was Mohammed, mijn rol, voor mij helemaal symbool voor mijn vader geworden. Toen kwam ze met deel drie. Ik dacht: wat krijgen we nou? Moet ik déze man ook spelen?"

Maria Goos (1956): "Na de eerste lezing herkende ik Nas niet meer. Hij zag zo bleek! Die totale paniek in zijn ogen. Zijn lichaam was één grote terugtrekkende beweging. Onder het schrijven had ik al rekening gehouden met zijn reactie. Maar ik kon het voor me zelf verantwoorden omdat er twee Marokkanen in voorkwamen: behalve Mohammed ook een zekere Abdel."

"Mohammed wordt door de veel bijdehantere Abdel op sleeptouw genomen. Zelf doet Mohammed amper iets fout. Nou ja, hij zet het geld van een dubieuze transactie op een rekening in Marokko. Dat kon ik me goed voorstellen. Hij had jaren tussen kartonnen dozen op zolder geleefd. Nu kwam er een bedragje vrij voor zijn oude dag. Kon hij naar zijn Marokko terug."

Dchar: "Toen ik het las, werd ik meteen bang voor de beeldvorming. In het toneel moet je niet werken met clichés. Maria rakelde in deel drie nog eens op wat in de media altijd maar weer over Marokkanen wordt geschreven. Dat ze niet deugen. Daar mocht ik niet aan meewerken."

Goos: "Was je bang dat iemand je ter verantwoording zou roepen?"

Dchar: "Niet zozeer ter verantwoording. Maar de mensen in de zaal zouden denken dat ik achter de strekking van het stuk stond. Dat ik het ermee eens was hoe Mohammed werd afgeschilderd. Dat wilde ik niet. Daarom heb ik jou en Jaap (Spijkers, regisseur) toen een brief geschreven waarin ik me terugtrok uit De familie Avenier."

Goos: "Meteen wist ik: daar moet ik als toneelschrijver iets mee doen. Dit was precies waarom ik ooit aan De familie Avenier was begonnen. Dat stuk gaat over de kloof die ontstaat tussen een Brabantse arbeidersfamilie en hun studerende kinderen die zich aan dat traditionele milieu ontworstelen. Hier zag ik een vergelijkbare strijd tussen de eerste en tweede generatie Marokkanen. Hoe het ook zou aflopen, er zat een veelzeggend nieuw toneelstuk in. Ik kon het niet laten passeren."

Dchar: "Om Oumi te kunnen schrijven, wilde Maria meer weten over mijn familie. Ze vroeg of ik mijn ouders kon interviewen. Dat was slikken. Het is niet iets wat je als Marokkaanse jongen dagelijks doet. Dat past niet bij onze cultuur. Vraag het tien Marokkaanse jongens en ik weet zeker dat negen hun moeder niet kennen. Ze hebben respect voor hun moeder, ze luisteren naar haar, maar kennen? Nee."

Goos: "Ik kwam erachter dat hij vrijwel niets van zijn vader of zijn moeder wist. Hoe kwam dat toch, vroeg ik me af. Verhalen vertellen is toch een typisch onderdeel van de Marokkaanse cultuur? Ja, maar dat zijn parabels, hoorde ik dan. Persoonlijke verhalen blijken helemaal niet gebruikelijk. Het individu is onbelangrijk, je bent onderdeel van een groter geheel: een cultuur, een geloofsgemeenschap."

Dchar: "Mijn zorg bleek overbodig. Mijn moeder vond dat interview fantastisch."

Goos: "Ja, omdat het voor je werk was, je carrière. Dat vindt zij heel belangrijk."

Dchar: "Niet alleen daarom. Ook omdat ze de grotere betekenis ervan zag. Ze zei letterlijk: 'Marokkaanse vrouwen van mijn leeftijd, mijn generatie, die hoor je in Nederland nooit. Dat ik die vrouwen nu via een toneelstuk een stem mag geven...' Ze voelde zich vereerd."

Goos: "De interviews met zijn ouders die Nas had uitgewerkt, waren elk wel veertig pagina's. En toch was het nog niet voldoende. Ik wilde meer van de familie weten. Dus vroeg ik of ik misschien een keer mee mocht naar hun familiehuis in Marokko, waar ze altijd de zomer doorbrachten."

Dchar: "Maria wilde eerst in een hotel slapen. Dat vonden mijn ouders beledigend, niet gastvrij. Natuurlijk moest ze bij ons logeren."

Goos: "Vanaf het eerste moment maakte ik volledig deel uit van de familie en werd ik door iedereen geaccepteerd. Ik had nooit het idee dat ik op visite was. Zijn moeder is maar iets ouder dan ik. We hebben allebei volwassen kinderen. Dat schiep een

band. Klaagde ze samenzweerderig tegen mij dat ze alweer in de keuken moest staan. Ze háátte die keuken. Kijk, dat huis hadden ze beetje bij beetje van al hun Nederlandse spaarcenten gebouwd. Het had een enorme opoffering gevergd. Altijd zuinig leven."

Dchar: "We moesten geld genoeg hebben om ons huis in Marokko af te bouwen. Om daar ooit met de hele familie, kinderen en kleinkinderen, naar terug te keren."

Goos: "Maar ik zag waartoe de opvoeding had geleid. Nas' moeder had bewust geprobeerd om haar kinderen met behoud van hun religie westers op te voeden. Zo van: pak de kansen die je krijgt. Dat hebben ze gedaan. Ze zijn maatschappelijk werkster geworden, accountmanager, acteur. Ze hebben hier in het Westen inmiddels allemaal hun eigen levens opgebouwd."

Goos: "In de eerste versie van Oumi was ik nog voorzichtig. Ik dacht: het is zíjn leven waarover ik schrijf. Mijn integriteit stond me flink in de weg. Pas in versie twee ben ik brutaler gaan associëren. Over twee dingen hadden Nas en ik een serieus meningsverschil. Hij vond het onacceptabel dat

zijn moeder in het stuk gebrekkig Nederlands sprak."

Dchar: "Ik herkende haar niet."

Goos: "Hij kent zijn moeder alleen als ze vloeiend Arabisch praat. Ik laat haar grammaticaal kloppend Nederlands praten, maar wel een specifieke, eigen taal. En we twistten over Nas' vriendin, met wie het was uitgegaan nadat hij de rol van Mohammed had teruggegeven. Ik wilde dat graag in Oumi gebruiken."

Dchar: "Maar ik zat toen nog midden in die relatiesores."

Goos: "Ik zei: 'Dan zet je je daar maar overheen.' Het is zó veelzeggend dat die affaire over je rol zelfs tot in je relatie doorettert."

Dchar: "Dat moest Maria dan maar

bepalen. Ik heb me sindsdien heilig voorgenomen dat het een monoloog is die ik als professioneel acteur speel, niet als Nasrdin. Natuurlijk, het gaat over mij, over mijn geschiedenis, mijn familie. Maar toch speel ik een personage, speel ik met de verwarring die hem treft en die hem daarmee model doet staan voor de tweede generatie Marokkanen."

"Ik voel me Nederlander. Maar waarom doet het me dan zo'n pijn als Rutte aankondigt dat hij Nederland gaat teruggeven aan de Nederlanders? Omdat ik weet dat hij mij dan niet bedoelt! Ik las ergens dat veel Marokkanen van de tweede generatie psychotisch worden. Dat is niet voor niets."

Goos: "Hebben je ouders het stuk al gelezen?"

Dchar: "Nee. Mijn zus wel. Over de eerste versie was ze kritisch, maar. na de tweede zeer ontroerd. Vooral over wat erin staat over mijn moeder. Ze komen zeker kijken, mijn ouders. Ze zijn heel nieuwsgierig."

Goos: "Je moeder heeft ervoor gezorgd dat je de rol in De familie Avenier uiteindelijk toch hebt geaccepteerd."

Dchar: "Ze zei: 'Nas, het gaat er niet om dat je een slechte Marokkaan speelt, maar dat er tussen al die Nederlandse acteurs ook een Marokkaan in de schouwburg staat.' En dat klopt: dat is uiteindelijk qua beeldvorming veel belangrijker."

Goos: "Nas' moeder was ook op de première van De familie Avenier. De enige vrouw met een hoofddoekje.

Op alle foto's die op het première-feest na afloop zijn gemaakt, lijkt ze het stralende middelpunt."

Dchar: "Mijn vader zat tijdens die voorstelling naast Wim Kok. Over hoe hij als Mohammed in het stuk werd afgeschilderd, heeft hij zich niet bekommerd. Dat hij als voormalige Marokkaanse gastarbeider zomaar naast de oud-premier van Nederland zat, daar is hij de rest van de avond niet meer overheen gekomen."

Oumi (mijn moeder).

→ Oumi