MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
Nasrdin Dhar en ik kennen elkaar van Avenier. Daarin speelde hij in deel 1 de opa en in deel 2, 3 en 4 de gastarbeider Mohammed.

Toen Nasrdin deel 3 had gelezen kwam hij in gewetensnood. Hij wilde geen Marokkaan spelen die er met het geld vandoor ging. Uiteindelijk heeft zijn zus het ervan overtuigd om het wel te doen.

Uit de mailwisseling die ontstond in de fase waarin Nasrdin overwoog om uit de productie te stappen kwam een beeld naar voren van een Nas die wij niet kenden; iemand die zich soms verscheurd voelt door twee loyaliteiten. Dat was iets wat ik me bij Nas nooit gerealiseerd had. Het is nooit voelbaar of zichtbaar geweest, maar het zat er wel.

Toen leerde ik zijn moeder kennen waarmee hij naar de voorstelling Smoeder kwam kijken. Daar hebben wij toen het idee opgevat om een voorstelling te maken over zijn moeder, zijn OUMI.

In de week van 10 mei 2010 zijn Nas en ik samen naar het Marokkaanse huis van zijn ouders gereisd in Oujda. Zijn ouders wonen, net als zijn zussen, in Nederland, maar waren in Marokko voor een familiefeest. Een week lang verbleef ik met Nas, zijn ouders, zijn zussen en zijn nichtje in hun Marokkaanse huis waar zijn ouders hun hele leven voor gespaard hebben.

Na een enerverende reis, vlucht gemist, vliegangsten en koffers kwijt, kwamen wij maandagnacht om half twee aan op het vliegveld van Oujda waar we opgehaald werden door de zus, de vader en de oom van Nas.

Vooral de grote openheid van de familie heeft indruk op mij gemaakt.Ik had geen idee wat ik kon verwachten. Het is nogal wat om een vreemde een week te laten logeren bij je familie in huis toch? Ik voelde me geheel vanzelfsprekend opgenomen in de familie, vanaf dag een. We hebben in het huis gefilmd. Wellicht dat we dat materiaal als achtergrond voor de voorstelling gebruiken.

We zijn teruggegaan naar Touasitte, een dorpje waar de vader en moeder van Nas geboren zijn. Ook daar hebben we gefilmd, maar het regende, het waaide en het was koud, dus dat filmpje is niet zo bruikbaar. Wellicht dat we nog eens teruggaan, nu ze ons kennen in Touasitte.

Ik had het stuk Oumi voor een groot gedeelte al voor de reis klaar, maar de reis heeft veel veranderd. Ik denk dat het niet alleen meer over het leven van Nas zijn moeder zal gaan, maar ook over Nasrdin zelf die probeert een leven te leiden waarin de twee loyaliteiten uit zijn leven, die aan de Marokkaanse cultuur en die aan de Nederlandse, elkaar niet in de weg zitten. En dat valt niet mee.
Bij de familie Dchar in Oujda.

Ik mocht mee naar een familiefeest. Op het einde werd er gezamenlijk gezongen. In het lied wordt Allah verzocht om van het gelach wat die avond geklonken heeft, nooit tranen te maken.