MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
Maria Goos ontmoet Tania Kross
Interview gepubliceerd in de NOUVEAU, 2017. (download pdf)


‘ik ben eerder bang iets niet te doen dan wel’

In haar serie ontmoetingen voor Nouveau sprak maria goos met zangeres Tania Kross. Over muziek, haar grote kracht en hoe zij haar echtgenoot ontmoette en binnen drie minuten wist: 'met hem ga ik trouwen'.


tekst: Maria Goos
fotografie: Carin Verbruggen


Ik heb mijn auto per ongeluk op het erf van de buren geparkeerd. Als Tania dat ziet, zegt ze: ‘Dat vinden ze niet leuk. Wil je die daar weghalen?’ En ze kijkt me aan op een manier waardoor ik begrijp dat er met deze dame niet te spotten valt. Als ik teruggerend ben, staat de koffie al klaar. ‘Wil je mijn tuin zien? Alles wat je daar ziet, heeft mijn man er met zijn eigen mannenklauwen ingezet.’ Het is een prachtige tuin met achterin een lange tafel onder een houten dak. ‘Een heel klein beetje Curaçao in mijn tuin, dat wilde ik graag.’

Je hebt pas opgetreden met een orkest van 250 kinderen, begeleid door een koor van 850 kinderen. ‘Ja, ik ben ambassadeur van het leerorkest. En de reden dat ik daar zo enthousiast over ben, is dat ik zelf een product ben van educatie. Ik had geen moeder die pianospeelde en geen vader die dwarsfluit speelde. En toch is het mij gelukt om vanaf een eilandje te komen waar ik nu ben.’

Maar het gaat je bij de ontwikkeling van muzikaliteit bij kinderen niet om de carrièrekansen die dat biedt, denk ik. ‘Absoluut niet. Daarom ben ik ook niet zo heel erg voor talentenjachten. Dat compe-titieve past niet zo goed bij muziek. Muziek verbindt. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, je moet allemaal even hard toeteren. Door het leerorkest komen professionele muzikanten binnen schooltijd met een instrument lesgeven. We hebben een enorm instrumentendepot van geschonken instrumenten die soms al heel lang op een zolder hebben gelegen. Kijk, soms vraagt een ouder na twee maanden: “Heeft mijn kind talent?” En dan krijg ik het een beetje benauwd. Want het gaat er niet om of je kind musicus wordt, maar dat het musiceert. Als je kind musiceert, dan krijg je een aantal zaken gratis mee; samenspelen, luisteren naar elkaar, respect voor je instrument, zorgen voor je instrument, breuken, lezen, schrijven, rekenen en je ontwikkelt een melodisch gevoel dat heel goed is voor je emotionele ontwikkeling; allemaal in een vak dat je kind graag doet! En nu komt er een leerorkest op Curaçao! Heb ik opgezet. Je moet geen vis geven, maar een hengel!’

Je komt van Curaçao, uit een acultureel milieu. ‘Ja, mijn ouders komen uit heel arme gezinnen. De ouders van mijn moeder Ligia waren immigranten uit Venezuela. Ze kwamen naar Curaçao om als gastarbeiders te werken voor Shell. Mijn moeder had geregeld honger en ze moest in fruitbomen klimmen om wat te eten te hebben. Mijn ene opa was kolenschepper. De vader van mijn vader was bij de marine. In de Tweede Wereldoorlog werd hij als drenkeling gevonden voor de kust van Curaçao. Hij lag weken in het ziekenhuis in Willemstad. Toen hij weer naar buiten mocht, zag hij mijn oma, achttien jaar en erg mooi en boem! Maar mijn opa is zeer jong overleden. Mijn vader, die eigenlijk wilde studeren, is op zijn negentiende gaan werken bij de raffinaderij als programmeur. Hij heeft alle kennis, van nul totdat hij een heavyweightprogrammeur was, zelf opgedaan. Mijn moeder was de dame die het geld telt in de kluizen van banken. Toen ik zes werd, werkte ze alleen nog maar in de ochtend. Ze wilde mijn broer en mij alle mogelijkheden bieden die zij niet had gehad. Het kostbaarste bezit van mijn moeder is heel lang een kaartje geweest waarop stond dat zij lid was van de bibliotheek.’

En daar is het begonnen? ‘Het is begonnen bij het gegeven dat wij een Shellgezin waren. Shell zorgde heel goed voor zijn, veelal Nederlandse, werknemers. Er was een aparte polikliniek. Ze hadden een eigen sportvereniging. Ik zat op tennis, zeilen, paardrijden, schilderen. We woonden in Julianadorp, het Shelldorp waar alle werknemers woonden.’

Waren jullie het enige gezin van het eiland tussen allemaal Nederlanders? ‘Er waren er wel meer, maar mijn vader had inmiddels een leidinggevende positie en dat is iets anders dan de arbeiders die in de kolen zaten. Mijn ouders kennen de kracht van educatie. Als mijn vader mij voor een proefwerk ging overhoren, trok hij het onderwerp altijd naar een breder verband; dingen opzoeken, verhalen vertellen, alles werd erbij gehaald. Mijn broer en ik zijn dus altijd geprikkeld om buiten de box te denken, om zelfstandig te denken.’

Een enorme sprong van het milieu van je grootouders naar het milieu waar jij in bent opgegroeid. Werd dat je toch ook een beetje kwalijk genomen? ‘Ik zat met de dochter van de directeur van Mercedes op ballet. Dus dat milieu kende ik heel goed. Maar mijn vader wilde dat ik naar een zwarte school zou gaan. “Daar lopen echte mensen rond,” zei hij. Die school stond in een arbeidersbuurt, maar had wel de meest gepassioneerde docenten.’

Wat een fantastische ouders heb jij gehad. ‘Ik weet het en ben er dankbaar voor. Ze hebben me geleerd dicht bij mezelf te blijven en datgene te gaan doen waar mijn talent ligt. En toen kwam het. Ik was zestien jaar en zei: “Ik wil operazangeres worden.”’

Niet uit het niets? ‘Ik zat in een bandje, bij het kerkkoor, bij een schoolkoor en bij een meidenkoor. Ik kan me herinneren dat toen ik twaalf, dertien was mensen vaak begonnen te huilen als ik zong. Dat vond ik zo gek. Maar nu gebeurde het weer bij De beste zangers waar ik aan meedeed. Op een dag heeft mijn moeder een videoband meegebracht, want inmiddels kon je bij de bieb ook videobanden lenen. En daarop zag ik Maria Ewing Carmen zingen op het operafestival in Glyndebourne, een topfestival waar ik vijftien jaar later zelf ook zou staan. Toen wist ik meteen: dit wil ik, dit is mijn muziek. Dus ik naar Nederland op mijn zeventiende, voor een auditie op het Utrechts conservatorium.’

Weg van je eiland, weg bij je familie. Niet getwijfeld? ‘Geen seconde getwijfeld. Ik ben eerder bang om iets niet te doen, dan om iets wel te doen. Ik heb wel mijn redenen om dingen niet te doen. Zo heb ik na De beste zangers heel mooie aanbiedingen gekregen, maar dat doe ik toch meestal niet. Ik heb drie kinderen en die gaan voor. De oudste is veertien, ze is de dochter van mijn man. Ze woont doordeweeks bij ons en dan hebben we nog Adam en David van zeven en vier. Ik heb met mijn gezin de afspraak gemaakt: ik werk niet meer dan vier avonden per week. Die helderheid geeft mij rust.’

Hoe ging die auditie op het conservatorium? ‘Ik zong vreselijk Italiaans, onverstaanbaar Duits en iets wat in de verte op Frans leek. Toen vroegen ze of ik ook iets in het Papiaments kon zingen. En dat kon ik; een gebedje. Daarna moest ik even de gang op en toen ik terugkwam, zeiden ze: “Je kunt niet zingen, maar je bent wel een zangeres. Je mag beginnen in het eerste jaar.” Ik werd geplaatst in een studentenhuis op een kamer van drie bij vier en het eerste wat ik deed was een slaapzak kopen en twee schildpadjes, want ik moest een reden hebben om naar die kamer terug te gaan. Ik moest mezelf ankeren.’

Je hebt een ongeremde energie en creativiteit, maar je kunt daarbij heel goed voor jezelf zorgen. ‘Ik ben bijzonder doelgericht en niet snel afgeleid. En ik weet goed wanneer ik iets moet beslissen. Toen ik in Glyndebourne had opgetreden, stond ik voor het doek te buigen. Ik was twee jaar gescheiden en er was een nieuwe liefde in mijn leven, Henkjan. Ik stond te buigen en ondertussen dacht ik: nu wil ik wel kinderen. Ik voelde het aan alles, ik wil moeder zijn. Op dat moment wist ik dat ik dat aandurfde. Ik was nog getrouwd en mijn man wilde heel erg graag op Curaçao blijven en ik wilde de wereld in, ik móést de wereld in, dat hoort bij dit vak. Ik leerde hem kennen toen ik negentien jaar was. We zijn na elf jaar uit elkaar gegaan, voordat er kinderen waren. Ik zei tegen hem: “Ik gun jou een gezin op het eiland.” En hij gunde mij een gezin in de wereld waar ik hoor. En we zijn nog steeds goed met elkaar.’

Hoe heb je het conservatorium beleefd? ‘Het ging heel snel heel goed. Dat kwam ook doordat ik het leuk vond om aan concoursen mee te doen. Niemand vond dat leuk, maar ik wel: nieuwe mensen, lekker zingen en ik won alles! Gewoon: hup ervaring opdoen! Leuk! Zo stond ik erin. Enzostaikernogin.’

Voelde je je thuis op het conservatorium? ‘Ja, het was een internationale samenstelling en ik heb er vrienden voor het leven gemaakt. In míjn Carmen nu, die ik samen met mijn man produceer, zitten veel studiegenoten uit die tijd. Kijk, ik kom niet van het “milieu”, dus ze vonden me misschien wel een beetje anders, een beetje raar, maar ik heb daar geen last van, toen niet en nooit niet, want: ik weet niet hoe het heurt! Dus dan kun je er ook niet van afwijken, dan kun je het ook niet fout doen. Soms zeggen mensen tegen me: “Goh, jij geneert je voor niks” en dat snap ik nog steeds niet. Ik denk nog steeds: wat heb ik dan gedaan wat gênant zou zijn? Geen idee.’

Wat zijn je favorieten om te zingen? ‘Om te zingen of om te beleven?’

Is dat iets anders ? ‘Zeker! Alles wat barok-muziek is, is met coloratuurwerk. Händel en Rossini, dat is mijn vocale vuurwerk. Hoge energie en patsboem, buigen, bloemen en naar huis, dat werk. Ik heb een bereik van drieënhalve octaaf, dus ik kan heel veel zingen. Maar waar ik het meeste aan beleef, is romantiek: Ravel, Du Parc, Gardiner, Fauré. Dat pathetische, dat lijden in mooie landschappen… heerlijk. Ik zing totaal verschillende stijlen en daar komt ook blues en jazz en pop bij. Voor mijn Carmen, de Carmen die ik nu speel, zijn er nieuwe arrangementen gemaakt op basis van flamenco.’

Is dat jouw idee? ‘Ja. Mijn doel is, om mensen die zeggen dat ze niet van klassieke muziek houden, ervan te overtuigen dat ze er wel van houden. Ze weten het alleen niet.’

Als ik weleens naar het concertgebouw ga, dan hoor ik vaak bij de jongsten. Is het niet wat stoffig daar? ‘Ja. En dat is iets wat ik heb uitgesproken. Ik heb vorig jaar gezegd: “Ik stop ermee, ik ga niet meer op het toneel staan bij de Nationale Opera. Waarom? Omdat ik dan niet in mijn kracht zit. Het gaat mij om de muziek en niet om het plaatje dat erbij verzonnen wordt en dat miljoenen kost en waar weer een zaal vol oude mensen naar zit te kijken. Dus nu heb ik mijn eigen productiebedrijf waar ik mijn eigen Carmens doe. Ik ben heel laagdrempelig met heel veel kwaliteit. Mijn publiek is heel gemêleerd, zowel van kleur als van leeftijd. Geweldig.’

Daarnet toen je man even langsliep zei je: ‘Dat is een leuk verhaal, hoe wij elkaar hebben leren kennen.’ Vertel. ‘Ja. Ik had net mijn eerste Edison gewonnen voor mijn eerste cd, zat bij Pauw & Witteman, heeft hij mijn management gebeld dat hij een interview met mij wilde. Dit speelt allemaal tien jaar geleden. Ik zei tegen mijn management: “Laat hem nu maar meteen bellen, ik zit in een taxi op weg naar Schiphol.” Mijn hoofd stond niet naar een interview. Ik zat nog in de afwikkeling van mijn scheiding. Het eerste wat hij vroeg was: “Ben je gelukkig?” “Wil je kinderen?” Ik zeg: “Wat zijn dit voor vragen, daar hoef ik helemaal geen antwoord op te geven.” Toen zei hij: “Je hebt me daarnet vijf minuten gegeven om dit gesprek voor te bereiden!” Toen moest ik zo lachen! Hij gaf tegengas! Later mailde hij of we een spaatje met elkaar konden drinken. Ik dacht: dit is een rare nerd met een vlotte babbel, ik hou het af. Ik zei: “Bel mijn management maar en ik drink trouwens muntthee met honing.” Nou, weken gingen voorbij. Toen mailde hij. “Het valt me zo tegen dat je geen antwoord geeft. Zeg gewoon dat je van me af wilt.” Dat vond ik toch een beetje naar, dus ik zei dat ik twee kaartjes voor hem neer zou leggen voor een concert. En dat heb ik niet gedaan, vergeten. Werd er na afloop op mijn kleedkamerdeur geklopt, stond daar een knappe man met een pot honing en een bos munt. Binnen drie minuten wist ik dat ik met hem zou gaan trouwen. En nu zijn Henkjan en ik tien jaar bij elkaar.’

Ben je ook weleens moe of ongelukkig? ‘Natuurlijk. Tijdens mijn tweede zwangerschap heb ik bekkeninstabiliteit gekregen. Dat was me een partij pijnlijk. Daar loop ik nog voor bij de fysiotherapeut. Ik kon niet liggen, niet staan, niet lopen. Ik kon alleen maar huilen, huilen, huilen. Dat heeft me er wel bewust van gemaakt dat ik moet zeggen: tot hier en niet verder. En dat doe ik dus. Ik onderneem me te pletter, maar ik treed níet meer op dan vier avonden per week. Níet meer !’





TANIA IN HET KORT
Tania Kross (Curaçao, 1976) was onder meer te zien in tv-programma De beste zangers, maar zij is ook producent van de opera Carmen. De mezzosopraan behaalde haar Bachelor’s en Master’s diploma aan het Utrechts Conservatorium – cum laude. Al tijdens haar opleiding won zij verschillende concoursen. Ze vulde de kleine zaal van het Concertgebouw, maar ook de grote concertzalen in Parijs, Salzburg, Wenen en New York (Carnegie Hall). Ze is internationaal een graag geziene Carmen en had daarnaast veel succes met vele andere operarollen. Tania zet zich in voor verschillende organisaties voor jeugden cultuureducatie. Deze maand start haar theatertour Carmen Revisited. www.krossover.nl