MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
Interview gepubliceerd in de NOUVEAU, 2017. (download pdf)


Ik heb de bodem geraakt, maar ben weer bovengekomen’

Wie haar ziet spelen, zou niet vermoeden dat Renée Fokker eigenlijk heel onzeker is. Sinds haar scheiding is de actrice vooral bezig met de balans opmaken: “Het bevalt me steeds beter dat ik meer mijn eigen baas ben...”


Tekst: Maria Goos
Foto's: Stef Nagel


De ogen van Renée Fokker. Ze zijn groen met kleine bruine vlekjes en ze zijn hypnotiserend mooi. En ze heeft die stem. Een hese stem, die lijkt op die van de net overleden Kitty Courbois. Ze zet koffie in haar riante huis in Amsterdam-Zuid. “Ik woon hier al 23 jaar. De woningbouwvereniging wilde ons er een paar jaar geleden allemaal uit hebben, maar ik ben een voormalig kraker. Ik heb me er voor het hele blok met succes tegen verzet. Ze hebben alle huizen gerenoveerd en de oorspronkelijke bewoners konden allemaal terugkomen, zonder een enorme huurverhoging.” Renée praat gemakkelijk, maar geeft bijna nooit antwoord op een vraag. Het meandert voortdurend ergens anders naar toe; alsof wat ze denkt haar overkomt. “Ik ben te veel bezig geweest met wat anderen van mij denken en vinden. En dat wil ik niet meer.”

Vertel eens. Hoe was je op de toneelschool? “Ik ging als een zonnetje door die opleiding heen. Maar ik was heel erg op mezelf. En behoorlijk verlegen. Ik vond die hele toneelschool doodeng. Ik ben een vrij onzeker mens. En wat doe je als je onzeker bent? Dan bescherm je jezelf. Dus dan hou je ook wel dingen af. Je doet jezelf eigenlijk altijd tekort. Als ze kwamen casten, ging ik liever achter een stoel zitten, omdat ik dacht: neem nou maar eens iemand anders. Maar dan namen ze toch weer mij. Ik had ook geen idee dat ik er best leuk uitzag. Ik kom uit een gezin waar het gaat om de binnenkant. ‘Je kiest iets in je leven waar je van houdt,’ zeiden mijn ouders. ‘Dan word je gelukkig.’

Hebben jouw ouders dat ook gedaan? “Ja. Allebei. Mijn vader was architect. En mijn moeder komt uit een creatief nest. Die had acht broers die allemaal kunstenaar waren, of pater. Van die drie paters zijn er twee uitgetreden om ook kunstenaar te worden.”

In zo'n milieu is het niet vreemd als je iets artistieks wilt gaan doen. Vanwaar dan toch die onzekerheid? “Ik denk dat dat met dat grote gezin te maken heeft. Acht kinderen. De eerste zes zijn in vier jaar tijd geboren, die waren allemaal heel dik met elkaar, toen vijf jaar niks, toen ik, toen zeven jaar niks en toen nog een meisje. Dus ik viel een beetje tussen wal en schip. Ik heb nooit gevoeld dat ik bij die bij die club van zes hoorde. En behoorlijke karakters ook allemaal, die zes.”

Hoe deden je ouders dat, twee banen en acht kinderen? “Die hadden het heel goed. We hebben twintig jaar Dinie in huis gehad, onze hulp. We hadden een heel groot, door mijn vader ontworpen, huis in Nijmegen met onderin een beatkelder. Huiskamerconcerten, een filmhuis… Er mocht veel, iedereen was welkom. Het was een droomjeugd, maar ja, die ouders hadden het wel heel druk. Ik had behoefte aan aandacht, die niet gegeven kon worden in zo’n groot gezin. Ik ben een gevoelig type. Er komt te veel binnen. Als het niet goed met iemand gaat, dan voel ik dat en dan heb ik daar last van. Dan wil ik het proberen op te lossen, weg met de spanningen. Ik ben toch altijd van het harmoniemodel.”

Je kunt toch niet een heel leven conflictloos leven? “Nee, dat is het 'm juist. Het rare is: ik kan ook wel confronterend zijn, maar alleen op momenten dat ik me veilig voel.”

Heb je er weleens over gedacht om te stoppen met spelen? “Nee. Waarom zou ik? Ik hou van mijn werk. Ik heb rond de geboorte van mijn zoon Daan, die is nu 24, negen maanden niet gewerkt en na de geboorte van Esah, mijn dochter, nu 19, stond ik na vijf weken alweer op het toneel. Ik nam haar en een au pair mee op tournee. Ik gaf haar borstvoeding in de pauze. Soms begonnen mijn borsten tijdens de voorstelling te lekken. Heel bizar. Ik was toen 35.”

Je hebt twee kinderen bij Tom Erisman, de cameraman. ”Ja.”

En Tom had drie kinderen uit een eerder huwelijk? “Ja. Tom was al vader op zijn 21ste.”

Je was 25 toen jullie iets kregen. Hoe deed je dat, met een man met drie kinderen? “Het was heel ingewikkeld. Tom en ik leerden elkaar in 1987 kennen bij de film Loos van Theo van Gogh. Tom woonde nog samen, ik ook. Ik wilde er in het begin ook niks mee te maken hebben: een man met drie kinderen, daar zit je als jong meisje niet op te wachten. Maar de liefde was zo sterk dat het alles overwon. En ik ben wel een beetje van: het loopt zoals het loopt, het is zoals het is. Eigenlijk heb ik nog nooit een jongen zonder geschiedenis gehad. Toen ik zestien was, had ik een vriend van 29 en die had ook al een kind.”

Kun je goed alleen zijn? “Ik moet zeggen: het bevalt me steeds beter dat ik nu meer mijn eigen baas ben en dat ik mijn eigen ding kan doen.”

Want? “Ik woon hier nu nog met Esah en die is bijna volwassen.”

Inmiddels ben je gescheiden van Tom en heb je een relatie met acteur Porgy Franssen. “Daar is al best veel over geschreven en dat is elke keer weer verschrikkelijk pijnlijk. Maar laat ik het zo zeggen: mijn scheiding was een heel andere dan die van jou. Tom woont hier om de hoek en we zien elkaar nog heel vaak. De band met mijn ex zou ik nooit definitief kunnen verbreken. En de relatie met Porgy is mij echt overkomen. Bijna dertig jaar lang heb ik een heel goed huwelijk gehad met Tom, maar blijkbaar stond ik toch open voor iets anders. En ik ben nog steeds, na vijf jaar, bezig om dat allemaal op een rijtje te zetten. Gemakkelijk is het niet. Ik doe nu veel dingen voor mezelf, om een beetje naar binnen te kijken. Heel leerzaam. Nu besef ik bijvoorbeeld dat ik behoorlijk geleefd ben. Ik was heel verlegen, maar ik merkte dat ik veel meer durfde als ik deed alsof ik iemand anders was. En dat iemand anders zijn, dat is een schild geworden. Daar wil ik nu vanaf. Ik heb nu een fase bereikt waarin ik steeds dichter bij mezelf kom. Wat heb ik mezelf al die tijd aangedaan, denk ik nu. Waar ik op dit moment sta en wat ik wil, dat weet ik nog niet precies, maar ik leer eindelijk wel om 'ns naar mezelf te luisteren.”

Hoe doe je dat dan? “O, ik onderneem van alles. Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met 365 dagen succesvol. Dat gaat over succesvol zijn voor jezelf. Je doet het een jaar lang, bij twee geweldige jongens die eens per maand een seminar geven. En dat is zo fantastisch. Je krijgt veel opdrachten, je leert heel goed naar jezelf te kijken. Ik wil eens gewoon nee kunnen zeggen, de baas over mijn eigen leven zijn. Dat ben ik nooit geweest. Ik ben heel lang een soort muisje geweest.”

Maar dat muisje heeft toch de stap naar het toneel genomen… “Ik wilde gezien worden! Ik werd ondergesneeuwd in dat gezin, dus ging ik op mijn zestiende al het huis uit. Ik zat op mijn twaalfde al aan de waterpijp met al die oudere broers en zussen die hippies waren. Toen ik zeventien was, heb ik na een heel zwaar auto-ongeluk een jaar in het ziekenhuis gelegen. Een tijdlang heb ik daar blind in bed gelegen.Als een zeventienjarige ging ik dat ziekenhuis in en ik voelde me tachtig toen ik eruit kwam. Er gingen mensen dood op mijn kamer, ik was de connectie met mijn leeftijdgenoten kwijt. Je krijgt een soort helderheid, luciditeit over de vergankelijkheid die je eigenlijk niet kunt verwerken op die leeftijd. Uiteindelijk groei je wel weer naar je leeftijd toe. Maar ik heb dat terugtrekken daar wel aan overgehouden.”

Maar zoals je in elkaar zit, dat heeft je toch ook veel opgeleverd? “Ik mis in mijn karakter soms de kracht om ergens voor te staan. Dat toneelspelen, dat doet op den duur iets raars met je. We gebruiken onze emoties, we kunnen heel gemakkelijk schakelen, dat hebben we geleerd en misschien heb ik dat wel te goed geleerd. Ik stop ook te veel gif in mijn hoofd. Daar wil ik ook vanaf.”

Roken? Drinken? “Nee! Gedachten. Gif! Dat je overal over nadenkt.”

Waarom noem je dat gif? “Ik bedoel: als ik jou bel om iets te gaan drinken en jij zegt dat je niet kunt. Dan denk ik: dat ligt aan mij. Ze mag me niet. Maar je kunt ook denken: ze heeft het druk, of ze heeft slecht geslapen. Ik denk vaak dat mensen slecht over me denken.”

Kun je dan wel tegen kritiek? “Zeker. Een voorbeeld; ik ging als een zonnetje door die toneelschooljaren heen en Marion Brandsma, die daar les gaf, dacht: ik ga jou eens aanpakken. Nou, dat heeft ze gedaan. Daar heb ik een week wakker van gelegen, maar van haar heb ik het meeste geleerd. En door een leven heen heeft een mens natuurlijk verschillende tegenslagen te verwerken. Als je dan de bodem raakt en weer bovenkomet, zie je dat je toch stappen hebt gezet.”

Zou jij jezelf als een tobber omschrijven?
“Ik kan enorm tobben, ja. Slechte slaper. Maar ik tob dan weer niet over mijn gezondheid, bijvoorbeeld.”

Over praktische dingen tob je niet? “Nee. Nooit. Alleen maar over interacties met mensen, gedoe. Gevoelens. Ik ben gewoon een gevoelstype.”

Maar dat zijn we toch allemaal? “Er bestaan ook mensen die heel praktisch zijn. Mijn beste vriendin, manager van een imperium, neemt niets persoonlijk. Als er tegen haar gezegd wordt dat ze hard is, dan denkt ze alleen maar: waarom zegt die persoon dat?”

En dat zou jij ook willen. “Ik zou God op mijn blote knieën… Dat zou ik fantastisch vinden, als ik dat zou kunnen.”

Je hebt onlangs anderhalf jaar in België gewoond, omdat je daar in twee series speelde. Hoe was dat? “Ik vond het wel prettig om even afstand te hebben en op mezelf te zijn. Maar ik reisde veel heen en weer hoor.”

Hoe vond je dat om zo lang in een hotel te wonen in je eentje? “Ik ben gek op hotels! Tijdens mijn huwelijk met Tom heb ik veel zonder hem, alleen met de kinderen, gereisd, omdat hij dan moest draaien. Vakanties naar Maleisië, Indonesië, Mexico, Thailand. Toen ze nog klein waren, deden we dat al. Ik ben wel een avonturierster, dat dan weer wel. En je ontmoet als vrouw met kinderen altijd andere mensen, andere gezinnen. We hebben oliesjeiks ontmoet, gingen ook met rare boten naar onbewoonde eilandjes. Dan zie ik geen beren op de weg. Dat getob gaat alleen over relationele toestanden met anderen.”

Heb jij een obsessie met jezelf? “Misschien. Maar wie niet? Iedereen heeft zo z’n dingen. Ik ben ook wel sociaal, hoor. Ik zorg goed voor mijn oude buurtjes, bijvoorbeeld. Maar als ik in de stresssituatie kom waar ik de laatste jaren in zit, dan ontstaat er een soort kortsluiting. Dan weet ik niet hoe ik daaruit moet komen. Welke stappen ik moet zetten.”

Dan heb je het over datgene waar je het niet over wilt hebben: je relatie met je man Tom en je vriend Porgy. “Eigenlijk wel, ja. Ik wil het goed en zuiver doen. Maar er valt nog het nodige te leren, als ik verder wil groeien. Dat zoek ik in krachten die ik mis; de moed om te leven. Ik ben vorig jaar in mijn eentje naar Santiago gegaan. Heb ik 850 kilometer gelopen. Uiteindelijk liep ik wel 34 kilometer op een dag. Geen blaar gehad, ook geen pijn gehad. Het was fantastisch, een van de mooiste dingen uit mijn leven. Ik kan het iedereen aanraden!”

Wat heeft het je gebracht? “Dat ik weet dat ik zelf de beslissingen over mijn leven kan nemen. Loop ik door of stop ik? Ga ik schuilen of niet? Zes weken lang. Ik ga nu misschien weer lopen, maar dat is een route langs de kust. Die is zelfs nog wat langer.”

Dus toen je terug was, kon je gemakkelijker zelfstandig beslissingen nemen? “Ik kom eindelijk wel toe aan de vraag: ‘Wat wil Renée?’ Dat geldt ook voor mijn vak: hoe ga ik daarmee verder? Ik heb nu voor het eerst een paar maanden vrij. Ik verveel me nooit, heb het altijd druk. Zo wil ik in elk geval nog mooie rollen spelen, ik wil de jonge generatie leren kennen. Dat lijkt me ook wel wat: dat 'oud' en nieuw zich meer mengt. Kom maar op met die jonge, enthousiaste regisseurs. Ik heb het leven van mijn oude buren twee jaar gevolgd. Dat zijn mensen tussen de tachtig en de honderd, die ongelooflijke verhalen hebben. Daaruit is een documentaire ontstaan; die wil ik ook afmaken.”

En verder? Ze staart met die groene ogen langs me heen en roert in haar koffie. Ze haalt haar schouders op. “Weet jij het?”





RENÉE IN HET KORT
Actrice Renée Fokker (Nijmegen, 1961) speelde in tal van tv-series, films en theaterproducties, o.a. met Toneelgroep Amsterdam. In 1996 kreeg ze voor haar rol in de film Blind Date van Theo van Gogh een Gouden Kalf. Recentelijk speelde Renée in series als Hart tegen Hard en Zwarte Tulp. In 2005 zette ze een onvergetelijke Agnes neer in Een gelukkige hand, over tekenaar/schrijver Peter van Straaten.