MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
Maria Goos ontmoet Liz Snoijink
Interview gepubliceerd in de NOUVEAU, 2017. (download pdf)


‘ik gun mezelf het beste’

De mannen werden verliefd op háár, niet andersom. En actrice Liz Snoijink was doorgaans degene die de relaties beëindigde. Aan haar huidige geliefde verloor zij pas echt haar hart. ‘Nicolaas is een compleet leuke man’…


tekst: Maria Goos
fotografie: Dirk Kikstra


Als ze komt aanlopen, zie ik een grote tas om haar schouder. Liz is pas geleden op straat overvallen, herinner ik me meteen. ‘Ja, in Nice, dat klopt! Ineens voelde ik een enorme ruk aan de arm waarmee ik mijn tas vast had. Ik dacht: alles zit erin, ik laat niet los! Maar die man liet evenmin los, dus hij heeft me wel dertig meter achter zich aan over de grond gesleurd. Ik gilde van alles tegen hem en dacht alleen maar: zolang hij met twee handen aan die tas trekt, kan hij geen mes pakken. Mijn vriendin had op een gegeven moment de tegenwoordigheid van geest om te doen alsof ze mensen zag en die riep ze zogenaamd te hulp. Ik zag die man denken: is dit nou waar of niet? Toen smeerde hij ’m. Ik was wel gehavend; jas kapot, bril kapot, schoenen weg, ónder de schaafwonden, maar ik was zó blij: hij heeft mijn tas niet gekregen!’

Stond jij niet van jezelf te kijken dat je letterlijk en figuurlijk zo vasthoudend bleek? ‘Enorm! Ik stond enorm van mezelf te kijken. En mijn vriendin zei: “Jij stond op alsof je net had liggen lunchen op een stretcher.”’

Op de Toneelschool Maastricht, waar we samen zaten, was jij een beetje een buitenbeentje, een beetje een mevrouw.
‘Ik ben altijd een mevrouw geweest.
Ik weet nog wel dat dat in de familie altijd gezegd werd. “Het is echt een vrouwtje.” Dat vond ik helemaal niet leuk, maar het zit aan me vast. En nu ben ik het dan echt; een oudere mevrouw. Ik heb me ermee verzoend.’

Je hebt niet gedacht: ik ga mijn imago helemaal veranderen? ‘Nee. Ik ben wie ik ben. Er werd mij op de toneelschool geadviseerd om te breken met mijn familie, met mijn “oude leven”, en ik dacht: ammehoela! Bij een bepaalde docent moest ik elke les een geil varken spelen dat zich in de modder wentelde. Nou ja, als hij dat wil, dan doe ik dat toch? dacht ik…’

Het zat je niet dwars dat bepaalde mensen op school zeiden: ‘Zoals jij bent, is eigenlijk niet goed’? ‘Nee, maar ja, dat komt ook doordat ik wel andere geluiden hoorde, onder andere van Enrico, de docent met wie ik getrouwd ben.’

Dus je hebt je niet uit het veld laten slaan door die varkens in de modder? ‘Nee, ik heb er ook iets van geleerd. Ik mocht die docent ook wel. Ik voelde wel weerstand om dat varken te doen, maar het heeft mijn blik verruimd. En misschien wás ik ook te keurig.’

Had je vrienden? ‘Porgy (Franssen, MG) was vanaf het begin mijn vriend. En dat is na veertig jaar nog zo. Porgy is echt mijn broer. Het is nooit een liefdesrelatie geworden en daar ben ik ook blij mee. We gaan nu na veertig jaar samen spelen in een stuk van Arthur Japin, De man van je leven, in de regie van Gijs de Lange, ook een klasgenoot.’

Je hebt een tijd niet gespeeld. Miste je het? ‘Ik had er een tijdje zo genoeg van. Ik wilde nooit meer spelen. Je staat vaak in stukken die niet helemaal je dat zijn en dan moet je daar toch het land mee in. Dat reizen begon ik ook verschrikkelijk te vinden.’

Waarom of waardoor wilde je actrice worden? ‘Ik weet het eigenlijk niet. Ik wilde dat altijd al. Ik was stapelgek op Sigrid Koetse. Die had ik een paar keer zien spelen en ik was helemaal in shock. Ik vond die vrouw zoiets fascinerends. Toen was ik een jaar of dertien.’

Komt die fascinatie voor toneel van thuis? ‘Mijn vader was echt een wetenschapper. Hij had een talenknobbel, dat wel. Hij sprak heel mooi Frans, Engels en Duits. Dat wilde ik ook. Hij nam me altijd mee naar musea. Mijn moeder was lichter, vrolijker. Ik ben geneigd om te zeggen “simpeler”. En dat was ook wel zo. Zij organiseerde de feestjes en zij nam mij ook mee naar het theater.’

Op je twintigste trouwde je met Enrico, een docent van de toneelschool. Waarom? ‘Hij vroeg me elke ochtend ten huwelijk. Echt elke ochtend. Dat heeft hij ruim een jaar gedaan en op een gegeven moment zei ik: “Oké, laten we dat dan maar doen.” En het was ook heel erg leuk. Als ik nu foto’s van ons samen zie, dan denk ik: geknipt voor elkaar! Mijn vader vond dat trouwen een heel onverstandige beslissing, maar hij zei: “Het is goed, je krijgt een prachtige bruiloft, maar ik doe het maar één keer.” En zo is het ook gegaan.’

Was het een groot verdriet toen dat huwelijk na vijf jaar stukliep? ‘Nee, helemaal niet. Enrico was erg bezitterig en jaloers. Ik wilde er echt vanaf. Die enorme estheet is na de scheiding een kluizenaar geworden. Hij zag niemand meer. Hij is vorig jaar gestorven. Daardoor durf ik het nu te vertellen. Ik heb hem na de scheiding nooit meer gezien.’
Je hebt met verschillende mannen een relatie gehad die, om het voorzichtig te formuleren, bepaald niet alledaags waren. Ik ken er een paar. ‘Mag je rustig zeggen. Was ook zo. Maar de man, Nicolaas, met wie ik nu samen ben, dat is echt een leuke man. Die andere mannen kozen mij. Maar deze man heb ík uitgekozen. Dat is een groot verschil. Hij is een totaal andere man dan mijn vorige mannen! Een echte Amsterdamse botenman. Een man uit een groot gezin uit Amsterdam-West, met een enorme innerlijke beschaving. We laten elkaar het leven leiden dat we willen leiden. Hij is nooit getrouwd geweest, maar dat betekent niet dat hij een rugzak vol frustraties meedraagt. Het is een compleet fijne man.’

Je bent altijd zo autonoom en sterk geweest. Waarom liet jij je uitkiezen? ‘Nou… bij Tim (Krabbé, MG) ging het gelijk op. Wij hebben voor elkaar gekozen. Maar heel veel mannen kwamen op mij af, en dan kun je nog nee zeggen en dat heb ik gelukkig ook vaak gedaan hoor, maar als ik geen nee zei, dan ging zo’n man door, dan begon er een heel proces en dan werd ik verliefd. Alleen bij Nicolaas heb ík de eerste stap gezet. Tim en ik hebben samen een zoon, Esra. We zijn nu samen grootouders en ik vind hem nog steeds een leuke man. We zijn inmiddels goede vrienden geworden. Maar het is wel waar, ja: ik heb een vreemde verzameling.’

Je hebt Nicolaas leren kennen op tangoles. Hoe ben jij ooit aan de tango begonnen? ‘Buenos Aires! Ik woonde twee keer een half jaar in Buenos Aires voor opnames van de serie Julia’s Tango. Ik heb daar Spaans en de tango geleerd. Na acht lessen ben ik gaan dansen. Je leert ook heel veel van al die mannen met wie je danst. Ik bleef meteen aan een Argentijn hangen. Dat maakte het allemaal nóg leuker. Terug in Nederland heb ik een tangosalon gevonden en daar ontmoette ik Nicolaas. Dat is tien jaar geleden, ik was nog met die Argentijn. Maar dat ging na twee jaar uit en niet heel veel later was het aan met Nicolaas. Ik was vanaf het begin gek op hem. Ik dacht meteen: ik geloof dat ik heel veel van jou zou kunnen houden.’

Na school kon je naar het onconventionele theatergezelschap Globe of naar het behoudender Toneelgroep Theater in Arnhem. Waarom koos je voor het laatste? ‘Dat was echt ienemienemutte. Ik heb er weleens spijt van gehad dat ik niet naar Globe ben gegaan. Doordat ik bij Toneelgroep Theater in Arnhem ben begonnen, ben ik in de conventionele hoek terechtgekomen. En zie daar maar weer eens uit te komen.
Die ienemienemutte-keuze heeft mijn hele carrière bepaald. Ik heb ook wel heel andere dingen gedaan, maar dat is incidenteel gebleven, zoals een voorstelling in een oud waterleidingbedrijf, waar ik op een paar oude auto’s vermoord werd. Ik heb een hoer gespeeld in de voorstelling The Neon Woman, heerlijk.’

Hoe lang ben je in Arnhem gebleven? ‘Drie jaar. En het was een enorm goede leerschool. Meteen vier rollen per jaar. Overdag repeteren, dan de bus in en ’s avonds spelen. Maar toen mijn goede vriend Porgy Franssen naar Amsterdam vertrok, wilde ik dat ook. Boven Porgy kwam een woning vrij. Hij zei: “Trek er nu in, dan mag je vast wel blijven.” Dat heb ik gedaan. Ik heb het slot geforceerd en ben er daarna ingetrokken.’

Wat? Die keurige mevrouw ging kraken ? ‘Ja! Ik was aan het scheiden van Enrico. Ik ben er gewoon ingetrokken, heb een paar dagen later de meneer van Stadsherstel met alle egards ontvangen die wond ik zo om mijn vinger en toen mocht ik blijven. Dat kon toen nog zo gaan. Maar ik heb er niet lang gewoond, want ik leerde Tim kennen.’

Je zoon Esra woont sinds zijn zestiende in Japan. ‘Ja, dat is toch een verhaal… Hij had al een fascinatie voor Japan op zijn tiende en dat kwam zeker door de invloed van computerspelletjes. Hij leerde al meteen Japanse woordenlijsten uit zijn hoofd. Hij ging karate doen en kendo, een Japanse zwaardvechtkunst. Toen hij veertien was, ging hij voor het eerst naar Japan via een uitwisselingsprogramma. Ik vond het geweldig dat hij zo’n passie had en dat hij zo zelfstandig was. Ik had natuurlijk geen idee dat hij op zijn zestiende naar Japan zou gaan en niet meer terug zou komen. Aanvankelijk zou hij op zijn veertiende voor een jaar gaan, terugkomen en hier zijn school afma ken. Maar in het jaar dat hij daar Japans leerde, heeft hij ook zijn Nederlandse schoolexamen gedaan, ’s nachts, op de ambassade, in Japan. En dat heeft hij gehaald. Na dat jaar kwam hij wel terug, maar dat zou maar voor een maandje zijn. Hij sprak inmiddels vloeiend Japans, ging terug naar Tokio, naar de universiteit, en hij is niet meer teruggekomen. Niet fijn, nee. Hij is inmiddels negenentwintig jaar, getrouwd en heeft een tweeling van een jaar. Twee meisjes: Nozomi en Midori. Dat zijn oude Japanse namen, maar we noemen ze Nono en Mini. Esra heeft Japanse literatuur gestudeerd. Eind januari, als we zijn uitgespeeld, ga ik ernaartoe.’

Begrijp jij inmiddels wat het is waardoor hij zich in Japan zo thuis voelt? ‘Hij is daar Japanner onder de Japanners. Ze accepteren hem helemaal. Hij schrijft en spreekt inmiddels accentloos Japans. Hij is getrouwd met een Taiwanese en spreekt inmiddels ook Chinees. Hij werkt er voor een nieuwssite en recenseert games. Hij zit in talkshows over games, is spreker op congressen over games. Kortom, hij is er helemaal in de knollentuin. Ik vond het in het begin heerlijk dat hij wegging, want het was natuurlijk ook een lastige puber. Als het niet over Japan ging, dan interesseerde het hem niet. Ik kreeg vaak antwoord in het Japans. Verschrikkelijk. Alle meubels moesten uit zijn kamer. Ik was blij dat hij ging. Maar daarna werd het zwaar. Ik zag de kinderen van mijn vrienden op feestjes en hij was er verdomme nooit bij. Dat slijt niet. Dat werd alleen maar erger.’

Op een gegeven moment moet jij je gerealiseerd hebben dat hij daar zou blijven… ‘Het duurde heel lang voordat ik me dat realiseerde. Ik dacht heel lang: hij komt wel weer terug. Hoewel hij zelf altijd heel stellig zei: “Ik kom nooit meer terug”. Maar nu hij kinderen heeft, hoor ik hem voor het eerst zeggen dat hij wel terug zou willen. Hij wil niet dat zijn kinderen militaristisch gedrild worden. Hij wil ze een ontspannen Nederlandse jeugd geven. Hij heeft zelf karateles gegeven aan jonge kinderen, dus hij heeft gezien hoe het eraan toe gaat op de scholen daar en dat wil hij niet. Hij wil twee dingen: dat ze naar een leuke Nederlandse school gaan en dat ze Sinterklaas leren kennen. Ik heb het zelf ook gehad toen ik moeder werd: dat je je moeder enorm onderwaardeert totdat jezelf ouder wordt. Zo werkt het. Hij zegt nu dat hij in 2020 terug wil komen.’

Ik krijg de indruk dat je behoorlijk stevig in het leven staat. Is dat zo? ‘Ja, ik denk dat je daar gelijk in hebt.’

Kind aan de andere kant van de wereld, twee scheidingen achter de rug… ‘Ik heb nooit echt verdriet gehad over de scheidingen. Ik zag het meer als: dit was, dit is voorbij en we beginnen nu aan een nieuwe fase. Ik ben nooit verlaten door een man, maar, en dat is misschien net zo tragisch, ik kon nooit een relatie voortzetten. Na vijf jaar had ik altijd iets van: ik ben er klaar mee. Het is op. Nu met Nicolaas ben ik acht jaar samen. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt.’

Wat me opvalt, en dat vind ik heel prettig, is dat jij heel aardig bent voor jezelf. Dat kunnen mensen doorgaans niet zo goed. Jij wel. ‘Ja, dat klopt wel. Ik gun mezelf het beste. Je hoeft niet je hele leven bij één persoon te blijven. Dat moet je ook vooral niet doen als je er niet gelukkig van wordt. Ik lag pas een nacht wakker, wat bijna nooit gebeurt, en toen dacht ik: als ik nu dood zou gaan, zou ik het niet erg vinden. En dat verraste me, want ik hou heel erg van het leven. Maar blijkbaar hoort dat bij ouder worden. Dat je langzaam die kant op gaat. De acceptatie van het tijdelijke. Je wordt steeds meer teruggeworpen op jezelf.’





LIZ IN HET KORT
Actrice Liz Snoijink (Goirle, 1955) speelde in talloze theaterproducties, tv-series en films. Heel bekend zijn haar rollen in Vrouwenvleugel (1993) en Medisch Centrum West (1994), Julia's Tango (2007) en Dokter Deen (sinds 2012). Met ex-man Tim Krabbé heeft zij een zoon, Esra. In 2013 is zij getrouwd met haar derde echtgenoot, Nicolaas Oldenburg.
Dit hele jaar staat Liz nog op de planken met de sprankelende komedie De man van je leven, naar het boek van Arthur Japin.
Na een lang en gelukkig huwelijk met Marius (Porgy Franssen) wordt Tilly (Liz) ernstig ziek. Als ze hoort dat ze niet meer beter zal worden, gaat ze voor haar man, buiten hem om, een nieuwe vrouw zoeken.