MariaGoos-foto-Mieke-Meesen

interview gepubliceerd in Broadcast Magazine #349, 2015

Tekst en fotografie: Marloes Levie

Maria Goos

"Schrijven is mijn grote liefde"


Maria Goos schrijft. Voor toneel, film en televisie. En met succes. Heeft u even? Ze schreef onder andere Pleidooi, Oud Geld, Familie, Cloaca, Volgens Robert, Volgens Jacqueline, De Geschiedenis van de Familie Avenier en hagelnieuw: La Famiglia, de tv-serie die ze schreef voor de piepjonge producent Lucio Messercola. Pers en publiek hebben het 'Goosiaans' ruimschoots in het hart gesloten. "Ik streef ernaar het publiek te ontroeren, met een lach en een traan."

Op elfjarige leeftijd schreef Goos ‐ vlak na de dood van haar vader ‐ twee gedichten: een over oorlog en een over liefde. Met rode pen in een kladblok van de HEMA. Ze stopte nooit meer met schrijven: brieven, gedichten, dagboeken, verhalen. "Maar dat het mijn beroep werd? Daar durfde ik niet van te dromen."
In 1977 ging ze naar de Toneelschool in Maastricht. "Voor een presentatie in het eerste jaar schreef ik mijn eerste dialoog en dat gaf me ontzettend veel opwinding, al werd het niet toegejuicht: ik werd klaargestoomd voor een carrière als docent drama op een middelbare school, die studierichting had ik gekozen. Maar stoppen met schrijven? Natuurlijk niet. Tijdens mijn stage bij een amateurgezelschap besloot ik ‐ in de zomer van 1979 ‐ zelf een stuk te maken." Het was gastdocent Leo Beyers die Goos een grote stap voorwaarts liet maken. "Hij las mijn werk, keek me strak aan en zei: 'Jij moet de rest van je leven schrijven.' Mijn hart maakte een sprongetje. Schrijven is mijn grote liefde."

Van Maastricht naar Amsterdam
In de zomer van 1982 had Goos de Toneelschool op zak. "Ik had twee jaar verkering met Peter [acteur Peter Blok, red.] en hij kreeg een contract aangeboden als acteur in Amsterdam. Ik wilde met hem mee, maar wat ging ik daar in hemelsnaam doen? Ik kocht een Volkskrant en zag een advertentietje: 'Regisseuse gezocht bij het Werklozentheater'. Voor veertien werkloze vrouwen schreef en regisseerde ik een toneelstuk. Erger is het nooit meer geworden; er zaten een paar bloedfanatieke feministen tussen die me half gek hebben gekregen. een van hen was zo boos dat ze in mijn arm beet en haar kunstgebit brak, mijn hond mocht niet naar binnen omdat het een reutje was, dat soort toestanden. Een vuurdoop."
Peter Blok kreeg bij Toneelgroep Centrum de kans om zelf een stuk te maken, samen met Marieke van der Pol. "Op basis van gesprekken, rolinterviews à la mijn grote voorbeeld Het Werkteater, ben ik gaan schrijven. Dat werd Blessuretijd, mijn eerste stuk in het professionele circuit." Het toneelstuk over een voetballer en een topmodel werd een hit in de kleine zaal van Bellevue, maar het volgende stuk voor de grote zaal liep uit op een fiasco. "Het was een steenkoude winter, we hadden geen gas, Peter en ik woonden nog onder een dak, maar hadden een relatiecrisis; ik moest hem regisseren, ons leven was totaal ontregeld. Het stuk was simpelweg nog niet af toen we begonnen. Bovendien had ik geprobeerd om Strauss of Handke na te doen door een plotloos verhaal te schrijven. Het was niet goed en het is ook niet goed ontvangen."

Prijswinnende series
Met Arie Kant werd Goos artistiek leider van een jeugdtheatergezelschap. "Met De Kompaan brachten we theater naar middelbare scholen.
Een keiharde leerschool, want die rotkinderen wilden helemaal niet, het was een verplicht nummer. Ze kwamen binnen met aanstekers als vlammenwerpers waarmee ze probeerden de stoelen in de hens te zetten. Ik ben in die jaren wel genezen van mijn fascinatie voor plotloos drama. Ik leerde de bal in de lucht houden en feilloos aanvoelen op welk punt een verhaal inzakt."
Van een van De Kompaan-stukken, De Keizerin van België, maakte Goos later een televisiebewerking voor de NCRV. Een eerste vingeroefening, want met prijswinnende tv-series Pleidooi en Oud Geld brak ze door bij het grote publiek. "Na een paar jaar artistiek leiderschap was ik er in 1989 klaar mee. Mijn oudste dochter was is 1987 geboren, dus ik dacht: ik ga fulltime moederen en ik zie wel. Al vrij snel kwam scenarioschrijver Hugo Heinen met de vraag of ik iets wilde schrijven voor televisie, een advocatenserie: Pleidooi. Jeetje, wat vond ik dat een suf idee. Ik stemde in op voorwaarde dat ik de karakters mocht ontwikkelen ‐ haha, de arrogantie. Het werkte heel goed: ik schreef de priveverhaallijnen, Pieter van de Waterbeemd nam de juridische casus voor zijn rekening en Hugo maakte er een aflevering van. Zo schreven we samen dertig afleveringen." De hoofdrollen werden vertolkt door Peter Blok, Gijs Scholten van Aschat, Carine Crutzen en Yvonne van den Hurk. Willem van de Sande Bakhuyzen regisseerde drie afleveringen. Stuk voor stuk klasgenoten van de Toneelschool. "Sabri Saad El Hamus werd aan de cast toegevoegd, maar de andere namen had ik voorgedragen. We hadden dezelfde opleiding en dus ook dezelfde opvattingen over acteren. Dat gaf mij het vertrouwen dat wat ik schreef op een 'Maastrichtiaanse' manier gespeeld zou worden. Subtiel, helder en gelaagd, met een groot bewustzijn van de subtekst: dat wat de personages niet zeggen."

Wereldhit
Met veel acteurs en actrices van de Toneelschool, ook de nieuwere generaties, werkte Goos in de loop der jaren nauwgezet samen. Peter Blok, Jaap Spijkers, Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma stonden in 2002 op de planken met Cloaca. In 2003 volgde de gelijknamige film en dat was nog maar het startschot voor het doorslaande succes; tot de dag van vandaag spelen gezelschappen van Spanje tot de Verenigde Staten het verhaal over de vriendschap tussen vier mannen. Pers en publiek steken wereldwijd de loftrompet, alleen Engeland ging niet voor de bijl. Kevin Spacey regisseerde het stuk in 2004 in het prestigieuze Old Vic. "Dat theater ‐ heilige grond in Londen n thuishaven van talloze fantastische acteurs ‐ werd bijna omgetoverd tot carpet hall.
Een paar schatrijke Londenaren staken daar een stokje voor en wisten Kevin Spacey voor tien jaar aan het theater te binden. Een Amerikaanse filmster, daar was al enorme weerstand tegen. Ze vroegen mij om met Cloaca de Old Vic te heropenen en dat hadden we nooit, nooit, nooit moeten doen. Dat had gewoon een Shakespeare moeten zijn. Een paar weken voor de première voelden we na een gratis try-out voor buurtbewoners hoe sterk de aversie was. Bezoekers trokken zakken chips en snoep open alsof ze thuis voor de televisie zaten en het kraakte erop los. Kevin zat naast mij en ergerde zich groen en geel, dus ging op zijn knieën door het middenpad naar twee mannen op de eerste rij en kwam met een zak winegums tussen zijn tanden weer terug. De volgende dag kopte een The Sun-achtige krant: 'Kevin Spacey leert ons theaterpubliek hoe ze zich moeten gedragen'. De toon was gezet, maar tot overmaat van ramp keerde een incident met Kevin zich helemaal tegen hem. Hij liep om vier uur 's nachts met zijn hondje Mini in een park. Een jongen die een vuurtje vroeg, ging er met zijn telefoon vandoor. Hij deed aangifte en het werd voorpaginanieuws: wat deed Kevin Spacey middenin de nacht in dat park waar veel homoseksuelen komen? De producent belde en zei: 'We gaan die première heel low profile doen, want de spanning is om te snijden. Dat hebben we gemerkt, de recensies waren ronduit agressief."
Die kritiek ging Goos ‐ ondanks de kraakheldere context ‐ niet in de koude kleren zitten. "Ik lees nog altijd alles wat geschreven wordt, maar in de loop der tijd ben ik iets onverschilliger geworden. Cloaca werd destijds genegeerd door het Filmfestival en daarvan waren regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen en ik twee dagen overstuur. Volgens Jacqueline lieten ze dit jaar ook helemaal links liggen, terwijl Jacqueline Blom absoluut genomineerd had moeten worden voor haar rol. Tegenwoordig denk ik na vijf minuten schouderophalend: oke."

La Famiglia
Producent Lucio Messercola had een verhaal voor een tv-serie, maar nog geen scenarioschrijfster en trok de stoute schoenen aan. "Hij schreef een keurige brief, zonder spelfouten. Ik dacht: dit is een uitzonderlijke brief, zo goed geformuleerd, zo zorgvuldig, ik moet deze jongen meteen laten weten dat ik het niet doe." Messercola hield zijn poot stijf en wist Goos langzaam maar zeker te overtuigen: de tiendelige serie La Famiglia is in het najaar van 2016 te zien bij AVROTROS. "We hadden een stuk of acht ontmoetingen, maar ik vond het verhaal veel te klein. Het is voor Lucio deels autobiografisch en gaat over een restaurant in de provincie. Ik zag de grote context niet: wilde hij een nieuwe In de Vlaamsche Pot schrijven? Pas toen ik de link met onze samenleving in het hier en nu te pakken had, werd het interessant. Het vertrouwen is weg en mensen nemen het recht in eigen hand. In Italië is dat al honderden jaren aan de gang. In de serie is de Italiaanse restauranteigenaar de onofficiële burgemeester van het dorp. Als er iets geregeld moet worden, kloppen de Nederlanders bij hem aan.'We hebben zo'n last van die flitspaal.' Dan weten ze dat het illegaal opgelost wordt, maar wat kan hun het schelen. De serie is een heel rare mix van een familieverhaal en vrij heftige criminaliteit, met humorvolle en heel gelaagde karakters. Het is Fargo meets In de Vlaamsche Pot, een nog niet bestaand genre.
En hopelijk voor een groot publiek."
Schrijven voor een breed publiek heeft Goos altijd in haar achterhoofd. "Ik zou ontzettend graag de mensen willen hebben die naar musicals gaan, maar die komen niet. Nu is mijn publiek best gemêleerd, hoor. Met verschillende leeftijden en achtergronden. Oumi is een monoloog die ik schreef voor Nasrdin Dhar. Binnen een uur kreeg hij Carre twee avonden vol. Twee keer 1.600 Marokkaanse Nederlanders in de zaal, geweldig. Gewoon via Twitter, er hing niet een poster in de stad. Boem, uitverkocht! Wat een kracht."

Bomvolle agenda
Na de dood van haar moeder, na de diagnose borstkanker, na de scheiding van Peter Blok, het schrijven hield nooit op. "Thuis in bad, aan tafel, in een cafe of in mijn buitenhuisje, waar het uitkomt. Ik schrijf ook vaak met de hand, ik heb een heel mooi nieuw vulpennetje gekregen dat heerlijk schrijft. Een royale pen, zo heet dat, er komt veel inkt uit. Ik woon nu alleen op de Haarlemmerdijk en hoor 's ochtends de rolluiken omhoog gaan en iedereen aan de dag beginnen. Dan denk ik: Maria Goos, schiet eens op. Aggie van de bakkerij aan de overkant staat er alweer. En aan het eind van de dag komen fietsers als een soort knudde gnoes voorbij om naar huis te gaan. Ik houd van het ritme van de straat."

Subsidies voor verfilmingen van Goos' toneelstukken Nu Even Niet & Nu Even Wel, De Hulp en De Geschiedenis van de Familie Avenier zijn aangevraagd. Bij groen licht kruipt ze zelf in de rol van regisseur. Haar grote liefde verliest ze ook niet uit het oog: ze zet de punten op de i van La Famiglia, schrijft een voorstelling voor Carver, en ‐ voor het eerst ‐ een toneelstuk voor het hele ensemble van het gesubsidieerde Nationale Toneel. Maria Goos hoeft zich geen minuut te vervelen. Theater, tv en film lopen kriskras door elkaar. "Schrijven voor toneel heeft mijn voorkeur, omdat het publiek echt wil: ze kochten een kaartje, regelden oppas, kleedden zich mooi aan, gaan hun huis uit en komen door weer en wind naar het theater. Ze willen en komen voor de taal, dus dat is een publiek met een heel andere concentratie. In de teksten mag ik lekker uitpakken. Een scène voor televisie is maximaal drie bladzijden lang en de insteek is heel visueel. Ook leuk, hoor. Maar dat gaat net iets minder vanzelfsprekend dan puur een dialoog schrijven." 'Goosiaans' is een begrip, maar hoe is een Maria Goos-productie te herkennen? "Wat ik hoor, is dat de mensen zo echt zijn. Dat is wonderlijk, want over elke zin is nagedacht. Als je het script leest, merk je pas hoe geconstrueerd die taal is. Goos knikt naar een groepje koffiedrinkende mensen een paar tafels verderop. "Vanaf hier kan ik al horen dat aan dat gesprek niks interessants is voor het toneel. Wat ik schrijf, is heel gecomprimeerd. Ik hoop dat 'Goosiaans' inhoudt dat het mensen raakt; ik streef ernaar het publiek te ontroeren, met een lach en een traan."

Karakters met een twist
"De verhalen van Quentin Tarantino vind ik te gewelddadig, maar zijn karakters vind ik waanzinnig leuk en goed. Altijd met een twist: een snoeiharde crimineel die zonder dat hij het weet ontzettend geestig is, bijvoorbeeld. De Coen Brothers hebben dat ook. Wat zeggen ze nou? Hoe komen ze erop? De personages zijn een beetje hoekig, een beetje raar. Het grappigst vind ik als het nergens over gaat. In films en series heeft vaak alles wat wordt gezegd te maken met de plotlijn. Dan kun je nooit eens ‐ om een scène van Tarantino aan te halen ‐ een dialoog schrijven tussen twee criminelen over de kwaliteit van de mayonaise in Amsterdam. Mijn lol zit niet in het vertellen van de plotlijn, maar in het schrijven van de luchtbellen in de waterleiding."