MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
interviews n.a.v. Vreemd Bloed
interview verschenen in Plot, vakblad voor scenarioschrijven

Vreemd Bloed


2 september gaat een bijzondere Nederlandse speelfilm in première: Vreemd bloed. Het scenario werd geschreven door Maria Goos, naar een idee van regisseur Johan Timmers en Wil van der Meer. Johan Timmers maakte onder meer de televisieserie Klein Holland, schreef en regisseerde stukken voor het Nationaal Toneel en het RO Theater en maakt met Vreemd bloed zijn speelfilmdebuut. Maria Goos is onder andere bekend van de televisieseries Pleidooi en Oud Geld. Haar toneelstukken Familie en Cloaca werden beide telefilms. Vreemd bloed is een licht surrealistisch en schrijnend familiedrama over drie generaties slagers, dat zich afspeelt tussen 1960 en 1983. Een gesprek met beide makers.

Door Wim Blaauboer

Al van tevoren was me het script toegestuurd, dat ik natuurlijk ter voorbereiding goed heb gelezen. Het script was heel beeldend geschreven met weinig dialogen. Kort samengevat gaat het verhaal over Jere, door zijn grootmoeder Kind genoemd, die op kerstavond 1960 geboren wordt en voorbestemd is om slager te worden. Zijn vader is slager, zijn grootvader was slager en aan zijn broers Cor, Bolle en Arie wordt van kinds af aan het slagersvak bijgebracht. Maar Kind is anders; hij leeft in een heel eigen wereld. Moemoe, zijn grootmoeder, besluit Kind in bescherming te nemen tegen zijn vastomlijnde toekomst en de akelige trekken van de andere mannen in de familie. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan.

Het gesprek vindt thuis plaats bij Maria Goos, die zich moeilijk verplaatst door een zweepslag. Johan Timmers komt strompelend binnen, hij heeft een gebroken middenvoetsbeentje. Synchroniciteit of symptomatisch voor hoe de film is ontstaan? Na mijn eerste vraag buitelen beide gesprekspartners over elkaar heen en ben ik de regie volledig kwijt; een reconstructie.

Hoe is het verhaal ontstaan?
Maria: Wil van der Meer is een gezamenlijke vriend. Hij is de zoon van een slager en vertelde ons daarover altijd de meest bizarre verhalen. Daar moesten we dan beiden erg om lachen.
Johan: Ik dacht op een gegeven moment: hier zit een film in. Wil is een tijd lang elke woensdagmiddag bij mij thuis op de bank komen liggen en vertelde dan over zijn familie. Ik ben vervolgens een script gaan schrijven, maar na 60 pagina’s liep ik vast. Het heette in die tijd nog Koeien. Ik heb het toen aan mijn goede vriendin Maria laten lezen. Ze zei: “Ja maar hier zie ik iets veel groters in. Eigenlijk heb jij het casco gebouwd en daar kan ik een huis van maken.” Jaren later, Cloaca kwam er tussendoor, lagen er 30 pagina’s script in mijn mailbox. Het was veel grootser en vooral ook veel beter geworden.
Maria: Op die casco-uitspraak heb ik mij een beetje verkeken. Ik heb echt enorme slalombewegingen moeten maken om me het verhaal eigen te maken. Ik heb ze beiden vervloekt. Van het oorspronkelijke scenario zijn er nog maar twee scènes over. De rest is allemaal nieuw. Het heeft nu ook niets meer met de familie van Wil te maken.

Hadden jullie een bepaalde toon of stijl in gedachten bij het maken van de film?
Johan: We wilden geen realistisch drama maken, waren op zoek naar iets afwijkends. Een soort ruige Amélie, met de nadruk op het aardse, het harde en dierlijke van de omgeving van Kind.
Maria: De arena moest niet Randstedelijk zijn, maar ergens onbepaald, tussen Nederland en België liggen, waar algemeen onbeschaafd Nederlands wordt gesproken.
Johan: Uiteindelijk hebben we met behulp van een spraakcoach een eigen dialect verzonnen, een beetje Brabants, Den Bosch-achtig.
Ik vroeg Maria ook de hele tijd: schrijf een film met beelden, beelden, beelden! (Lachend) En dat vroeg ik dan aan de koningin van de dialogen.
Maria: Wil had ook foto’s van vroeger, bijvoorbeeld van het slachthuis of van koeien die een prijs hadden gewonnen. Dat heeft enorm geholpen voor het beeld.
Johan: Maria heeft er echt een groots verhaal van gemaakt. Het gaat over een kind dat in de verkeerde familie geboren is. De tijd is ook aan het veranderen, de vader kan daarom niet meer aan zijn oude gewoontes blijven vasthouden. Het is een epische vertelling geworden, met allemaal sterke karakters. Dat kan trouwens ook tegen je gaan werken, omdat die het verhaal van de hoofdpersoon dreigen te overspoelen.
Maria: De vader is een tragisch figuur. Kind is de hoofdfiguur, maar heeft, zeker in het begin, concurrentie van vader. Vader heeft een concreet doel. Kind wil dat er van hem gehouden wordt door vader, dat is een abstract verlangen. We hebben versies gehad waarin Kind zanger wilde worden en dat Vader vervolgens zijn strot doorkneep. Weg zangcarrière. Kind ging dan als een koe leven en door gras te eten werd zijn keel weer beter. We hebben echt op allerlei manieren geprobeerd er een concreet doel aan vast te plakken, maar dat werkte niet, de film werd dan te Billy Elliot-achtig.
Johan: We hebben veel aan de structuur zitten sleutelen. Het bruiloftsfeest zat in de eerste versies van het script net na de helft, maar die scène was zo krachtig en zo heftig, die zit nu tegen de climax aan.
Maria: Het ging er vooral om een balans te vinden in die rare wereld. De humor komt hoofdzakelijk voort uit gemankeerde mensen. Als schrijver moet je dan niet boven die mensen komen te staan, maar juist sympathie blijven voelen voor je personages; die zat bij mij vooral bij vader en Moemoe. Uiteindelijk is ook één van mijn lievelingsscènes met Moemoe gesneuveld; je moet je blijven focussen op de strijd tussen Kind en Vader.

Hoe verliep het schrijfproces?
Johan: Het verhaal werd gelukkig snel omarmd, zowel door de NPS als door het Filmfonds.
Maria: Maar dramaturgen, producenten en commissies doen natuurlijk ook hun duit in het zakje. Zeker in het begin hebben we te veel mensen tevreden willen stellen.
Johan: Ik moest Maria’s grote fantasie in banen leiden. Dat moest ik ook leren. Bovendien kennen we elkaar al heel lang en zijn we goede vrienden. We kunnen samen echt op hol slaan.
Maria (lachend): We stimuleren elkaar bijna te veel. Johan werd enorm verleid door de hoeveelheid ideeën die ik hem aandroeg.
Johan: Ik ben er langzaam achter gekomen dat Maria heel veel in haar hoofd schrijft, voordat ze iets opschrijft. Dit heeft tot gevolg dat Maria niet zo makkelijk kleine veranderingen kan aanbrengen. Vroeg ik om een nieuw zinnetje dan kreeg ik drie nieuwe scènes. Dat was leuk maar niet altijd even efficiënt.
Maria (beamend): Normaal bij mij is: eerste versie, tweede versie, bijschaven en dan is het klaar. Nu was dat anders. Uiteindelijk heeft het vier jaar geduurd en waren we tien versies verder. Ik heb nog nooit zoveel versies geschreven. We waren goede vrienden en dat zijn we gelukkig gebleven.

Hoe was de samenwerking tijdens de voorbereiding en het draaien?
Maria: We hebben in de scriptfase echt heel nauw samengewerkt, we hebben elk zinnetje samen doorgesproken. Daarna hebben we ook samen nagedacht over de casting. We zaten eigenlijk onafhankelijk van elkaar met dezelfde mensen in ons hoofd.
Johan: De slager moest een heel fysiek figuur zijn, we dachten allebei meteen aan Wim Opbrouck. Moemoe kon voor mij maar door één actrice gespeeld worden: Viviane de Muync.
Maria: Ik zag Gijs Nader als de oudste zoon, daar waren we het meteen over eens.
Johan: De casting van de kinderrollen was voor mij van tevoren een grote zorg. Maar uiteindelijk heeft dat ongelooflijk gelukkig uitgepakt.
Maria: We hebben het samen ook over het beeld, de art direction, gehad. We zijn uiteindelijk uitgegaan van het werk van de schilder Otto Dix, die werd ons stijlicoon. Het grappige is: los van elkaar kwamen we met een boek over zijn kunst aanzetten.
Dan denk je eigenlijk dat die intensieve samenwerking zo door zal blijven gaan, maar dat kan natuurlijk niet. Je komt dan in een fase waar je langzaam uit elkaar groeit. Johan gaat met het script naar zijn cameraman, de art director en de acteurs. Van hen krijgt hij dan heel veel input. Johan komt dan in een heel andere flow.
Johan: Ik ga met mijn cameraman, Ton Peters, en mijn art director een heel intensieve samenwerking aan. Ook de locaties krijgen een invloed op het script. Zo hadden we een prachtige boomgaard gevonden, die was zó bijzonder en romantisch, dus hebben we een aantal scènes van Kind en Moemoe daar naartoe verplaatst.
Maria: Tijdens het draaien verdwijnt de regisseur in een tunnel en dan raak je hem kwijt.
Johan (enigszins schuldbewust): Tijdens het draaien zijn er een groot aantal dingen veranderd, dat had ik beter naar Maria kunnen communiceren. Ik moest een aantal dingen versimpelen. Een periodefilm is al lastig en bovendien scharniert deze film over 18 jaren. Ook bestond hij uit heel veel korte scènes, in totaal wel bijna zo’n 150, maar elke scene, hoe kort en simpel ook, kost tijd. Je moet toch elke scène weer goed uitlichten, eigenlijk wilde ik van alle beelden schilderijtjes maken. Cameraman Ton Peters heeft het allemaal fantastisch in beeld gebracht.
Het gaat soms om praktische dingen. Je zit op de set met een jongen van 10, en die kreeg bij een bepaalde scène Maria’s leuke en gevatte teksten niet uit zijn mond. De teksten waren voor hem te bijdehand. Op dat moment moet je besluiten dat hij het dan maar met zijn eigen woorden moet zeggen.
Maria: Ik zou er dan eigenlijk, tijdens het draaien, het liefst de hele dag in een caravan bij zitten, om dan ook nog even zulke dingen te kunnen herschrijven.
Johan: Die hechte samenwerking tussen ons lost op als je in de trein van het draaien zit. Tijdens het draaien ben ik alleen maar met de emotionele lijn bezig. Dan begint alles voor je ogen tot leven te komen, dat is écht waanzinnig. Het betekent ook dat ik je dan het hele script kan vertellen, natuurlijk niet met alle dialogen, maar wel de basis. Net zoals ik in de montage nog elk shot kan beschrijven. Alles is minutieus voorbereid, en in principe voer je daarna gewoon uit wat je hebt voorbereid.

Wat gebeurde er nog tijdens de montage?
Johan: In principe ben ik als regisseur dienstbaar aan het script, dat is het uitgangspunt. Maar tijdens de montage moet je ook meebuigen met wat de film doet om die spanningsboog van 1,5 uur vast te houden. Na de wrap zei producent Frans van Gestel (IDTV): “Nou gaan we beginnen.” Ik dacht, waar heeft hij het over? Dan blijkt maar weer eens dat er een gigantisch verschil is tussen film en tv. De naïeve gedachte is: je zet de film precies volgens het script in elkaar en dan ben je klaar. In werkelijkheid ken ik geen enkel geval waarin een regisseur dat ooit met een film gelukt is. De eerste versie is altijd schrikken.
Maria: We kwamen er achter dat de film zich meer moest focussen op Kind en terug moest gaan naar de basis: de strijd tussen Kind en zijn vader.
Johan: De film begint met Kind die geboren wordt, maar in de eerste twaalf pagina’s van het script is de vader eigenlijk het meest prominent aanwezig. Met Kind als baby kun je ook niet zoveel. Er zat weliswaar deels een voice-over van Kind onder, maar dat hield je niet bij de hoofdpersoon. Pas op het moment dat Kind 3 jaar is, ziet de kijker: oh, die heeft de hoofdrol. Dat kwam dus te laat.
Maria: Het blijkt toch altijd weer lastig om de werking van hoe het op papier staat en hoe het uiteindelijk op de kijker overkomt te voorspellen.
Johan: Ik heb uiteindelijk met mijn editor, Peter Alderliesten, anderhalve maand langer gemonteerd dan gepland was. Het is echt waar dat in de montage de film nog een keer geschreven wordt. Ik heb steeds weer een nieuwe versie gemaakt en die aan Maria, Frans van Gestel en Anton Smit (ook producent) laten zien. Iedereen heeft heel constructief meegedacht.
Maria: Uiteindelijk heb ik de voice-over helemaal herschreven. Ik heb maar liefst vijf verschillende versies geschreven. Ik ben niet zo goed in kleine veranderingen. Anton Smit belde me elke week: niet alles weer opnieuw.

Is het uiteindelijk de film geworden die jullie voor ogen hadden?
Maria: Wij hebben een film willen maken die een oer-Nederlands milieu op een heel on-Nederlandse manier zou laten zien. We hebben over de film gesproken als ‘een sprookje voor volwassenen’ en als een ‘filmopera zonder liedjes.’ Dat is behoorlijk gelukt en daar zijn we heel blij mee.
Johan: Wil van der Meer, die zelf trouwens de rol van dirigent van de fanfare speelt, heeft de film ook gezien. Er waren inmiddels al vijf versies voorbij gekomen waar hij niets meer mee te maken had, en het verhaal stond nu veel verder van zijn echte familie af. Maar hij vond hem gelukkig goed, daar was ik heel blij mee.
Maria: De film is zeker anders geworden, in ieder geval anders dan ik in m’n hoofd had. (Lachend) En ach, zo mooi als het in je hoofd hebt, wordt het nooit. Maar het is denk ik wel een heel bijzondere film geworden, met een duidelijke eigen signatuur. Ik ben er trots op.


→ Vreemd Bloed