MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
interviews n.a.v. DOEK!
interview gepubliceerd in OPZIJ 61, juli & augustus 2010
tekst Femke van Wiggen
beeld Frank Ruiter
haar & make up Carmen Gonzalez

‘geen stress meer.
nooit meer’

Maria Goos


Dit najaar zou weleens het zoveelste hoogtepunt in haar carrière kunnen worden. Met een nieuwe film en een nieuw theaterstuk doet Maria Goos weer van zich spreken. En ze ontwikkelt zich nog steeds: ‘Het is voor het eerst dat ik een plot heb geschreven waarvan ik denk: nou, dit deugt.’


Zet een voet over de drempel in huize Goos, en je voelt je er direct thuis. Veel kleur, veel gezelligheid, veel leven: in de achterkamer van de woning in de Amsterdamse Watergraafsmeer ligt jongste dochter Saar (18) op de sofa te lezen, haar voeten over de leuning bungelend. Man Peter Blok zit met de krant in de achtertuin en komt af en toe naar de eetkamertafel gelopen voor een kop thee. Marokkaanse thee mét honing, want Goos (54) is net terug van een weekje Marokko en daar is ze nog meer dan vol van. Trots toont ze haar daar gekregen zilverkleurige theepot, waar manlief niet veel later zijn vingers aan brandt. ‘Shit ja, sorry Peet, ik zal even iets voor dat handvat kopen in de Javastraat.’

De heersende ongedwongenheid is stilte voor de storm. Dit najaar zal de media-aandacht weer losbarsten, aangezien er twee producties van haar hand in première gaan. Tijdens het filmfestival van Utrecht is de film Vreemd bloed voor het eerst te zien en vanaf begin oktober staat haar nieuwe toneelstuk DOEK! op de planken. Vreemd bloed is een door Goos geschreven surrealistisch familiedrama over drie generaties slagers. Het is een atypische Goos-film met opvallend weinig dialogen. Hoewel ze enthousiast is over het eindresultaat kan ze kort zijn over het schrijfproces: dat viel zwaar tegen. ‘Het verhaal was oorspronkelijk van vriend Wil van der Meer, het lukte moeilijk om me dat eigen te maken.’ DOEK! was ook moeilijk om te schrijven, omdat het plot zo’n moeilijke constructie heeft. ‘Maar het was wel een overzichtelijk stuk met maar twee personages. En er valt veel te lachen. Daar was ik wel aan toe na de borstkanker van drie jaar geleden.’ Na een borstamputatie, chemo’s en bestralingen lijkt Goos vooralsnog ‘kankervrij’.

Loes Luca en Peter Blok spelen in DOEK! Lies en Richard, acteurs in een stuk die ook de personages spelen over wie ze vertellen. Goos: ‘We zijn nu aan het try-outen en ik ben zeer tevreden. Het is voor het eerst dat ik een plot heb geschreven waarvan ik denk: ‘Nou, dit deugt.’ Voorheen rommelde ik het plot er altijd maar een beetje bij; karakters, dialogen, daar ligt mijn talent. Daarom wilde ik nu juist een duidelijke plot, ik moet me blijven ontwikkelen. Anders word je een broodschrijver en daarvoor heb ik te veel respect voor mijn talent. In DOEK! wissel ik nu niet alleen af tussen personages, maar ik spring ook veel in de tijd. En dat werkt goed. Tenminste…’ Goos keert zich om aan tafel en schreeuwt naar haar man in de achtertuin: ‘Peet, snappen de mensen eigenlijk wat jullie doen, al die sprongen in de tijd?’ Peter steekt zijn duim omhoog: ‘Volgens mij wel.’

Het vertrekpunt van DOEK! is de vraag of echt en onecht bestaan. In de kunst en vooral: in de liefde. Goos: ‘Het publiek zal zeggen: Richard is Lies’ grote liefde. Maar ze kiest voor een ander leven, met een andere man. Is dat dan een minder grote liefde? In de kunsten word je altijd aangezet je hart te volgen, maar misschien hoeft dat wel niet. Misschien is het ook goed om je zegeningen te tellen in de liefde en in het leven.’ Ze weet zelf niet eens goed hoe ze bij deze boodschap kwam. ‘Ik zit zelf zo helemaal niet in elkaar!’ verzucht ze. En dan: ‘Je hebt gelijk, er moet een reden zijn dat dit thema komt bovendrijven.’ Een lange stilte volgt. Goos zucht diep, en zegt dan, eerst aarzelend: ‘Misschien komt het wel doordat ik zie dat het acteervak voor ontzettend veel actrices met wie ik in Maastricht op school heb gezeten – echt getalenteerde vrouwen – maar heel weinig geluk heeft opgeleverd. Ze hebben weinig gespeeld, de realiteit heeft anders uitgepakt dan gedacht en gehoopt. Het is toch treurig om voor de twintigste keer in een jaar auditie te moeten doen? Om weer te horen: “Nét niet.” Er zijn ook zo weinig vrouwenrollen! Maar goed, bottom line: ik durf die oud-klasgenotes niet te vragen: “Zou je het nog een keer zo doen?” Dat vind ik te confronterend. Maar dat is wel waardoor ik in DOEK! het personage Lies een beslissing laat nemen die in de kunsten niet populair is: If you can’t be with the one you love, love the one you’re with.’

Met al die projecten zou je denken dat Goos een onverbeterlijke workaholic is. Niets is minder waar. ‘Ik ben productief, maar zo voel ik me niet. Ik doe al maanden ontzettend weinig: als ik een uur per dag schrijf, is het veel. Verder doe ik maar wat, beetje sporten, naar de stad, lekker koken. Een luxe, zeker omdat wat ik schrijf er niet slechter van is geworden.’ Eigenlijk gaat ze sinds de kanker makkelijker om met haar tijd. ‘Mis- schien wel te makkelijk. Op een gegeven moment is dat niet leuk meer, hoor. Hugo Claus zei aan het einde van zijn leven: “Ik heb spijt dat ik me zoveel heb beziggehouden met triviale zaken. Ik had veel meer moeten schrijven.” Dat trof me echt in mijn hart. Dat is zo waar! Maar ik vind het moeilijk de discipline op te brengen. Hoe kan het dat je een schop onder je kont moet krijgen om datgene te doen wat je het allerliefste doet? Dat komt toch door de diepe angst dat er niets komt. Dat de kraan dichtgedraaid blijkt terwijl je even niet oplette.’

Zo’n vaart lijkt het dus voorlopig niet te lopen, integendeel. Wel lijkt het werk van Goos steeds meer sociaal betrokken te worden. Misschien is het de leeftijd, misschien de kanker. Sinds haar ziekte is ze selectiever in ‘bijklussen’ en volgt ze meer haar hart, zoveel is zeker. ‘Dat ik mijn leven en werk anders heb ingericht, ja, dat komt wel doordat ik goed ziek ben geweest. Ik heb altijd alleen zinvol eigen werk willen maken, maar nu neem ik er meer de tijd voor. Met als nadeel dat er weken voorbijgaan waarin ik geen letter schrijf. Maar er is ook verder veel gebeurd: Roos is uit huis gegaan, Saar heeft examen gedaan. Je weet niet hoe het leven gelopen zou zijn zonder de borstkanker. Kijk, als ik anders nu nog steeds had gedacht: wat loop ik te rennen, wat is het leven vol, dan heeft het me wel iets opgeleverd, misschien, want dat doe ik nu niet meer. Geen stress meer. Nooit meer. Dat en het feit dat het prachtig was om mee te maken hoe mijn gezin en vrienden me in die rottijd gedragen hebben. Maar al met al had ik het heel erg graag willen missen.’

Hoe het ook zij, het Marokkaanse tripje waar ze zo vol van is, was geen snoepreisje, maar pure research voor wéér een volgend project: Oumi. In Marokko was Goos op bezoek bij de familie van acteur Nasrdin Dchar (31), die een rol speelde in haar stuk De geschiedenis van de familie Avenier. Na het succes van de kleine toneelvoorstelling Smoeder, die ze in 2004 met mede-Brabander Marcel Musters maakte over hun overleden moeders, maakt ze nu met Dchar een voorstelling over zijn nog levende moeder Habibi. In de monoloog Oumi zal Dchar ook zijn eigen moeder spelen. Enthousiast vertelt Goos, terwijl ze een verse pot thee zet: ‘Nasrdins moeder is geboren in een klein Marokkaans bergdorpje tegen de grens met Algerije en kwam vervolgens in Steenbergen terecht. Ik wil graag het verhaal van de vrouw van de gastarbeider vertellen. Als ode aan al die vrouwen die zo’n sprong in het diepe hebben gemaakt, en die maar weinig krediet hebben gekregen. Gastarbeidersvrouwen zijn zo in de steek gelaten destijds. Geen begeleiding, geen begrip. Ook de feministen van toen keken niet naar hen om, die waren vooral op zichzelf gericht.’ Oumi gaat ook over de consequenties van het verlaten van je geboorteland. Goos: ‘Steenbergen was in eerste instantie een veilige omgeving, maar nu Habibi ouder wordt raakt ze geïsoleerd; er zijn daar bijna geen Marokkaanse vrouwen. In Marokko kan ze ook niet meer leven, ze wordt er als een buitenlander gezien – en bovendien heeft ze hier haar kinderen. Habibi heeft als veel immigranten niet overzien dat de kinderen zo Nederlands zouden worden; ze gaan niet zoals in Marokko voor hun ouders zorgen. Die loyaliteit naar twee landen is heel verwarrend. Of dit op te lossen valt? Moeilijk. Dat zal nog generaties duren. Maar ik kan het wel aankaarten. Erkennen. Dat het leven van een migrantenmoeder erg complex kan zijn.’

Dan heeft ze het zelf toch een stuk makkelijker gehad, vindt ze. ‘Ik ben best een oermoeder, en dat kon ik ook makkelijk zijn toen onze dochters klein waren, omdat ik schreef en dus thuis was. Ik weet nog dat Saar 7 jaar was, thuiskwam uit school en zei: “Mama, een jongetje bij mij in de klas zegt dat jij een baan hebt!” Dat kon ze niet geloven. Nee, dan de jonge moeders van nu: ik begrijp niet hoe ze het doen, van negen tot vijf werken, boodschappen doen, vakantie plannen. Het gedoe dat leven is. Is dat winst?’ vraagt Goos zich hardop af. ‘Ik vind het geen vrolijke generatie, de dertigers van nu: vaak moe, veel klagen. Een baan en kinderen, dat is niet alleen maar emancipatie en verworvenheid, maar ook gewoon een enorme belasting. Is dat nog wel een vrije keuze? Ik ben benieuwd hoeveel vrouwen met een gezin nog zouden werken als ze er als thuismoeder niet financieel op achteruit zouden gaan…’

Goos zelf is op zijn zachtst gezegd nogal gevormd door het Brabantse arbeidersmilieu waarin ze opgroeide en wilde zich daar al jong aan ontworstelen. Dus zouden haar dochters krijgen waar zij ooit zo naar verlangde: volwassen worden in een gezin waarin elk initiatief van de kinderen enthousiast ontvangen zou worden. Maar dat enthousiasme is minstens zo benauwend gebleken als het hardwerkende milieu waar Goos en Blok vandaan komen. Goos: ‘Met Roos moesten we het allemaal nog leren, vader en moeder zijn. Wij zeiden: “Het maakt niet uit wat je gaat doen, echt niet, als je maar iets gaat doen met hart en ziel. Iets wat meer is dan alleen geld verdienen.” Het lijkt alsof je je kinderen daarmee alle vrijheid geeft, maar je bent eigenlijk heel normatief en beperkend bezig. Wat nu als Roos gewoon secretaresse wilde worden? Die vrijheid hadden we haar ook moeten gunnen.’ Goos kwam er vrij laat achter dat vooral Roos daar echt last van had. ‘Ze heeft ons in haar puberteit heel duidelijk gemaakt dat ze geen enkele sturende invloed van ons meer tolereerde. Dat vonden we eerst raar, we dachten: wij zijn helemaal niet sturend. Maar dat waren we natuurlijk wel. Als wij enigszins enthousiast reageerden op wat ze deed, hield ze er al mee op. Ze wilde echt dat iets van haar was en niet van ons.’ Goos glimlacht trots: ‘En dat is haar nu gelukt: ze gaat in september hopelijk verloskunde studeren. Heel erg leuk, vind ik dat. Echt heel leuk. Maar dat moet ik dus niet te hard zeggen. ’

‘Ik doe al maanden ontzettend weinig: als ik een uur per dag schrijf, is het veel’


cv Maria Goos (54) is Nederlands bekendste scenarioschrijver. Ze werd de afgelopen twintig jaar bekend door en gelauwerd voor tv-series als Pleidooi en Oud geld, voor toneelstukken als Familie, Cloaca en De familie Avenier en voor films als Leef! Goos groeide op in een arbeidersgezin in Breda. Haar vader was smid, maar moest zijn smederij verkopen omdat hij leed aan een nierziekte. Hij stierf toen Maria 11 was. Na haar middelbare school volgde Goos tot 1982 aan de Toneelacademie in Maastricht de opleiding tot regisseur. Daar ontmoette ze haar toekomstige man Peter Blok.


→ DOEK! → Vreemd Bloed