MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
interviews n.a.v. DOEK!
Na afloop van een try-out van de voorstelling DOEK! wacht ik buiten de kleedkamers van het theater op Loes Luca en Peter Blok die ik ga interviewen over deze prachtige voorstelling. Na een kwartiertje zwaait de kleedkamerdeur open en lopen ze me, al pratende over de voorstelling, voorbij. Als ik me aan hen voorstel, zegt Peter Blok: ‘Ja we waren net naar je op zoek’. En Loes Luca zegt: ‘We dachten dat je in de foyer zou zitten’.
Een gesprek in de kleedkamer met een biertje en een bitterballetje. Over echt en onecht in de kunst en in de liefde.


Door Mieke Keller


Loes:
‘Ik heb na vijfentwintig try-outs het idee dat mensen de voorstelling zo leuk vinden, omdat ze te zien krijgen wat toneelspelen eigenlijk is. Ze maken mee dat wij een scène opbouwen en ze in een bepaalde sfeer brengen. Normaal gaat dat door tot het einde van het stuk. Maar in DOEK! breken wij de opgeroepen illusie steeds zelf weer af. Wij stappen eruit. En daarna er weer in. Daarin wijkt de voorstelling af van een reguliere voorstelling. De mensen in de zaal moeten een puzzel oplossen, wie zien we nu, waar zijn we nu. En dat ze het allemaal begrijpen komt ook door Aat Ceelen, onze regisseur. Het stuk leek op papier behoorlijk complex. Aat vond de helderheid van de vertelling erg belangrijk, daar is tijdens het repeteren het accent op komen te liggen en daar zijn we nu, tijdens de try-outs, heel blij mee.’

Peter:
‘De mensen vinden het een soort van toveren waarvan je de truc mag zien. En toch blijft het echt toveren. Collega’s kijken er natuurlijk anders naar, want die weten zelf heel goed wat spelen is. Zij kijken meer naar de constructie van het stuk en daarvan vinden ze het zo mooi dat er in één stuk zoveel werkelijkheden aan bod komen en zoveel verschillende sferen te zien zijn.’

DOEK! is geschreven door Maria Goos. Waren jullie bij de eerste lezing meteen overtuigd?

Loes zucht diep.
‘Ik vind het altijd zo moeilijk om een stuk bij lezing op waarde te schatten. Bij de eerste versie die we van Maria kregen was er nog sprake van heel veel verkledingen. En daar verheugde ik me op. Ik dacht: Peter en ik gaan lekker rennen en jongejannen met heel veel brillen, hoeden en snorren en daar zag ik naar uit. Ik heb wel even moeten slikken toen het stuk gaandeweg de volgende versies en tijdens het repeteren werd, wat het nu is: helemaal teruggebracht naar de kern van de zaak, met alleen maar een bank en een tafeltje. Dat vond ik moeilijk want ik ben wel van een pruikje en een brilletje. Als mensen na afloop tegen mij zeggen: ‘Ik heb je nog nooit zo goed zien spelen’, dan bedoelen ze: ik heb je nog nooit zo naakt, zo zonder toeters en bellen op het toneel gezien. En dat was in het begin heel eng om te doen. En het is nog nooit eerder zo geweest dat ik op het toneel naast iemand sta die een extrovertere rol speelt dan ik. Ik ben van ons twee de meest ingetogene in DOEK! Dat was ook even wennen.’

Je hebt het over: de kern van de zaak. Wat is die kern bij DOEK! ?

Peter:
‘De grote lijn is de behoorlijk complexe verhouding tussen een acteur en een actrice genaamd Richard en Lies die samen hun verleden herbeleven en die voor de tweede keer in hun leven voor de keus staan om met elkaar door te gaan of niet.
Dat verhaal bleek de kern van het stuk en dat strookte niet met dat we naast Lies en Richard nog een paar leuke types speelden. Na een paar weken repeteren zei Aat Ceelen: ‘Dat wisselen van die personages, dat gaat ten koste van de grote lijn.’ Dus die andere personages die we zouden spelen, die zijn eruit gegaan, met pijn in ons hart.’

Schrijfster boos?

Peter:
‘Schrijfster moest even slikken ja. En helaas was ik daar altijd bij, want ik woon sinds dertig jaar samen met die vrouw.’

Loes:
‘Ja, voor Peter was het niet altijd gemakkelijk, deze keer. Hij was vaak de brenger van slecht nieuws als hij van de repetitie naar huis ging.
Ik was tijdens het repeteren ook niet altijd overtuigd van de juistheid van onze voorstellen tot verandering. Die voorstellen kwamen dan ook meer van Aat en Peter, dan van mij. Ik was in het begin erg bang dat het saai zou worden zonder hoedjes en brilletjes, maar ik ben er nu heel erg blij mee. We spelen nu alles: heden en verleden door elkaar heen. We spelen scènes uit het privéleven van Richard en Lies van toen en van nu. En we spelen de toneelscènes uit het stuk dat Richard en Lies aan het repeteren zijn. Die toneelscènes hebben dezelfde inzet als het stuk DOEK! Het draait allemaal om de vraag: bestaat er echt en onecht in de kunst en in de liefde? Het klinkt complex, maar het is een heel heldere voorstelling geworden.
De mensen begrijpen alles wat we spelen.
Het is voor mij een ontdekking dat je zonder hulpmiddelen zo de fantasie van mensen kan prikkelen.’

Peter:
‘Kijk, DOEK! is een wereldpremière. Het is nog nooit gespeeld, het moet zichzelf bewijzen. Dat beïnvloedt de repetitieperiode. Je haalt een stel kinderziektes uit zo’n stuk. Dat kan niet anders. Uiteindelijk gaan we in première met de derde versie. Dat is nog heel netjes. Het was inderdaad soms even slikken voor Maria, maar zoals het nu is, is ze er heel erg blij mee. Ach, ze kan wel wat hebben.’

Loes:
‘Wat we doen in DOEK! is echt toneelspelen. Het heeft soms een bijna kinderachtige verbeelding. We zitten samen op een bank, Peter draait zogenaamd aan een stuur, en ik hang tegen hem aan. En dan zeg ik: ‘En toen reden we in een fuik.’ En dan spelen we een gesprek met een politieagent die er niet staat vanuit een auto die er niet is. In die zin is het echt ‘toneelspelen’ wat we doen.’

Jullie spreken over jezelf als ‘spelers’ en niet als ‘acteurs.’

Loes:
‘Ja, ik vind mezelf ook meer een toneelspeler dan een actrice.’

Waarom?

Ze denkt lang na en zegt dan voorzichtig:
Loes:
‘Actrices praten deftiger. En ik ben er niet voor opgeleid. Ik ben van de docentenopleiding, net als Maria trouwens. Ik heb wel veel gespeeld en ook een klassieke rol als Electra gedaan, maar ik heb er nooit deftig bij gepraat.’

Peter, ben jij een acteur of een toneelspeler?

Peter:
‘Ik ben een toneelspeler. Rondom het woord ‘acteur’ hangt een soort kunstzinnigheid waar ik me niet bij thuis voel. Loes en ik zijn een soort spelers die zich verantwoordelijk voelen voor hun publiek. Wij houden ervan om er alles aan te doen om de mensen een fijne avond te bezorgen. Bij het woord ‘acteur’ denk ik aan mensen die op de eerste plaats kunst willen maken en zich minder gelegen laten liggen aan wat het publiek ervan vindt. Loes en ik hebben meer de mentaliteit van een entertainer.’

Ineens barst hij in lachen uit.

Peter:
‘Ik heb net de voorstelling ‘Blasted’ gespeeld. Daarin word ik verkracht, ik verkracht zelf, ik zuig een oog uit en ik eet een baby op. Een shockerende voorstelling. Weinig entertainment, maar toch ook geweldig om te doen.’

Loes:
‘Kijk dat is nou een verschil tussen Peter en mij. Zo’n voorstelling zal ik niet gauw doen. En hij zal niet gauw een bedrijfsfeestje opleuken. Dat doe ik gerust wel. En DOEK! heeft van alle twee die segmenten van het vak iets in zich. Het is een moeilijk artistiek stuk, maar het is wel een heel toegankelijk moeilijk artistiek stuk.’

Is het stuk in de try-outfase geworden zoals jullie hadden verwacht?

Loes:
‘Nee. Ze vinden het veel beter dan ik had gedacht.’

Peter:
‘Ze zijn veel ontroerder dan ik had gedacht.’

Loes:
‘Ja! En ze zitten op het puntje van hun stoel. Dat had ik ook niet verwacht.’

Ik dacht ook te zien dat jullie het fijn vinden om met elkaar te werken.

Loes:
‘Dat is ook zo.’

Peter:
‘Ja, dat is zo. En dat begint met een gelijksoortig idee dat we over het vak hebben. Wij denken volgens mij allebei: een voorstelling spelen is iets aan de mensen geven. Je krijgt wel een hoop terug, maar het begint ermee dat je iets geeft.’

Loes:
‘We zijn van dezelfde bloedgroep. Wij hebben eenzelfde soort ritme in werken. We willen heel veel uitproberen, niet te lang praten, liever doen. Hoewel Peter en Aat DOEK! veel analytischer hebben benaderd dan ik, maar er was geen ergernis. Dat is heel belangrijk. Ik hou niet van lui, ik hou van opschieten. En Aat en Peter ook. En ik hou van vuur na aan de schenen. Bij mezelf en bij anderen. Het niet makkelijk maken voor jezelf. Niet zeuren, uitproberen, alles. Hoe eng dat soms ook is.’

Ik merkte bij de try-out dat de mensen in de zaal heel graag willen lachen. Te graag misschien?

Loes:
‘Peter en ik weten heel goed hoe we de mensen aan het lachen kunnen maken. In die gemakkelijke val willen we niet trappen. Wij houden elkaar heel goed aan de teugels wat dat betreft. ‘Ze moeten er om lachen’, is geen argument.’

Peter:
‘Nee. DOEK! is een komedie. Dat wil zeggen dat het een voorstelling is met humor als voertuig om dát te vertellen wat je wilt vertellen. Maar het moet wel een voertuig blijven en niet datgene waar de voorstelling over gaat. Dan heb je het over een ander genre. Dan heb je het over de klucht.’

Loes:
‘Komedie is een heel moeilijk en onderschat genre. Een echte komedie schuwt de ontroering niet. Mensen zijn bij DOEK! ontroerd over de onmogelijkheid van de liefde. Dat herkennen ze veel en veel meer dan ik had verwacht.’

Voor mij was de kern van het stuk dat er niet alleen moed voor nodig is om groots en meeslepend te leven, maar dat er ook moed voor nodig is om zonder die meeslepende grootsheid te leven. Dat is een visie die je niet vaak tegenkomt in de kunst.

Loes:
‘Ja. Lies maakt in het stuk een keuze die ik niet gemaakt zou hebben, maar die ik graag vertel.’

Peter:
‘Het is de keuze van een gewoon mens. Een mens die zichzelf een kans op geluk gunt. Lies heeft in het leven geleerd dat geluk niet één verschijningsvorm kent. Dat ‘geluk’ op je vijftigste datgene kan zijn waar je op je twintigste zowat van moest kotsen. In dat inzicht zit iets groots.’

DOEK! is van september 2010 tot en met januari 2011 te zien in diverse theaters in Nederland.


→ DOEK!