MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
Uit het dagboek van Maria, gemaakt naar aanleiding van de uitreiking van de Nipkow prijs voor Oud Geld
25 februari 1999

De prijs die de Stichting Nipkow uitreikt is een prijs voor de serie. Dientengevolge was er tot voor kort sprake van dat de AVRO de prijs in ontvangst zou nemen. Een storm van verontwaardiging stak op bij een aantal makers en sympathisanten. Waarom is dat? Waarom wordt daar zo heftig op gereageerd? Gunnen wij de AVRO geen prijs? Integendeel. Wij vinden dat er elk jaar een prijs toegekend moet worden aan de omroep die zich dat afgelopen jaar het meest sterk heeft gemaakt voor het behoud van kwaliteitsproducten. En wat ons betreft was de AVRO dan dit jaar, en niet voor de eerste keer, in de prijzen gevallen. Waarom dan toch die verontwaardiging? Waarom is er zo vaak maar een kleine aanleiding nodig om de spanning tussen een omroep en de makers hoog op te laten lopen?

Is er in het geval van de AVRO en mij bijvoorbeeld misschien sprake van onverenigbaarheid van karakters? Nee. Alle afleveringen van Oud Geld zijn in de eerste versie uitgebreid besproken in scriptvergaderingen waarbij de AVRO vertegenwoordigd was door Justine Pauw, hoofd drama en Gemma Derksen, dramaturge. Die besprekingen zijn 19 afleveringen lang uiterst harmonieus en aangenaam verlopen. Nooit is er gezegd, gesuggereerd, geïnsinueerd dat een scène of een aflevering niet des AVRO's zou zijn en anders zou moeten. Nooit. Niet één keer. "Kuttie kuttie" werd als geestig gekwalificeerd en "Gotgotgotverdomme" als een inhoudelijk verantwoorde krachtterm.

Wat is het dan? Waarom is de kloof tussen omroep en maker, niet altijd, maar wel vaak, groot en ogenschijnlijk onoverbrugbaar?

Laat ik bij de makers beginnen en eerlijk zijn. Wij zijn over het algemeen een monomaan type mens met een absolute, maar beperkte interesse. Wij willen maar één iets heel erg graag: mooie dingen maken. Wij willen dat een omroep ons die gelegenheid biedt en verder interesseert ons omroeppolitiek, omroepproblematiek en omroepbeleid heel erg weinig. Dat het wellicht voor een omroep hedentendage van zeer groot belang is om zich te profileren, daar hebben we wel 'es van gehoord, maar verder helemaal geen boodschap aan. Tot we er last van krijgen. Dan ineens wel.

Wat de andere kant betreft, ik weet van veel omroepen, niet van allemaal, maar van veel, dat de besluitvorming er vaak op een, voor een betrekkelijke buitenstaander, onnavolgbare manier tot stand komt. Ik weet ook dat het ontzettend moeilijk is om een omroeper een uitspraak te ontfutselen die veelzeggend is voor het beleid, dan wel het gezicht van de betreffende club.

Die Kafkaïaanse ontoegankelijkheid werkt ontmoedigend voor een mogelijk geïnteresseerde. En soms denk ik wel 'es: "Misschien is dat ook wel de bedoeling". Misschien heeft de kloof een functie. Want je zal als omroep maar opgescheept zitten met de interesse van makers.

Makers zijn over het algemeen emotioneel reagerende mensen met een groot ego. Als die er zich nou ook nog 'es mee gaan bemoeien! Ik kan me daar iets bij voorstellen. Het is voor een omroep niet te doen om voortdurend allerlei beslissingen te communiceren met de makers. Het is niet te doen en toch is het de enige manier waarop er een brug geslagen kan worden. En die brug moet geslagen.

Vanaf dag één Pleidooi, maak ik bij de televisie mee dat het gebrek aan wezenlijke communicatie tussen opdrachtgever en maker bij tijd en wijle leidt tot explosieve ontladingen in de vorm van een schreeuwpartijtje, een huilbuitje, een boos interview, een faxenregen, of tot één van de inmiddels legendarische woedemonologen van Hugo (Heinen) die als kokend lava over de opdrachtgever wordt uitgestort.

Ook vandaag, deze heugelijke dag bleek dus weer een aanleiding tot het inmiddels bijna vertrouwd aanvoelende gedoe.

Zou direct en helder en open communiceren echt alles oplossen? Ja. Maar er zit één nadeel aan communiceren en dat is het feit dat je de kans loopt om tegengesproken te worden.

Binnen het toneel is dat tegenspreken bijna een must, in ieder geval heel erg gangbaar. Het is zelfs een teken van grote betrokkenheid als de makers de leiding tegenspreken en aanspreken op hun beleid.

Natuurlijk is een toneelgezelschap niet te vergelijken met een omroep. Niets is te vergelijken met een omroep. En toch is het slaan van die brug de enige manier om als omroep met een groep makers tot een consistente samenwerking te komen.

Binnen de groep van makers zijn er wel veel bruggen geslagen. Samenwerking tussen de verschillende disciplines is de grote kracht van Pleidooi en Oud Geld geweest. Voor er een definitieve versie van een aflevering lag was die aflevering uitgebreid besproken met, zoals genoemd Justine Pauw en Gemma Derksen, maar ook met Ross Fraser, de researcher van IdtV, uiteraard met Hugo en met Willem, maar ook met Hanneke Niens, de producente en met Anton Smit, toen hoofd drama.

En we hebben elkaar tegengesproken. We zijn het niet met elkaar eens geweest. Tot jankens toe. Dat is het risico dat je loopt als je samenwerkt. Onenigheid. Ruzie. Gekwetstheid. Allemaal gebeurd. Allemaal goed gekomen. Meer dan goed gekomen.

Het waren altijd gevechten met een open vizier. We hebben veel bruggen geslagen, tussen de makers en de producent bijvoorbeeld, waar tussen een natuurlijk soort vijandschap zou bestaan. Bij ons niet. Anton is van ons. Hanneke is van ons. Samenwerken, het beste in elkaar boven halen. Dat hebben we gedaan. Daarom zijn we een team geworden. Een hecht team. René de la Rambelje, de location scout, die mij opbelt en zegt: "Ik zit hier met Marco, head art department, en we komen er niet uit. Is Pup nu bij Erik ingetrokken of Erik bij Pup? Dat is namelijk visueel een groot verschil".

Geweldig vind ik dat. En wat was het mooi geweest als de omroep als vanzelfsprekend bij dat team had gehoord. Onoverwinnelijk waren we geworden. Oud Zeer.

Afgelopen maandag zaten Anton Smit, Hanneke Niens, Willem en ik met een Egyptische producent te praten en voor we het wisten bleken we terecht te zijn gekomen in het eerste zeer inspirerende researchgesprek van ons nieuwe project: Oud Geld, de bioscoopfilm. Ik dank de AVRO dat ze in deze film willen participeren. Ik dank Anton Smit, de echte motor achter Oud Geld en de inspirator voor Oud Geld, de movie. Ik dank Hugo voor het killen van mijn darlings, voor het altruïstisch editten van Oud Geld. Nog hoor ik zijn lieve stem op het antwoordapparaat: "Ja Marie, met mij zal ik maar zeggen. Eh… alles goed? Wil je me even bellen als het uitkomt? Niks bijzonders hoor.". Dan zei ik tegen Peter. Daar gaat weer een scène.

Ik dank Hanneke Niens, de producente die door te zijn wie ze is mijn vertrouwen wist te winnen en Richelle de Wit, toentertijd de project controller, en mijn steun en toeverlaat voor alles waar verder nooit iemand de tijd voor had. Even lullen over de bloeiende Weigelia in de tuin, of even helpen met een computerprobleem. Ik dank Ross Fraser voor zijn geweldige research en zijn enthousiasme, Gemma voor de dramaturgie en Justine voor de eindredactie. Ik dank de AVRO voor het feit dat ze het hebben aangedurfd met mij.

Ik dank alle acteurs die wat er op papier stond alleen maar altijd mooier hebben gemaakt dan het was. ik dank Rudolf van den Berg voor de regie van aflevering 11 tot en met 15. Ik dank Remco Bakker voor zijn prachtig camerawerk. En ik dank Paleis van Boem, voor de prachtige muziek. Ik dank alle medewerkers voor hun inzet. Ik dank de jury voor hun goede smaak. Ik dank alle vrouwen achter de hardwerkende mannen en alle mannen achter de hardwerkende vrouwen van Oud Geld, met aan het hoofd van dat leger Peter Blok, mijn man, die er altijd was wanneer er tranen vloeiden en bijna nooit als er wat te vieren viel.

En dan Willem. Mijn maatje. Ik dank hem voor alles. Voor het oververmoeid en gebroken op een prachtige zomeravond plots bij mij aan te bellen. En dan die diep treurige blik en die sombere stem die alleen maar zei: 17.26 werkt niet. En dat ie dan denkt dat ik meteen weet welke scène dat is, aflevering 17, scène 26. Nooit zal ik vergeten hoe ie door mijn gang naar de tuin slofte, in z'n bermuda, met z'n vrolijke Hawaïshirt, met om z'n schouder die veel te zware donkere tas met scripts. Voor zo'n regisseur maak je zeven versies. En als het moet nog wel meer ook.