MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
De lezersreacties naar aanleiding van de diverse columns over onze samenleving:

Tsjaa lastige kwestie. Dat snelle gefokte is voor een klein deel cokegebruik, geëvolueerd uit een lange traditie van hasj roken. De echte probleemgroep zijn vooral de Rif-Marokkanen, meestal van Berberse afkomst. Turken en Marokkanen die al een paar generaties in Marokko, in grote steden woonden, behoren in Nederland veel minder vaak tot de probleemgroep.

Een verklaring die je vaak hoort is dat Rif-Berbers (die zijn ethnisch veel meer aan Zuid-Europeanen verwant, waren deels ook joods en christelijk, terwijl de Arabische Marokkanen bijna uitsluitend moslims waren) door tien eeuwen geschiedenis heen enorm mishandeld, geplunderd en onderdrukt zijn. Ze hebben een aantal tijdelijk succesvolle opstanden gedaan tegen de Arabische overheersing, waarvan de bekendste is die ze onder leiding van een joodse vrouw deden: La Kahena. Zij sprak enkele honderden Berberse stamhoofden en hun honderdduizend gewapende aanhangers naakt toe in het stadion van El Jem (nu Tunesië). In deze speech verenigde ze de Berbers, waarna ze tegen de Arabieren ten strijde trokken. De Arabieren hebben na een korte terugtrekking nog veel meer huis gehouden onder de Berbers, dan ze daarvoor al deden. Veel Berberse moslims voelen zich nazaat van zowel de onderdrukte Berbers als van de Arabisch-Marokkaanse cultuur, wat mij nogal schizo lijkt. Diezelfde schizofrene haat-liefde verhouding zie je ook tegenover Nederland, dat geworstel van erbij willen horen en ook eigenheid en trots verzinnen, en daar respect voor eisen.

Marokkaanse vrouwen zeggen dat het allemaal veel simpeler is. In Marokko is de straat van de koning en die heeft bosjes strenge politieagenten en spionnen, en in de Rif allemaal maffiabendes rondlopen. Ouders hebben het gevoel dat ze thuis alles, en buiten niets te zeggen hebben. Want op straat worden hun kinderen opgevoed door de koning en zijn trawanten. Veel Marokkaanse jochies proberen die bendecultuur uit de Rif hier ook weer in te voeren als sociaal systeem.

Je kunt dit ook simpel psychologisch duiden: omdat de eerste generatie Marokkanen het gevoel bleef houden dat ze geheel niet bij de Nederlandse samenleving hoorde en ook niks over de Nederlandse straat te vertellen had, heeft ze haar kinderen totaal niet voorbereid op 'moeten leven met, én in de Nederlandse samenleving'. Op straat mochten haar kinderen door gebrek aan sociale controle dus alles, thuis helemaal niks, als ik effe mag generaliseren. De rotjochies onder de Rif-Berbertjes puberen gewoon op de plaats waar dat het makkelijkst gaat: buiten en op school.
Met wat Marokkaanse Rif-bendegewoontes erbij, trachten ze elke inperking van hun vrijheid om extreem bot te puberen, in te dammen. Feitelijk is het in onze ogen extreme geherrie van die kutjochies gewoon één grote schreeuw om duidelijke en consequente grenzen. Het moet gekmakend zijn voor al die pubertjes, schreeuwen om grenzen en ze nergens krijgen!

Die grenzen krijgen ze dus op veel scholen en op straat nauwelijks, maar wel in die bendes. Daar zit de grote aantrekkingskracht van het bendeleven. De mensen die ik in het onderwijs ken, die met succes voor klassen vol Marokkanen staan, zeggen allemaal: "Je moet niet bang zijn, razendstreng en razendeerlijk zijn, je fouten toegeven, heel goed gesteund worden door de schoolleiding, en dan loopt 80% van de Marokaanse kinderen helemaal met je weg". Dan blijft een deel van die kutjochen nog wel buiten school heel vervelend, maar in ieder geval zijn die jongens dan dertig uur per week wel te pruimen en leren ze ook veel meer en houden de anderen veel minder op. Het is wel dodelijk vermoeiend, maar het werkt echt. Als het goed loopt, worden de allermoeilijkste gevallen dan vaak door hun Marokkaanse klasgenootjes gecorrigeerd. Heb je een soort van bende in je klas, zonder crimineel oogmerk, maar wel met opvoedende kwaliteiten.

Wel snappen de meesten dat leren weinig zin heeft, omdat toch niemand een baan aan een Marokkaan geeft, wat de motivatie in iets moeilijker tijden niet ten goede komt, uiteraard.

En tsja, die arts, vrouw, die in het zwembad een islamitishe jongen helpt en daar mot over krijgt met andere 'moslims', dat is de invloed van de conservatieve, Saoedische, Salafistische islam, die in tegenstelling tot de Malekitische islam van Marokko, een idioot strenge scheiding van man en vrouw propageert. In Marokko zou het in de steden denk ik heel gewoon zijn, als een vrouw die arts is, even een jongen checkt die gevallen is. Maar dat weten die rotjochies helemaal niet, want ze kennen Marokko nauwelijks. Die Salafistische islam biedt een uitweg uit de dubbele schizofrenie van gelijktijdig Berber en Arabisch, en Marokkaan en Nederlander zijn. Volgens Salafisten ben je van maar een groep lid: de islamitische gemeenschap van de Saoedische versie van de islam. Dat was wereldwijd een miniscuul strominkje, ruim twee eeuwen terug begonnen als een hervormingsbeweging die onder andere gelijke rechten voor vrouwen wilde, met als argument dat vrouwenonderdrukking een foute christelijke gewoonte was, waar Mohammed ook al vanaf wilde.
Nu zijn ze helemaal het tegenovergestelde geworden, en ze evangeliseren veel met oliegeld en timmeren goed aan de weg, ook in Nederland.
Overigens zijn verreweg de meeste Salafistische predikers vooral heel conservatief en heel boos over geweld tegen moslims, maar helemaal niet uit op terroristjes kweken.

En agressie tegen andere hulpverleners, tsja, kweenie, vraag het ze zelf, zou ik zeggen, misschien zit daar ook die boosheid van die ouders achter dat de staat en haar trawanten altijd gewantrouwd moeten worden. Het is misschien deels ook de blijheid van de puber: eindelijk een Nederlander die iets eist of verbiedt of ingrijpt (wat meestal ook je rol is als hulpverlener), dus een grens stelt. Het is voor een deel misschien ook de oorlogen in Palestina en Irak, waar moslimjongeren dagelijks veel meer en hardere beelden van zien dan wij. Al Jazeera doet dat op een journalistiek hoogstaande manier, waardoor je je als kijker heel erg met de slachtoffers gaat identificeren. Andere Arabische zenders doen het veel schreeuweriger, wat minder impact heeft. Ik ken dat proces vrij goed van mijzelf twintig jaar terug, het geeft je het gevoel dat de oorlog dichtbij is en dat je wat moet doen. Nederland wordt niet geheel ten onrechte gezien als een trouwe bondgenoot van Israël en VS, en dan heb je er - als boos Marokkaantje met een agressieprobleem omdat je thuis niet kunt puberen en op straat ook al niet omdat niemand je begrenst - opeens een legitiem voelende reden bij om boos te zijn op 'Nederland' en haar vertegenwoordigers. Zoiets misschien?

VRAAG HET ZE! Ik weet het ook allemaal niet, bovenstaand zijn alleen maar speculaties van mij en anderen.

Pieter Smit:

Oh ja, klein beetje hoop geven, toch ook: bijna alle schreeuwmarokkaantjes trouwen voor hun dertigste, en zodra hun eerste kind geboren is, houden ze bijna allemaal op met rotmarokkaantje te zijn. Die, wat veel Nederlanders zien als 'domme blondjes' uit de Rif, temmen zelfs de ergste geteisempjes, lijkt. Of het is hun eigen verantwoordelijkheidsgevoel, of het is iets biologisch, dat het puberen vanzelf ophoudt als het vaderen begint. Geen idee, maar ze worden opeens bijna allemaal brave, saaie, werkzoekende burgermannetjes. Terwijl hun promotiekansen in die bendes objectief gezien veel beter zijn dan op de Nederlandse arbeidsmarkt, waar er massaal tegen ze gediscrimineerd wordt. Toch kiezen ze bijna allemaal voor het brave pad met de geringe kansen. En de meesten gaan qua opvoeden een aantal dingen veel beter doen dan hun ouders het deden, lijkt.

OK Hoi Maria!


Geachte mevrouw Goos,
In uw column in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag schetst u een goed beeld van wat er mis is, niet alleen bij de straatvegers in Amsterdam maar in onze hele maatschappij, als het gaat om het gebruik van agressie en geweld.
Allereerst de moeite die het kost om zoiets leuks als een taart te kunnen bezorgen. Een en al wantrouwen en achterdocht is het antwoord. Iets wat je overal om ons heen ziet. Het gegeven dat de heer Cody zegt dat het allemaal wel meevalt, terwijl ik in de krantenberichten lees dat er toch wel degelijk iets aan de hand is. Weet men van elkaar wel wat er aan de hand is? Wordt er wel gepraat binnen die organisatie, of worden er misschien wat koppen in het zand gestoken? Of is de berichtgeving misschien erg opgeklopt? Kortom, wat is nu eigenlijk waar? Schep duidelijkheid!

Dan het voorbeeld dat jongeren vuil op straat gooien en zeggen dat de straatveger dat ook moet opruimen. Onfatsoenlijk, dat wel. Maar om dat meteen onder agressie te scharen en daar trainingen tegenaan te gooien? Jongeren deden dit 50 jaar geleden en zullen dit over 50 jaar nog doen. Als je als straatveger daar last van hebt, is het je eigen verantwoordelijkheid of je daar iets van zegt of niet. Daar hoef je toch echt niet voor naar een je baas of de krant. We spreken elkaar niet meer aan op elkaars gedrag, dat zijn we verleerd. We zijn verleerd om onze grenzen te respecteren en te bewaken. Het is onmogelijk om een wereld te maken waarin iedereen even aardig is voor elkaar en alle jongeren beleefd zijn tegen ouderen. Laten we wel even met beide benen op de grond blijven.

En dan in mijn ogen het meest stuitende. De dronken Marokkaanse jongeren die bij een zwembad een arts slaan, omdat zij hen zou discrimineren, terwijl zij hulp wil bieden. De arts krijgt vervolgens van de politie het advies om niet meer te gaan zwemmen, vanwege de kans op wraakacties tegen haar. Een prima voorbeeld hoe je duidelijk kunt maken dat agressie loont. En dan vinden we het nog gek ook, dat mensen geen aangifte meer durven en willen doen. Wat heb je aan een sterke arm die alleen maar een slap handje geeft! En wat betreft die jongens. Ik mag toch aannemen dat die zijn aangehouden wegens openlijke geweldpleging, openbare dronkenschap, bedreiging, mishandeling en wat ze nog meer gedaan hebben. En ik neem aan dat deze jongens vervolgens aangifte hebben gedaan, en dat die ook is opgenomen, voor het feit dat zij gediscrimineerd zijn. Zo werkt het immers in onze maatschappij, toch?

Mijn suggestie is om eerst eens naar onszelf te kijken. Hoe willen wij nu eigenlijk met elkaar omgaan? We zullen moeten accepteren dat agressie iets is wat bij de mens hoort. De mate waarin we dat ons leven laten beïnvloeden, dat bepalen wij zelf. Daar zijn we te ver in doorgeschoten. Wat doen wij nu eigenlijk, buiten het kopen van gekleurde polsbandjes, om agressie aan te pakken? Spreken we elkaar nog wel aan als we iets zien wat niet door de beugel kan? Of halen we hulp als het te gevaarlijk voor ons zelf is om in te grijpen? Leren we onze kinderen, en elkaar, nog wel voldoende dat er grenzen zijn en deze op een goede manier te bewaken? Geven we zelf misschien niet te vaak het verkeerde voorbeeld? Laten we onze grenzen weer eens gaan respecteren en hier duidelijk voor gaan staan. Die hebben we met elkaar al lang neergelegd in allerlei wet- en regelgeving. We moeten ze dan wel efficiënt en goed gebruiken. Waarbij goede ondersteuning van de overheid noodzakelijk is. Geen slappe adviezen van 'ga maar verhuizen, ga maar niet meer zwemmen of doe maar geen aangifte'. Pas als blijkt dat dit niet voldoende is, kunnen we kijken of aanpassingen of uitbreiding nodig is.

Gerard de Bruin
specialist in agressie- en conflictbeheersing



Geachte mevrouw Goos,
Uw column verbaast me niets. Het is namelijk iets waar we tegenwoordig mee dood worden gegooid, letterlijk en figuurlijk. Ik krijg het gevoel dat de kloof steeds groter wordt. Uw dochters die uitgescholden worden, hoe kan dat toch?
Ik ben een Marokkaanse geboren in Nederland. Ik voel me geen Marokkaan en ook geen Nederlandse. Want hoe zou je je dan moeten voelen? Ik ben een wereldburger en voel me overal thuis. Mijn moeder draagt inderdaad een hoofddoekje, maar dat zegt nog niets. Ze doet boodschappen, wandelt met haar vriendinnen en maakt een praatje met de buurvrouw, ook al is dat af en toe handen- en voetenwerk. Maar dat geeft niets. Zolang je voor elkaar openstaat, dan kun je met elkaar praten.

Ik zeg altijd maar: "Liefde is universeel en kent geen taal". Iedereen is anders en uniek in zijn eigen soort. Wat zou er anders aan de wereld zijn, als we allemaal Fatima of Kees zouden heten? Ik vrees de laatste tijd voor zoveel dingen, en ik ben 21 en we leven in 2006. Vreemd, dat er dan nog zulke dingen kunnen gebeuren.

Ik schrijf zelf veel en was laatst mijn werk aan 't nalezen en vond een heel toepasselijk gedichtje. Iemand zei ooit tegen me: "Over een paar jaar is de wereld een kop koffie met een scheutje melk erin". En ik hoop dat mee te mogen maken.

Hoop

Hoop doet wonderen
Hoop doet verlangen
Hoop is niet tastbaar
Het zit 'm in het gevoel
In het onzichtbare
Dat waargenomen wordt
wanneer de ogen zijn geopend
En de realiteit niet uit 't oog wordt verloren
Zorgen dat je met beide benen op de grond staat
Alleen hoop doet je zweven
Zweven van verlangen
Verlangen dat je laat streven
Niet krijgen maar weggeven
Laten zien dat we aan elkaar denken
Alleen zo is er weer elke dag hoop!


met vriendelijke groet,
Hakima Mahyo:


Geachte mevrouw Goos,
U schrijft in uw column in het Volkskrant Magazine van 4 maart:
'Ik weet weinig van de geschriften. Maar dat weinige is toch nog meer dan de gemiddelde Nederlander, de gemiddelde krantenschrijver en de gemiddelde cartoonist ervan weet. De Deense cartoon die Allah toont met een bom in zijn tulband vind ik bijvoorbeeld best dom.'

En vervolgens gebruikt u nog drie keer het woord Allah. Kijk, dat vind ik bijvoorbeeld best dom, om uw woorden te gebruiken. Het is niet Allah die afgebeeld wordt, maar Mohammed, zijn profeet. Dat maakt nogal wat uit. Allah heeft nooit echt bestaan, is een door epileptische aanvallen opgewekte hallucinatie, dus het afbeelden van Allah blijft toch een slag in de lucht. Mohammed daarentegen was een mens van vlees en bloed, die leed aan de hormoonziekte acromegaly1, en door de overlevering weten we vrij goed hoe hij eruit heeft gezien, dus lijkt het afbeelden van Mohammed wel historisch verantwoord.

Grote kans dat het verhaal waaraan u refereert niet gebaseerd is op de koran, maar op de overleveringen van de profeet, de hadiths. Als u geïnteresseerd bent in dergelijke cartoons wil ik u graag attent maken op Mohammed's Believe It or Else! van Abdullah Aziz. Een aantal merkwaardige hadiths zijn hierin tot hilarische strips verwerkt. U kunt ze lezen op, of downloaden van http://islamcomicbook.com (als er nog geen censor heeft toegeslagen).

'Als er een land zou bestaan waar geleefd zou worden volgens de wetten van de koran, dan zou ik daar gaan wonen, maar overal ter wereld wordt de koran misbruikt om de absolute macht van de mannelijke overheersing in stand te houden.'

Het probleem is dat vrouwen graag de geschriften uit de vroegere, liberale Mekka-periode lezen, en mannen liever die uit de latere, restrictieve Medina-periode. Toen de beschouwende, vredelievende Mohammed tot de conclusie was gekomen dat zijn tijdgenoten de islam niet goedschiks wilden aanvaarden, veranderde hij in een woeste krijgsheer die zijn overtuiging te vuur en te zwaar verbreidde. Het gevolg is dat teksten uit de verschillende periodes elkaar regelrecht tegenspreken. Dat was moeilijk hanteerbaar, dus hebben de gezaghebbende theologen besloten dat bij tegenspraak een nieuwere tekst voorrang heeft op een oudere tekst. Niet onlogisch, en dus hebben de mannen theologisch gezien het gelijk aan hun kant. Vervelend is wel dat de sharia, de islamitische wet, hierdoor onverenigbaar is met moderne mensenrechten. De Soedanese mensenrechtenactivist Abdullahi Ahmed An-Na’im stelt daarom voor een aantal duidelijke en ondubbelzinnige koran- en sunnateksten uit de (latere, restrictieve) Medina-periode opzij te zetten en te vervangen door teksten uit de (vroegere, liberale) Mekka-periode. Voor orthodoxe moslims lijkt me dat vloeken in de kerk.

De Mohammed (nee, niet Allah) met bom in zijn tulband is dus ontleend aan teksten uit de Medina-periode. We zien hier dat er steeds een bijkomende reden moet zijn, louter het ongelovig of afvallig zijn, is onvoldoende om gedood te worden. Maar terroristen die zich op dergelijke teksten baseren voelen zich nogal snel aangevallen, en dan is een bijkomende reden snel gevonden. De Mohammed met bom in zijn tulband is dus wel degelijk gebaseerd op koranteksten (en op hadiths).

1 Dr. Herman H. Somers: The mysterious illness of the Prophet Muhammed identified
http://users.skynet.be/sky50779/mohammed.htm
2 Valentijn De Boe: Islam en Mensenrechten: Rechtsvergelijkende invalshoeken
Jura Falconis, jrg 40, 2003-2004, nr 3
http://www.law.kuleuven.ac.be/jura/40n3/deboe.html

Met vriendelijke groet,
Pieter Markus:
NB. Op basis van deze reactie heeft Maria Goos in haar column Praatjesmakers op de site, Allah vervangen door Mohammed.


Geachte mevrouw Goos,
Meestal lees ik uw column met plezier, maar deze keer was het me uit het hart gegrepen. Waar is de beschaving gebleven? Het voorbeeld van Catherine Keyl was illustratief en deerniswekkend tegelijk: hoe Amerikaans kunnen we worden? Alles voor de kijkcijfers, het geld, ikkeikkeikke.

Ik ben zeer beschermd opgevoed en kreeg beschaving met de paplepel ingegoten. Mij werd - vrij stilletjes overigens - geleerd dat "ons soort mensen" (OSM) wel beschaving had, het plebs niet. Later heb ik in mijn studententijd gewerkt als ober in een partijenrestaurant, en geleerd dat dit onjuist is - je hebt in elke laag van de bevolking prettig beschaafd volk en klootzakken (die u in uw column "snobs" noemt). Daar kan ik nog veel meer over vertellen, maar het punt is dat ik er veel van geleerd heb. Het is voor iedereen prettiger als je rekening houdt met een (de) ander, en als je de ander vriendelijk en respectvol tegemoet treedt. Waarom is dat dan zo moeilijk blijkbaar? Wat drijft de snob om dat niet te doen?

Ik ben inmiddels al een aantal jaren kinderarts en opleider van jonge artsen. Prachtig werk. Gelukkig is de klootzak (of snob) in onze beroepsgroep relatief ondervertegenwoordigd, en in mijn eigen vakgroep godzijdank afwezig. Ik werk in een mooi team met een goede sfeer. In het ziekenhuis echter barst het er van, van de snobs en de klootzakken. Het bizarre daarbij is dat men dat dan ook nog heel gewoon vindt. Een anesthesist die zijn patiënten beledigt, een chirurg die zijn assistenten afzeikt of voor paal zet ('teaching by humiliation'), het bestaat nog steeds. Het is niet alleen onbeschaafd, het is ook contraproductief (en dom!).

En dan uw hamvraag: hoe brengen we dat onder de aandacht? Volgens mij puur en alleen door het goede voorbeeld te geven. Laten zien dat veiligheid bieden en respect tonen basisvoorwaarden zijn om tot goede communicatie te komen, en om jonge mensen iets te laten leren. Ik ben nu sinds kort aangesteld als hoofd medisch opleidingsbeleid van ons ziekenhuis en ik zal de strijd aangaan met het gebrek aan beschaving. Hoe? Niet door te claimen dat ik gelijk heb, of door te proberen ze te overtuigen. Nee, door het te laten zien. Ik denk dat het gaat lukken, maar spannend vind ik het wel. U heeft me met uw column in mijn missie gesterkt. Hartelijk dank daarvoor.

Met vriendelijke groet,
Paul Brand, kinderarts


Wat een mooi stuk schreef u over beschaving. Werkelijk heel bijzonder.

Een eenvoudiger woord voor innerlijke beschaving vond ik "achting". Niet om af te doen aan uw woorden, maar omdat ikzelf die uitdrukking eigenlijk te vaag vind. Zeker voor de jongeren die men het toewenst.

Ik geloof dat kinderen van nature een achting hebben, die soms niet zichtbaar lijkt door hun onstuimigheid!

Achting betekent, denk ik, altijd jezelf gelijkstellen met de ander in gedrag als signaal van respect, een soort onderwerping. Voorbeeld doet volgen, vooral (!) bij kinderen, kroost, dieren (kijk naar eenden bijv.). Dus van mensen die gebrek aan achting uiten, kan ik gevoeglijk aannemen dat zij dat van de ouders hebben overgenomen. Ouders zijn zichzelf nl. lang niet altijd bewust van de vormen van respectloosheid in hun eigen gedrag. Dwingen om te gehoorzamen bijv.

Zolang het leuk is voor een kind om voorbeeld te volgen, zul je zien dat het de natuurlijke achting ontwikkelt. Zelf :-)

Het lijkt me daarom niet meer dan logisch om de "beschaving weer op de kaart te krijgen" door middel van kersverse ouders in een aantrekkelijke vorm betrekken in een soort cursus/toneelspel, of psychologische training, waar aspecten van achting verkend kunnen worden.

Sterke dingen rond achting vind ik in:
Geweldloze communicatie van Marshall Rosenberg. Ik zou zoiets op diverse niveaus's willen: "eenvoudige" mensen tot academische.

Daarnaast wens ik OOK op de scholen voor de jongsten zo'n soort niveau.

Veel geluk met uw schrijverij.

Met vriendelijke groet,
Hans v. Zuilen.


Beste mevrouw Goos,
In het Volkskrant magazine van afgelopen weekend las ik zojuist uw column met als titel Beschaving. Ik wil daar graag op reageren.

Nieuwe tijden, nieuwe gebruiken, nieuwe vormen van communicatie, ik ben een tijdje als analfabeet door het leven gegaan, toen ik nog niet zo goed ingewerkt was in het computer- en internetgebruik. Ach, ja, de nieuwe technieken brengen weer hun eigen beschavingen mee, als ik de jeugd mag geloven. Wat zij allemaal gewoon vinden, alleen al door de nieuwe vormen van communicatie, dat lijkt over ons en hen heen te lopen. En of daar nog sprake is van beschaving? Een vraag, waar ik het met mijn vier kinderen, nu in leeftijd variërend van 28 tot 18, bijna 19 jaar, wel eens over heb.

Wat me ook opvalt, als ik bijvoorbeeld in een gesprek met mijn kinderen te berde breng dat ik bepaalde omgangsvormen of behandelingen die de jeugd soms te verdragen heeft via school, bijvoorbeeld ad hoc gedrag van schoolleiding, of miscommunicatie van de organisatie, of bemoeizucht van de schoolleiding met zaken die de jong-volwassenen juist zelf zouden moeten leren - ik denk aan de laatste schooldag organiseren bij gymnasiumzesleerlingen - dat dan mijn jongste zoon zegt: "Ach mama, zo gaat dat nu eenmaal, dit is mijn jeugd en ik vind dit gewoon. Ik wil niet horen dat het nu zoveel minder is dan dat het bij de oudste kinderen was. En ik wil van mijn jeugd kunnen genieten en me niet overal druk om hoeven maken. We zien wel. Ach, ze doen maar, die leiding dus. Wij amuseren ons wel en daar gaat het toch om". Tja, wat doe je dan als ouder? Ik was even te snel? Ik was even te serieus? Ik nam het meer voor hem op dan wat hij wil? Ik wil meer kwaliteit en volwassenheid van de leidinggevenden?

Wat mij opvalt is, dat er erg veel veranderd is in het omgaan met jongeren. Leek een tijd geleden alles te kunnen, gedogen was het begrip, nu lijkt men als organisatie alles in de hand te willen nemen. Voor mijn gevoel een doorslaan in reactie. In beide situaties is er naar mijn mening geen sprake van beschaving bijbrengen.

Ik ben de brief anders begonnen dan mijn eerste idee was, maar ja, als ik niet spontaan intyp wat er in me opkomt, dan klap ik dicht, ga ik denken en durf ik niet meer. Zal wel net zo zijn als met voetbal, heb ik recent begrepen, dat moet op intuïtie, dan gaat het pas echt goed. Dat denken, ach, dat zit ons soms dwars, maar echt zonder, dat lijkt me ook weer niet zo. Volgens mij is het zaak maat te weten te houden. Is dat ook een aspect van beschaving?

Ik vind het bijzonder knap dat u een vorm heeft gevonden om een onderwerp als 'beschaving', zo luchtig als u dat kunt, onder de aandacht te brengen. Ik ben het helemaal met u eens dat het de menselijkheid is die verplicht tot beschaving. Hoe we dat onder de aandacht brengen? U geeft het goede voorbeeld. U schrijft erover, u benoemt het probleem. Hoe verder? Ik denk dat het goed is als mensen die gelijkgestemd zijn, elkaar steunen. Ik weet van mezelf dat het mij goed doet als ik bevestigd word. Ik werk zelf bij de Vrouwenrechtswinkel Nijmegen, VRW, samen met ruim twintig meest jonge rechtenstudentes, allemaal als vrijwilligsters. We geven vrouwen gratis juridisch advies op alle mogelijke vragen. Dit doen we om de vrouwen sterker te maken. Natuurlijk leren de medewerksters er zelf veel van, hun studie gaat meer voor hen leven. Ach, u begrijpt het wel, en het is nog gezellig ook bij ons. Ik zie dit alles ook als een vorm van beschaving. Mensen die iets meer weten dan de grote groep, bevoorrecht op een gebied, stellen hun kennis ten dienste van anderen, maar zien ook en vooral in, dat ze er zelf ook wat aan hebben. Nooit is de sfeer zo van, wat zijn we toch goed. Neen, we zijn juist blij als er cliënten komen. En hoe gek het ook klinkt, de laatste jaren moeten we best veel moeite doen voor pr. Alles kost geld, alles wordt steeds meer geregeld en ingekapseld, professionalisering heet dat, hoorde ik laatst. Nou, mooi dat ik dat vroeger anders aanvoelde, dat begrip.

U maakt in uw column een opmerking alsof beschaving een samenhang heeft met het begrip elite. Naar mijn mening is dat niet het geval. Ik zal u twee voorbeelden geven. Zelf ben ik in 1950 in Eijsden, zoals men zegt, de meest zuidelijke plaats van Nederland, geboren, op een boerderij - een eeuwenoude kasteelhoeve - van waaruit we naar het westen en het zuiden België zagen liggen. Ik mocht naar de middelbare school in Maastricht, mijn moeder had de kans om te leren, niet gehad. Ik mocht - naar ik later durfde voelen: ik moest - de kans grijpen om te gaan studeren. Naar de sociale academie in Sittard, kom nou, als je de kans krijgt om naar de universiteit te gaan. Ik leerde graag, begreep van heel veel al heel jong niets, of veel te veel. Mijn grootouders van vaders kant woonden bij ons in huis. Ik, de oudste van vier, heb al erg jong heel veel gehoord en, wie weet, meer begrepen dan veel mensen om me heen, want ach, men mocht me wel. Ik was erg behulpzaam, leergierig en aan moeders zijde het oudste kleinkind. Ik logeerde vaak op de boerderij waar mijn moeder vandaan kwam, waar zelfs vier generaties woonden, jonge ooms en tantes, een hele lieve overgrootmoeder. Daar werd ik als een prinses behandeld. Ik deed erg mijn best, kon blijkbaar goed genoeg leren. En zo kwam ik erg jong op de universiteit van Nijmegen terecht. Bij het kiezen van een studie bleek, zeker achteraf gezien, hoe de milieukwestie -waar men het wel over had - een rol speelt. Een verhaal apart. Ik ben toen wiskunde gaan studeren.

Ik kreeg verkering met Jan, een studiegenoot, waar ik, nadat we elkaar al een tijd kenden in Nijmegen, thuiskwam. Zijn ouders bleken gestudeerd te hebben, vader rector van een middelbare school, moeder studie Nederlands, dus zeer taalbekwaam. Ik, jong en onbevangen, verliefd en blij, bleek nogal afwijkend te zijn, tussen de leden van het gezin, waarvan Jan de oudste is. Zegt zijn vader tegen mij, waar iedereen bij is: "Jij bent zo dominant, als Jan met jou gaat trouwen zal hij nooit leren praten". Ik had het in de mond om te zeggen:"Hij is nu al twintig jaar bij u, als u vindt dat hij nu nog niet kan praten, dan lijkt het me sterk dat het mijn schuld zal zijn als hij stil is". U begrijpt het, ik heb dit niet gezegd. Ik vond dat te brutaal. Ik was stom verbaasd hoe iemand die zichzelf en zijn gezin zag als een voorbeeld voor de streek, de Achterhoek, zoiets kon zeggen.
Nu is mijn vraag, vindt u dit beschaving? Van die vader vind ik dat niet. Van mezelf lijkt het beschaafd, maar ook ik was dom en niet eerlijk.

Het tweede voorbeeld. Ik was in januari drie weken in Suriname. Mijn oudste dochter was daar drie maanden voor co-schappen geneeskunde. Ik heb een geweldige tijd gehad. Ik was nog nooit in een zo andere cultuur en klimaat, het was er geweldig. We zijn ook in de binnenlanden geweest. Apart is het dat je daar verstaanbaar bent in de Nederlandse taal. We zijn in de bush geweest, ver van de voor ons bewoonbare wereld. Ik heb met mensen gesproken, jonge gidsen, die nooit meer hebben gezien dan de bush en misschien eens Paramaribo. Het zijn zulke beschaafde mensen, ze zijn zo attent. Ze zijn zo warm, zo menselijk, zo vol begrip. Ik bedoel, je kunt echt met ze praten, je merkt aan hun reactie dat ze aanvoelen wat je wilt zeggen. Ze helpen je over waterstromen heen, geven je ongevraagd een hand of arm tot steun bij klimmen of dalen over een kale steenberg. Allemaal zo vanzelfsprekend en zonder valse schaamte of verontschuldigingen. En geen sprake van het begrip elite of zo. En of ze wat weten.
Kregen we een rondleiding over de kostgrondjes van een dorp. Op een gegeven moment blijft de gids staan. "Ach, dit is een speciale liaan", zegt hij, "die kan goed gebruikt worden bij buikpijn en moeheid van vrouwen". Ik maak hem even los. Oke, wij geïnteresserd in lianen en planten, want daar weten die gidsen veel van, vragen hoe hij ze herkent, hij vertelt erbij dat dit hier de viagra-liaan is. Wij, mijn man en ik, een moeder en dochter die ook op stage is, geven eerst geen krimp. Laten hem vertellen. Waar is die liaan nou goed voor? Nadat hij nog eens zijn verhaal heeft gedaan, zeg ik hem dat wij de naam viagra van iets heel anders kennen. O ja, daar heeft hij ook van gehoord en inderdaad, deze liaan is multi-functioneel, sommige mannen gebruiken de sappen soms wel. Ik vraag hem of hij weet van de viagra-pil. Jazeker, daar heeft hij van gehoord. Kijk, wie neemt hier wie beet? En hoe zo, wie weet wat? Ik vond het wel humor.

Dit brengt me op mijn laatste punt. Ik denk dat we leven in een tijd van grote leugens. De mensen die het voor het zeggen willen hebben, bedienen zich van termen die meer verhullen dan dat ze echt zeggen. Er is sprake, denk ik, van veel uiterlijke schijn. En de grote massa wordt daar door bespeeld, denk ik. Commercie en reclame drijven op die leugens of leugentjes. Maar ook bestuur en organisatie van publieke organisaties hebben met dit verschijnsel te maken. Als we de premier mogen geloven, moeten we allemaal langer gaan werken. Tegelijk werden vorig jaar zowat alle mensen die nog in de vut konden, ook de vut ingejaagd of gedrongen. Weer de premier, we hebben hoogopgeleide mensen nodig. Tegelijk wordt er o.a. op universiteiten een tekort gecreëerd door diezelfde premier met zijn ministers, door gebouwen en pensioenen op een nieuwe manier op de balans de zetten. Hierdoor moeten zeer goed opgeleide mensen, die uitstekend functioneren, ontslagen worden. Ik weet hier veel van, omdat mijn man, hoogleraar in Utrecht, dit meemaakt en wij ons uiteraard in deze materie verdiepen. Ook hier is weer sprake van een vreemde vorm van beschaving. In de kringen waar mijn man werkt, en door de situatie waarin hij nu verkeert, komt men niet naar buiten met de echte verhalen. Want ach, je zou eens in een kwade sfeer komen. Ik denk dat beschaving te maken heeft met volwassen zijn. En ik ben bang dat heel veel mensen niet echt tot volwassenheid gekomen zijn. Er is, zo lijkt het wel, geen tijd meer om jong te zijn en je te vervelen. Tegelijk is er geen tijd meer, ik doel dan op de jeugd, om op je eigen tijd, je eigen eerste seksuele gevoelens te laten ontluiken. Hierdoor, zo denk ik wel eens, ontstaat er al erg jong een soort vervreemding van jezelf. Is de kans groot dat gevoel voor nuances verloren gaat. Kan er een vorm van botheid, lompheid, ongevoeligheid, afstomping, dikhuidigheid, ontstaan, waardoor het erg moeilijk wordt om nog in de buurt van beschaafd gedrag te komen.

Ook onder ouderen zijn er volgens mij hele groepen die niet volwassen zijn. En juist die mensen durven het aan om beslissingen te nemen, waar een volwassene nog wel eens over na zou willen denken, de tijd voor overleg en advies zou willen nemen. Maar ja, daar is geen tijd voor. Of, zoals het nu lijkt, het lijkt sterk als je durft te beslissen. Ik heb gelezen dat er een groep mensen zich heeft gebundeld onder de naam: van beroepseer naar beroepszeer, of iets dergelijks. Zal bij u wel bekend zijn. Ik ben blij dat er geluiden zijn, als het uwe, van mensen die vinden dat er iets positiefs dient te gebeuren.

Ik denk dat het goed is, als er breed een discussie op gang komt over het begrip beschaving. Zelf zit ik in het bestuur van een oudervereniging van een middelbare school. Via dergelijke besturen is het zeer wel mogelijk om aandacht voor het begrip beschaving aan de orde te stellen. Schoolleidingen dienen een open oor voor ouderverenigingen te hebben en zo is dat een mooie ingang. Daarmee bereik je alle middelbare scholieren en scholen. Tegelijk kan de uitstraling groot zijn binnen Nederland, want zoals u weet is er een hoge organisatiegraad in onderwijsland en kunnen ook docenten en ministerie makkelijk bereikt worden. Oppassen wel, voor inkapseling. Want als we niet opletten komen we in de leugenwereld van deze tijd terecht, namelijk dat men zegt dat er iets gedaan wordt aan verbeteren van beschaving of zo, omdat dit in een protocol staat. Zo gaat dat, en zo verliest iedereen weer. Neen, zaak is het, aandacht via persoonlijk of laagdrempelig contact met de ouderverenigingen te krijgen. Zoals ook 'Beroepseer' aangeeft. En uit onderzoek blijkt onder mensen met allochtone achtergrond, ach het geldt voor ons allemaal: het grootschalige, van boven opgelegde, het zogenaamde aanpakken, het in de hand nemerige; dat alles werkt vervreemdend, beklijft niet. Zou ik mogen zeggen: DAT ALLES ONTBEERT BESCHAVING? Die hoofdletters waren niet mijn opzet, simpel toeval? Ik laat het zo.

U begrijpt dat ik me best in wil zetten om tot iets te komen dat op een positieve manier bij kan dragen tot vergroting van de beschaving, tot meer begrip van onszelf en van elkaar. Kortom: om te komen tot meer cohesie en solidariteit in ons mooie Nederland. Want daarom zijn we toch mens, kuddedier bij uitstek, om het met elkaar hier op deze aardkloot een beetje prettig te maken, voor elkaar en de mensen na ons.

Ik ben wel uitgebreid geweest. Ben vaker door uw schrijven en toneel geroerd en bewogen. Ben blij dat er mensen zoals u zijn, die op een rij kunnen zetten waar ik zelf mee rondloop, die 'orde in de chaos' scheppen. 'Orde in de chaos', zo heet een beeld dat ik heb gemaakt, voorstellend een bol met een wolk deels erom, een eicel met daaromheen een wolk van sperma, uitgevoerd in Belgisch hardsteen. Een magneet, die eicel, die de zaadcellen richt.

Ik groet u vriendelijk en wens u en mezelf toe dat u nog lang en veel inspiratie en energie zult hebben om ons te laten delen in uw creativiteit en vermogen om verbanden te leggen en helder onder woorden te brengen.

Alda van der Eerden-Rutten


Al eerder heb ik gelezen over de last die jullie reinigers hebben in het stadsdeel Slotervaart van jongeren, en het wel vreemde gedrag van de stadsdeelvoorzitter. In plaats dat hij op zoek gaat naar de veroorzakers, adviseert hij een anti-agressietraining voor de reinigers. Naar mijn idee dienen die jongeren zo'n training te krijgen: de zogenaamde TAB (Training Agressie Beheersing) of een SIB (SlachtofferInBeeld). Of laat buurtvaders de jongeren identificeren en met de ouders een gesprek aangaan en tegelijkertijd de jongeren samen met de reinigers laten werken. Dan ervaren ze direct de gevolgen. Dit mail ik naar aanleiding van de column van Maria Goos in het Volkskrant magazine van vandaag. Wat mij daarin ook raakt is de ontzettend dodelijke bureaucratische opstelling van het stadsdeel. Zo krijg je als burger geen vertrouwen in de (lokale) politiek. Via deze mail een hart onder de riem voor jullie werknemers en hoop dat jullie die taart snel krijgen.

Groeten,
Richard Bakker.


Dag Maria Goos,
Ik las je column in het Volkskrant magazine en wil daar graag op reageren. Ik denk dat je wel eens heel erg gelijk kunt hebben als het gaat om de invloed van angstige moeders, die niet in staat zijn hun kinderen een positief wereldbeeld mee te geven in de opvoeding.

Ik werk al meer dan 25 jaar met allochtonen, ik geef ze taallessen. In de laatste jaren ben ik in aanraking gekomen met zgn. 'oudkomers'. Mensen die hier soms al heel lang zijn, maar in al die jaren niet naar school zijn geweest. Het was voor mij een cultuurshock om te ontdekken, hoezeer zij een achterstand hebben ten opzichte van andere taalleerders, die ook al problemen hebben om in dit land te aarden, maar er niettemin enorm hun best voor doen om hier 'thuis' te geraken. Ze zijn tenslotte uit eigen beweging naar dit land gekomen, als vluchteling of door de liefde gedreven.

De Turkse en Marokkaanse moeders zijn inderdaad tegen hun zin uit hun familie weggerukt, staan stijf van de heimwee, en missen bijna allemaal de fundamentele steun van hun echtgenoot. (Toch vinden ze Nederland een prachtig land om hun kinderen een toekomst te laten opbouwen.)

Bij een thema 'opvoeding en seksualiteit' kwamen nogal wat persoonlijke verhalen los. Verschillende vrouwen vertelden over de eerste jaren in Nederland. Ze kwamen niet buiten en waren bang om de deur open te doen als er gebeld werd. Je weet maar nooit, wat voor slechte mensen daar opeens op je stoep zullen staan. Pas toen ze hun kinderen naar school moesten brengen, kwamen ze regelmatig buiten. Ze hadden graag Nederlands geleerd, maar hun mannen wilden dat niet hebben, stel je voor. Ook het leren fietsen werd door sommige mannen als bedreigend ervaren.

Verder werd de eerste huwelijksnacht schoorvoetend besproken; zonder uitzondering waren ze schijtebang voor wat er zou gaan gebeuren. Als je dit leest, denk je misschien aan vrouwen, die hier al 20 jaar zijn? De jongste was 20 jaar oud en de oudste 43. De jongste was hier net voor de inburgeringsverplichting, in 1998, gearriveerd, ze sprak in 2003 nog geen woord Nederlands. Woonde in bij de schoonfamilie, deed daar het hele huishouden, kreeg meteen een kind; ze was zelf nog maar 15, maar volgens haar paspoort al 18!

De vraag: 'Wat doe je als jouw kinderen groot zijn? Mogen ze zelf weten met wie ze trouwen?', bracht de vrouwen soms in een moeilijk parket. Natuurlijk wil je graag dat ze gelukkig worden, maar je wilt de arme families in Turkije ook graag helpen, door een echtgenoot 'op te nemen'.

Ik denk dat Nederland geen idee heeft van de omvang van deze problematiek, laat staan dat men een beeld heeft van de vrouwen die nog steeds niet buiten komen en in absolute eenzaamheid kinderen op deze wereld zetten!

Truus Stelma, Hoorn:
docent Nederlands.


Geachte mevrouw Goos,
Het spijt mij een beetje, omdat ik nu nog steeds met een grimlach om de lippen deze reactie tik op uw column in het laatste Volkskrant Magazine. Want ook ik had na het vernemen van het bericht, dat zelfs de schoonmakers in Slotervaart hun werk niet meer naar behoren kunnen verrichten - omdat de schooljeugd daar, hoezeer zij zelf ook het tegendeel beweert, in haar gedragingen vaak totaal van god los is - het stadsdeel een schamper mailtje hierover toegestuurd. (Hierbij even onderstreept, dat ik weliswaar generaliseer, maar dat de kleine minderheid van kinderen en jongeren voor wie dit niet geldt, de schoen die hen niet past, van mij ook niet aan hoeven te trekken.)

Mijn mailtje aan het stadsdeel behelsde in de eerste plaats felicitaties. Omdat het stadsdeel eindelijk de gerechtelijke procedure had gewonnen, door mij aangespannen. Omdat zij op aanwijzingen van divers schoolmanagement, omkleed met halve waarheden en hele leugens, besloten had tot mijn ontslag uit het basisonderwijs van het stadsdeel. Niet omdat ik mijn vak niet beheerste, maar omdat men noch tegen de resultaten van mijn werkzaamheden, noch tegen de argumenten die ik aanvoerde voor mijn werkwijze, blijkbaar niets anders in te brengen had dan het machtswoord: "Als je niet werkt, zoals wij willen dat jij werkt, dan werk je niet". En blijkbaar is de 'onpartijdige' rechter in Nederland meer gevoelig voor uit de duim gezogen kwaadsprekerij over iemands handelen en motieven, dan voor de motivatie en de behaalde resultaten in het werk van de persoon zelf. Maar bij het juridisch kaatsen moet je het valse spel van je tegenspelers verwachten, dus zelf dan maar sportief blijven en ze feliciteren met het door hun bedoelde resultaat.

In de tijd dat ik in dat stadsdeel mocht werken, ben ik meer getreiterd door de onderwijsbureaucraten en -managers, dan door kinderen. Dus het verbaasde mij dat ik op mijn mailtje - niet echt serieus maar meer bedoeld als een machteloos terugpesterijtje, want ik liet mijn felicitaties gepaard gaan met mijn 'complimenten' voor de behaalde resultaten van hun meer dan tolerante opvoedkundige houding, de 'school Cohen' (de boel bij elkaar houden, dus zeg vooral niets van wangedrag, want dan creëer je misschien wel opstand, het algemeen heersende 'pedagogische klimaat' in deze stad dus) - überhaupt nog een reactie kreeg. Men had het naar de betreffende regelneef op het stadsdeelkantoor doorgestuurd, die wel mag afblaffen. Nee, niet die zich misdragende kinderen of leugens over hardwerkende leerkrachten rondstrooiend management, maar de echte opvoeders - die wat aan dat wangedrag proberen te veranderen, die bezwaren maken tegen vechtende, elkaar bezerende, treiterende, scheldende, zichzelf en anderen in de weg levende jonge mensen, omdat ze niet met lede ogen willen aanzien hoe die jongeren een ongelukkiger samenleving voor zichzelf en anderen creëren, waar het recht van de sterkste, van de jungle, weer gaat gelden, waar de 'zwakkeren', vaak dezelfden die wel weten hoe zij zich intelligent, sociaal en beschaafd moeten gedragen - zich laten intimideren of 'uit de weg' laten ruimen. Dat is precies wat mij daar is overkomen. En in plaats van mij op te stellen als een zombie - zoals de meeste collega's, in de hoop dat dit maatschappelijk slechte weer als een soort onweersbui ooit wel eens vanzelf weer overdrijft - werd ik kwaad van deze behandeling door dit soort stadsdeeltirannen en schoolmanagers. Een kwaadheid, die mij uiteindelijk mijn baan heeft gekost. Woede is immers een van de zeven hoofdzonden. En weliswaar ben ik een atheïst, en absoluut geen religieuze man, maar dat is tegenwoordig zelfs in het openbare onderwijs iets, waar je je niet op voor moet laten staan. Vandaar dat ik nu werkloos thuis zit met een 'beroepsverbod', in ieder geval voor de stad 'Ia-Ia-Am-Star-Dom'.

U begrijpt dat ik al met al weinig redenen heb om de 'drammende, dreigende en draaiende' regenten van deze stad, en die van Slotervaart in het bijzonder, op taart te trakteren. Of ik zou ermee moeten mogen gooien, maar daaruit zou ik dan eens te meer van mijn vermeende 'agressie' blijk geven.

Dus uw opmerking dat men in Slotervaart op eieren loopt, is heel herkenbaar. Die mogen beslist niet breken; men mocht er eens taart van willen bakken. Men durft derhalve niets in te brengen tegen de afbraak van welke vorm van rechtvaardig en gerechtvaardigd optreden dan ook. En daarom wordt er meteen gegild over 'discriminatie', als iemand dat wel probeert. Waren de opvoeders in Slotervaart maar zo slim als dat Surinaamse jongetje dat ik ooit eens in de klas had. Hij zei tegen een, eveneens Surinaams, meisje die mij van discriminatie betichtte ("U discrimineert, u moet altijd Surinaamse kinderen hebben"), omdat ik een Surinaams kind ergens een standje voor had gegeven: "Kijk nu eens om je heen, hoeveel Surinaamse kinderen er op deze school zitten. Denk je nu echt dat alleen maar Nederlandse kinderen wel eens ondeugend zijn?" Kon dit jongetje maar hoofd sector onderwijs in Slotervaart worden. Hij zou ongetwijfeld anders oordelen over een onderwijzer, die het niet tolereert, dat er in zijn klas, liedjes worden gezongen over 'joden, die volgens Hamas aan het gas moeten.'. Die het niet tolereert, dat de jongens in een klas met versgeslepen potloden de meisjes in de ogen proberen te mikken. Die het niet tolereert, dat belangrijk taalwerk na twee minuten afgeraffeld ingeleverd wordt, opdat diezelfde jongens dan naar een pornosite op de klassecomputer kunnen kijken, want daar heb je immers internet voor op school. Die het derhalve ook niet tolereert, dat zo'n joch hem in het voorbijgaan keer op keer 'con de mère' toevoegt. Daarbij helaas niet doorhebbend, dat sommige schoolmeesters zelf in een tijd dat je op de lagere school nog wel wat leerde al (…) Frans leerden, zodat de belediging overkwam enz. Daarom hanteerde ik slechts één regel in die klassen, en die noemde ik 'de regel voor beschaafd gedrag'. En daar hield ik consequent aan vast.

Maar het schoolmanagement zoals dat door vriendjespolitiek in de hoofdstedelijke stadsdelen in de loop van de tijd vorm aannam, was - als iedere priesterkaste, de goddelijke wijsheid in pacht hebbend - niet tevreden met een overzichtelijke regelgeving. Vond dat daar nog minstens honderd regels aan vastgeknoopt moesten worden, zodat men altijd zondaars had. En dan kon zeggen hoe zwaar het werk was, als men thuis achter de computer zijn/haar werk deed (bv. al die regels uittikken). Of op school achter een rood lampje - want administratie en het bedenken van regels waar niemand zich overigens aan houdt - dat is op school datgene waar het op aankomt, des te meer des te beter. Want kinderen echt opvoeden, 'manieren' (voor een beschaafde omgang met anderen) leren? Wie doet dat nou nog heden ten dage? Ouderwets, hoor!

Het resultaat daarvan is met grote regelmaat in de kranten te lezen. En wie niet ziende blind is, zoals de meeste neo-regenten van deze stad, kan het zelf op straat constateren. Zelfs de stratenvegers in Slotervaart zien het en maken het mee. Maar ook die worden, net als iedereen die last heeft van wangedrag van onopgevoede jonge mensen, met een bekend kluitje in het riet gestuurd. Pas als bij een deelraadslid de kluiten door de ruiten vliegen, begint het bestuur van deze eens zo tolerante stad zich op de kop te krabben. Maar daar blijft het voorlopig bij, want voordat dat krabben in dit tempo een voor denken gevoelige laag bereikt, is de samenleving enige generaties verder, vrees ik. En bij taart eten met de pers, want die moet je natuurlijk te vriend houden.

Ik heb dus niet echt een beter voorstel voor u, want daar vroeg u om tot slot van uw artikel. Ik ben moe. Ik lees wel een boek Atheologie van Michel Onfray dit keer, dat mij het gevoel geeft, dat ik niet alleen ben op de wereld. En ik solliciteer voldoende voor mijn WW-uitkering, anders krijg ik last van die andere puistkoppige bureaucraten, van het UWV, maar dan wel buiten het onderwijsveld natuurlijk. Daar willen ze mij overigens ook niet meer hebben. Ik ben waarschijnlijk te oud. En bovendien misschien ook wel terecht, want ik ben een uitstekende, gemotiveerde schoolmeester. Al het andere werk zou ik echt met minder motivatie en met minder plezier doen. Het is niet anders. Maar u kunt natuurlijk altijd een keer bij mij taart komen eten en met mij roepen in de woestijn. Kunt u gelijk zien hoe rustig ik ben geworden, 'achter mijn geraniums'.

Vriendelijke groet,
Sibbe Relleke


Beste Maria,
Als ik die regel van Van Randwijk lees, schiet ik altijd vol. Zo ook vanmorgen, op mijn bankje in de tuin, met koffie en de krant, mijn zaterdagochtendritueel. Ik moet je bekennen, dat ik bijna altijd eerst naar het Magazine grijp, mede vanwege jou. "Dan dooft het licht". Inderdaad, dat is al heel lang aan de gang, maar ook de tegenstroom is op gang aan het komen.

Ik zit drie dagen van de week, twee keer in de metro van Zuidoost naar Nieuwwest en terug. Daar zitten ook veel jongeren in, op weg naar school. De meesten gedragen zich redelijk. Wel maken sommigen heel veel lawaai (vooral meisjes) en gooien openlijk hun patatzakken en drinkflesjes op de grond. Verder nemen ze soms erg veel ruimte in: gaan voor niemand opzij, blijven in de deuropening staan, versperren de weg, etc. Als ik wel eens een jongere aanspreek, om ruimte voor mijzelf en mijn fiets te vragen, krijg ik een grote bek, óf een groot zwijgen en een vernietigende blik. Ik probeer dan altijd maar vriendelijk te blijven.

In de omgeving van mijn werk bevindt zich een aantal VMBO- en ROC-scholen. Meestal heb ik van de rondhangende jongeren geen last. Maar het is vervelend om te zien, dat in de pauzes een bewaker bij Albert Heijn erop moet toezien, dat er maar twee jongeren tegelijk naar binnengaan (mét mandje!), en dat ze later bij de kassa min of meer gefouilleerd worden. Gelukkig gaat dit allemaal vrij gemoedelijk. Maar normaal is anders.

Het lijken allemaal kleine dingen, maar er gaat een bepaalde sfeer vanuit, die ik toch wel bedreigend zou willen noemen. Het bedreigende zit er voor mij in, dat de vanzelfsprekendheid van een beschaafde omgang met elkaar, helemaal weg lijkt te zijn. Het besef dat je nu eenmaal niet alleen op de wereld bent, dat je de ruimte met anderen moeten delen. Een ander zien staan: heel vaak is dat wat eraan ontbreekt. Ik probeer daar vanuit mijn levensvisie (ik probeer een beetje christelijk te zijn) iets aan te doen, door zélf zoveel mogelijk de ander te zien staan. Aan te kijken, te groeten, af en toe een glimlach, als het zo uitkomt. Proberen onbevooroordeeld tegen mensen aan te kijken. Maar af en toe schiet het me helemaal scheef en krijg ik gevoelens, zoals Martin Bril laatst in zijn column uitte (waarmee hij een hoop gedonder over zich heen kreeg). Dat is vooral als ik de rotzooi en de vernielingen zie, en hoe die kleine tirannen soms doelbewust de roltrappen en liften onklaar maken. Dat is ook, wanneer ik over die anti-agressietraining lees: de wereld op zijn kop!

Nu wat betreft jouw Aanpak. Ik ben ontzettend blij met wat je aan het ondernemen bent en zou je van harte willen steunen. Ik weet niet precies hoe, begin dus maar met dit mailtje, om je te laten weten dat je hierin niet alleen staat. Samen kunnen we het licht brandende houden!

Alle goeds,
Everdien Hoek:


Hoi Maria, Ik rol vanuit jouw column direct de computer in. Ik wil zo graag even reageren op jouw verhaal. Wellicht wordt het een onsamenhangend betoog, maar ik wil even direct reageren zonder er al te veel over na te denken (want dan komt het er weer niet van).

Ook ik heb me vreselijk opgewonden over het verhaal van de anti-agressietraining en kort daarna het verhaal over het Mirandabad waar 'geen aanhoudingen zijn verricht'. Vooral dat laatste deed mij stuiteren.

Nu lees ik bij jou de uitleg van Cody over de anti-agressietraining. En dat snap ik dan ook weer. Wat heb je eraan als de vuilnisman waartegen geroepen wordt, zelf een klap gaat uitdelen of na drie weken strak staat van de spanning? Ik sta zelf voor de klas op een vmbo-school, een hagelwitte weliswaar, maar bij ons heb je ook uitwassen. Die vind je vooral terug bij de Lonsdale-jongeren. Maar vergis je niet, op de christelijke school waar ik werk gaan de pesterijen van leerlingen soms heel sneaky en dat is minstens net zo erg in mijn ogen. (Ik heb liever een leerling die mij openlijk kuthoer noemt, dan eentje die stiekem gemene mailtjes schrijft, mijzelf nog nooit overkomen maar mijn collega wél).

Wat wilde ik zeggen, o ja, anti-agressietraining voor getarte vuilnismannen kán nuttig zijn. Soms moet je pestgedrag namelijk negeren. Je schiet er niets mee op om dat niet te doen. Ik kán in mijn klas niet op alles reageren en ik heb geleerd dat het soms ook beter werkt om net te doen of ik het niet zie. Sommige gedragingen wíllen reactie uitlokken en zijn het best gestraft met negeren.

En waar ligt dan die grens? In zero-tolerancebeleid is die grens al heel snel bereikt. Maar de grens is heel persoonlijk. Ik heb collega's die een leerling wegsturen als ze hun boeken niet bij zich hebben. Ik maak me daar niet zo druk om. Ik sla op tilt als ik zie dat een leerling van mij belachelijk wordt gemaakt door zijn klasgenoten, of als iemand de Hitlergroet brengt. Maar ook als iemand achter zijn hand zit te gniffelen en slinks naar mij kijkt. Van dat laatste voorbeeld worden sommige collega's van mij weer niet warm of koud. Weet je, ik ben eerder iemand van de stellingname dan van de nuance. Maar dit is echt een lastige. Moet je optreden als iemand tegen een vuilnisman roept: "Ruim es op?" Wat bedoel je met zero-tolerance? Sommige dingen zijn zo overduidelijk over de grens (het Mirandabad), maar niet alles! Nu ben ik toch aan het polderen, ik weet het, ik wil het niet, maar … lastig!

Het laatste wat je schreef, vond ik trouwens een hele mooie: 'Laat het nou eens vanuit de linkse hoek komen'. Dan zie ik tenminste ook wat herkenning in mijn eigen politieke richting.

Is het verhaal niet al te onsamenhangend? Ik hoop het niet en anders, vergeef me. Ik zit nog in mijn badjas.

dag,
Gertruud Groen


Beste Maria Goos,
Met instemming, maar ook met een oproep aan de verantwoordelijke schoolleiding van alle scholen in Nederland, heb ik uw column gelezen. Zelf ben ik nu 32 jaar werkzaam op een brede scholengemeenschap in de stad Groningen en maak op het gebied van sociale en fysieke veiligheid in en rond onze school dagelijks de porties wel en wee mee.

Onze school kent ruim 100 personeelsleden en 1250 leerlingen, die les krijgen in overzichtelijk georganiseerde eenheden voor vmbo(tl), havo en vwo. Het schoolgebouw is gevestigd in de oude stadswijk Zeeheldenbuurt. In een straal van 1 km rond onze school zijn nog een ROC (2000 leerlingen), een Renn4 school (75 lln.) en een categoraal gymnasium (500 lln.) gevestigd.

Met andere woorden, er houden zich in deze oude stadswijk dagelijks ruim 3800 leerlingen op. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen, dat de meeste overlast in onze omgeving veroorzaakt wordt door leerlingen van het ROC. Een mogelijke oorzaak is de grote mate van anonimiteit, waarin deze leerlingen in ons onderwijssysteem opgaan. De eerste 25 jaar van mijn loopbaan in het onderwijs heb ik volledig les gegeven in l.o. Vervolgens ben ik naast mijn lesgevende taak benoemd tot kernteamleider van het onderwijs ondersteunend personeel en beheer ik als coördinator de portefeuille gebouw en beheer. De laatste jaren heeft mijn managementtaak zich helaas ook steeds meer moeten bezighouden met zorg en veiligheid in en rond de school.

Vanaf het begin in mijn nieuwe functie heb ik ervoor gezorgd, dat de directe buurtbewoners, de buurtconciërge, de lokale middenstand en de directies van de aanpalende scholen mij persoonlijk kennen. Zij weten ook, dat bij een telefoontje over een onveilige situatie in de omgeving van de school er vanuit onze school direct handelend wordt opgetreden. Meestal ga ik er persoonlijk direct op af. Het kan ook zijn, dat een medewerker van mijn kernteam, meestal een conciërge, er direct op afgaat. Als teamleider van het onderwijsondersteunendpersoneel heb ik o.a. de verantwoordelijkheid, om mijn mensen adequaat bij te scholen op gebied van ICT, EHBO, BHV, maar ook in het omgaan met moeilijke of agressieve mensen. Als schoolleiding willen we helemaal niet, dat de zgn. "schoffies van de straat" gaan regeren en hierdoor ook nog de omgeving van de school denken te kunnen terroriseren. Kunnen we als school het niet zelf af, dan wordt de politie ingeschakeld. In Groningen heeft iedere school v.o., sinds het in het jaar 2000 afgesloten veiligheidsconvenant met de gemeente Groningen, een vaste jeugdagent.

Met onze eigen jeugdagent heb ik sowieso, maandelijks een klankbordoverleg. Indien een eigen leerling overlast heeft veroorzaakt, krijgt hij/zij in het algemeen van ons de kans, om gemeend excuus aan te bieden, de fout te herstellen en een straftaak uit te voeren. Bij herhaling worden de ouders/verzorgers ingeschakeld en treedt meestal een schorsing in werking met als laatste optie uitplaatsing naar Rebound.

'k Ben het volledig met u eens, wanneer u eindigt met: "We redden het niet meer met gepolder enz…". Maar laat s.v.p. de juiste aanpak ook van de scholen komen, want een schoolleiding, die zich niet bekommert om het gedrag van zijn leerlingen, ook in de directe omgeving van de school, verwaarloost mijns inziens de belangrijkste kerntaak van het onderwijs: namelijk zorgen voor sociale en fysieke veiligheid in en rond de school!

Met vriendelijke groet,
Herman de Muinck:
57 jaar en nog steeds plezier in zijn werk


Beste mevrouw Goos,
Ik ben een trouw lezer van uw column en wijkgenoot.
Sinds u schrijft over de vuilnismannen van stadsdeel Slotervaart, verslind ik uw stukjes. In mijn vak als trainingsacteur zit ik regelmatig in trainingen "omgaan met agressie". De training met de mannen van de stadsreiniging, stadsdeelraad Slotervaart is mij altijd goed bij gebleven.

We zaten op een voorjaarsochtend rond 8.00u in de kantine van de zeilclub van de Sloterplas, bijeen. De bonkige mannen van de reiniging zaten er verslagen bij. Ze begrepen maar niet, waarom uitgerekend zij werden lastig gevallen. Het voornaamste wat we in de ochtend hebben gedaan, is de verhalen aangehoord en bevestigd dat het niet aan hen ligt, echt niet.

Als trainingsacteur had ik mij verdiept in de rol van etter. Met mij konden ze oefenen in het aanspreken van die jongens. Wat mij opviel, is dat die stoere vuilnismannen het moeilijk vonden om mij als etter, op een overtuigende manier aan te spreken.

Als goed trainingsacteur had ik me in mijn rol verdiept. Waarom zou ik als etter nou vuilnismannen gaan treiteren? Volgens mij zijn het jongens met veel energie. Ze willen graag, maar wat? Hun energie is ongericht. Ze moeten zich ergens tegen af kunnen zetten om zo te ontdekken wie ze zijn. Daar hebben ze hun vader en moeder voor nodig. Als vader en moeder dat niet doen, gaan ze op zoek. Op straat een beetje 'fokken' - vriendjes plagen en uitdagen. Omstanders uitdagen tot reactie. Dit is wel leuk wanneer ze zien dat mensen bang voor ze zijn, maar het geeft hun geen grens/kader/duidelijkheid! Dus verder maar weer. De Albert Heijn in, lekker met z'n allen naar binnen, beetje 'fokken', wat jatten of net doen of je wat jat. Wanneer word ik nou es aangesproken? Daar is het personeel toch voor? De caissières duiken weg, de vakkenvullers kijken toe.

De vuilnisman heeft een duidelijke taak en functie. Hij wordt gewaardeerd, heeft een status. Een ideaal doelwit om te krijgen waar de etters naar op zoek zijn: duidelijkheid. De vuilnismannen schrikken, snappen niet waarom zij worden getreiterd. Het vreet aan ze. Dat werd me wel duidelijk in het houten gebouwtje aan de rand van de Sloterplas. De agressie en het onbegrip kroppen zich op. De vuilnismannen worden ziek, reageren het af, of doen andere dingen waar ze geen vat op hebben.

Wij, als burgers, hebben een plicht. "Red de vuilnisman". Zorg ervoor dat de etters worden aangesproken! Zeg wat van het etterige gedrag. Reageer. Ieder op z'n eigen niveau. Roep van een afstand en fiets snel door. Zeg alleen maar: "Hé, hó of stop". Verwacht geen reactie, ga niet in gesprek. Laat merken dat je die jongens ziet en dat je er last van hebt. Vooral kleine kinderen zijn heel goed in primair reageren, laat ze dat vooral doen! De allerdappersten gaan een gesprek aan. Geef die etters waar ze recht op hebben: contact.

Ger Casparie:


Geachte mevrouw Goos,
Hoezeer ik het met u eens ben, bewijst deze brief. Zoals duizenden mensen wellicht schrijven: 'Ik reageer nooit per brief maar luidkeels in mijn huis, of het nu op de radio is of op televisie of in uw column'. Naar aanleiding van uw Aanpak, ontstak ook in mij een dolle woede die me deed roepen: "Gooi die gasten maar bij het andere vuil, of houd ze een tijdje onder water". Zo'n keurige dame als ik die dat denkt…

Ook mijn dochter is verhuisd om dit soort tuig. Ze durfde na een klacht ook niet verder te gaan in haar 'aanpak', bang als ze was voor repercussies, in een bijna geheel zwarte wijk in Rotterdam. Ze heeft rechten gestudeerd om vluchtelingen etc. te helpen. "Mam", zei ze, "ik word langzamerhand een soort racist". Ze heeft (ook een fout van mij) een vredesopvoeding gehad. Dat had ik beter niet kunnen doen.

Ik zit zelf in het onderwijs en ik kom prachtige mensen tegen uit de hele wereld die hun uiterste best doen om er wat van te maken, hier in dit land. Ik hoor de andere kant uiteraard ook: geen kans op werk, openlijke discriminatie enzovoort.

Neemt niet weg dat ik uw aanpak met spanning volg en bewonder. Laten we zorgen dat het licht groot en overduidelijk zal blijven schijnen. Genoeg is genoeg. Ieder op zijn eigen plek: aanpakken!

Veel succes met alles.

Leny Hitzert


Geachte mevrouw Goos,
In uw column in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag brak u de staf over de beslissing aan de zonen van Pieter en Margriet (en hun vrouwen) een hulpverlenersparkeervergunning te verlenen. Deze kwestie is het zoveelste voorbeeld op rij van een niet te verantwoorden privilegering van een kleine groep die op grond van geboorte een status zou toekomen waar anderen niet aan kunnen tippen. Op een gegeven moment is de maat vol. Voor de één is dat de wijze waarop de Oranjes met de pers omgaan, voor de ander de kwestie rond de paleistrap of het uiterst discutabele veelvuldige gebruik van het regeringsvliegtuig voor privédoeleinden.

Ergernis, naast natuurlijk de veel belangrijkere zorg om de kwaliteit van de democratische spelregels, vormde de aanleiding tot het in het leven roepen van een organisatie. Een samenwerkingsverband voor iedereen die zich bewust is van de corrumperende werking van het monarchale bestel op de samenleving en op de participatiemogelijkheden van de burgers. Deze samenwerking biedt de mogelijkheid om op een structurele manier aan de misstanden, waar de parkeervergunningskwestie er één van is, aandacht te besteden. Het lijstje van voorlopige 'successen' omvat naast het groeiend ledental (1400) een aantal conferenties en manifestaties en een echt tijdschrift De Republikein waarvan het volgende nummer in het teken zal staan van de relatie tussen monarchie en theater.

Mocht u het leuk en belangrijk vinden uw ideeën over de eerder genoemde zaak en ook die over de onderscheidingen, van een structurele context te voorzien, dan wil ik u graag uitnodigen om lid te worden. In ieder geval heb ik alvast het redactioneel van het volgende nummer van het verenigingsblad toegevoegd waarin, het zal u niet verbazen, de hier besproken kwesties aangeroerd worden.

Redactioneel

Als een spreker op een congres verlegen zit om een inleidend woord om zijn of haar verhaal van een pakkende start te voorzien, biedt een greep uit de actualiteit vaak uitkomst. De toepasselijkheid van het verhaal wordt daarbij vaak ondergeschikt gemaakt aan de anekdotische waarde, zoals de gedateerdheid van het voorbeeld ondergeschikt wordt gemaakt aan de behoeften van de inleider. Soms echter hoeven er geen kunstgrepen te worden toegepast om de actualiteit bij het verhaal te betrekken.
Als we willen belichten hoe vaak de koninklijke familie gebruik maakt van kwestieuze privileges en hoe stelselmatig elke kritische vraag hierover verzandt in gemeenplaatsen als gegroeide praktijk, staand beleid, efficiëncy of een verwijzing naar een of andere voorlichtingsfunctionaris, dan worden we door de recente ontwikkelingen op onze wenken bediend. Natuurlijk gaat het bij de laatste serie voorbeelden van het onbeschroomd gebruik van een bevoorrechte positie niet zozeer om dat gebruik an sich. Geen enkel voorrecht wordt vrijwillig opgegeven, de bonusregelingen in de top van het bedrijfsleven leveren hiervoor een pakkende illustratie. Het echte punt van aandacht betreft hier de wijze waarop het gebruik wordt goed gepraat, verontwaardiging wordt ontkracht, ergernis wordt geneutraliseerd.

De inbouw van de dienstlift in het Paleis op de Dam, op verzoek van het hof, van majesteit, vormt een illustratie. Zoals bekend is in het kader van de thans lopende restauratie en verbouwing van het paleis besloten tot aanleg van een extra lift, naast de vier die er al waren. Een monumentale paleistrap zou hiervoor moeten wijken. Monumentenzorg had de staf gebroken over deze 'aanpassing'. Wat ons vervolgens aan berichten bereikt is dat een andere gemeentelijke dienst het toch eigenlijk niet zo'n punt vond, dat de paleislogisitiek toch ook zijn eisen stelt, dat het helemaal niet zo'n historische trap is en dat er toch zorgvuldig met de bouwaanvraag is omgesprongen. 'Het historische trappenhuis van Jacob van Campen was in 1937 al vervangen door een moderner geval, waar hebben we het over!' Verontwaardiging geredresseerd tot een misverstand.

Het overenthousiast gebruik van het regeringsvliegtuig, de Fokker F70, levert een vergelijkbaar plaatje op. We zijn niet goed geïnformeerd als we onze wenkbrauwen optrekken bij het verhaal dat het toestel wordt gebruikt om een prinses op en neer naar Milaan te vliegen, teneinde haar het winkelen een beetje comfortabel te maken. Weer een misverstand dus. 'Veiligheid en efficiëncy zijn vaak redenen voor leden van het koninklijk huis om privévluchten te maken met de KBX (het regeringsvliegtuig)', aldus de Rijksvoorlichtingsdienst.

En wat zou de reden zijn dat de zonen van Margriet, woonachtig in Amsterdam-Zuid, evenals hun echtgenotes allemaal beschikken over de zogeheten 'hulpverlenersparkeervergunning', een vergunning waarmee ze in heel Amsterdam zonder betalen kunnen parkeren? Het gaat hier om een vergunning die artsen en verloskundigen in staat stelt snel hulp te kunnen bieden en die overigens slechts met de grootst denkbare restrictiviteit wordt verstrekt. Zitten de zonen van Margriet in de hulpverlening? De gemeente Amsterdam verwijst naar de RVD. En die verklaart, het zal geen verbazing wekken, dat overwegingen van veiligheid de redenen voor deze bijzondere regeling vormen.

Het patroon waarlangs niet te verantwoorden bevoorrechting wordt uitgelegd als logisch, als voor de hand liggend, als onvermijdelijk, heeft iets Orwelliaans. En het is aan het Nieuw Republikeins Genootschap om hier op te blijven wijzen. Op de bevrijdingsmarkt, 5 mei op het Museumplein, hebben we dat ook gedaan door in flyers te verwijzen naar de paleistrap en de vliegkilometers. De snelheid waarmee de kwesties elkaar opvolgen, onderstreept de relevantie, we zouden bijna zeggen de noodzaak, van onze activiteit.

einde redactioneel

met vriendelijke groet,
Jack Jan Wirken, Nieuw Republikeins Genootschap:


Geachte mevrouw Goos,
Nee, het licht is zeker niet gedoofd! Ik ben het geheel met u eens. Het probleem in Amsterdam komt natuurlijk eerder naar buiten. Zeker een opeenhoping van scholen laat zien wat de macht van de sterkste (helaas) kan doen.
Ik ben ook geschrokken van de oplossing, dat wil zeggen: ogen sluiten en dus niets oplossen. Maar vraag me ook af of deze straatterreur alleen te wijten is aan vmbo-scholieren.

Ik woon zelf in Wassenaar, mooi in het groen en je zou zeggen erg rustig. In de twee jaar dat wij hier wonen is onze auto meerdere keren flink beschadigd: een dansparty op het dak kan flinke deuken geven! De "werkauto" is ook al aan de beurt geweest en er worden geregeld allerlei vernielingen aan "straatmeubilair" gepleegd, planten uitgerukt enzovoort. Elk weekend komt daar nog een hoop lawaai bij. Dom om langs een route te gaan wonen waar de school en hockeyjeugd na het uitgaan weer naar huis moeten!

De oplossing: inderdaad zero tolerance, maar dan moet er wel veel blauw bij op straat. Maar niet alleen dat: al deze kinderen hebben ouders; waarom is het niet bij deze kinderen ingebakken dat je een ander respecteert. Er valt nog een hoop over te zeggen. Ook ik hoop dat de oplossing van links komt! Steun als eerste deze schoonmakers, desnoods met de politie in de buurt, maar laat ze gewoon hun werk kunnen doen, ook in schooltijd! Hopelijk komen er mensen die problemen op durven te lossen in Den Haag en niet de figuren met lef die het meisje Pasic wegsturen, maar de echte problemen negeren.

Dank u voor uw mening in de krant, zeer helder en uit mijn hart gegrepen.

Met vriendelijke groet, Ruthy Feenstra:


Hallo Maria Goos,
Het is er jammer genoeg niet eerder van gekomen. Had al weken geleden willen mailen. Want die taartenactie vind ik een hele goede!

Het is namelijk wel eens goed voor alle duidelijkheid om na te gaan, zoals jij doet in de column van vandaag, wat je hebt meegemaakt in je eigen wijk.

Mijn rijtje:
Ooit woonde ik ruim tien jaar in de Pijp aan een speeltuin waar per dag honderden kinderen van nul tot een jaar of twintig gebruik van maakten. Op steenworp afstand was ook een politiebureau. (De agenten zag je alleen wanneer ze lopend bij de melkboer op de hoek een broodje kochten.) In bed luisterde ik naar de soms vurige onderlinge discussies (tussen het overigens zeer ritmisch drumconcert op hekwerk en de houten keet van de speeltuinvereniging door). Daarbij waren de meningen grofweg verdeeld in: zij die begrepen dat ze hier kansen kregen welke ze nooit in eigen land zouden hebben gehad en er voor gingen om die te benutten. En degenen die met de nodige pathos een diepe wrok koesterden en het Nederland en de Nederlanders betaald wilden zetten.

Onze fietsen kwamen om de haverklap in andere handen terecht en op een keer zag ik een dag na de zoveelste ontvreemding de fiets van mijn middelste dochter rondrijden over het plein. Ik ben erop af gegaan en na enig verbaal getouwtrek kon dochterlief weer fietsen. Wel meldde ik het voorval op het politiebureau. De dienstdoende agenten verklaarden me voor gek: wat ik had gedaan was levensgevaarlijk!

Nu woon ik alweer enige jaren in een andere buurt die bekend staat als een achterstandswijk. (Niet zozeer vanwege het hoger dan landelijk gemiddeld aantal Nederlanders met wortels elders, maar vooral door de groeiende economische en sociale achterstelling van het merendeel van de buurtbevolking.) Net als bij jou moest mijn geveltuintje het een aantal keer ontgelden, evenals het houten bankje dat ik naast de deur had neergezet. Ik heb in de loop van de tijd diverse keren eierstruif van mijn ramen geschraapt. Ben zo nu en dan uitgescholden en ben me rot geschrokken door rake klappen op de ramen (tot ver na middernacht aan toe). En voor meisjes is buitenspelen niet altijd een veilig en onverdeeld genoegen.

In onze buurt woont een aantal actievelingen, dat buurtbewoners mobiliseert en contacten onderhoudt met de deelraad. Van de laatste hebben we een paar keer geld gekregen om buurtfeesten te organiseren, die door velen werden en worden gewaardeerd. Maar een feest is natuurlijk geen structurele oplossing voor bestaande problemen. Die worden stelselmatig door de politie gebagatelliseerd en afgedaan als kwajongensstreken. Er moet eerst wat gebeuren voor er kan worden ingegrepen, is de boodschap. (Tijdens het meest recente gesprek werd mij verzekerd dat ik het niet zo moest zien. Maar toen een vers gekozen deelraadslid bij de buurtregisseur over de problemen in de buurt navraag deed, kreeg ze het antwoord dat er niets aan de hand zou zijn.) Hoewel het dagelijks bestuur van de deelraad er niet zo blij mee was, dat er tijdens het inspreekuur in de raadsvergadering problemen werden aangekaart, hebben we wel medewerking gekregen om de jongeren door sport een alternatief te bieden voor het verveeld hangen op straat.

Ook bij mij brandt het lichtje nog: ik ga door met actieve betrokkenheid. Ook ik sta achter Zero Tolerance in combinatie met een ondersteunende aanpak in de vorm van het organiseren van sportactiviteiten, begeleiding bij projecten die de jongeren zelf initiëren (videofilm maken, een musical schrijven/uitvoeren, een webpagina opzetten) en op regelmatige basis op informele wijze de deelraad/betreffende ambtenaren laten luisteren naar wat de jongeren zelf willen. Dat is in het kort waar wij in onze buurt mee bezig zijn (op poten te zetten).
Heel erg bedankt voor je column,