MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
Helder denken (nr 5)
Het is een paar jaar geleden dat ik haar tegenkwam. Het was bijna kerst. Ik liep in een slaapzakachtige lange jas door de nacht. Zij kwam de hoek om, op blote voetjes, met alleen een trui en een onderbroek aan. “Waar ga je naar toe?", vroeg ik en natuurlijk zei ze: "Ik ga naar huis." Hoopvol keek ze me aan. M'n moeder. Ze leek sprekend op m'n moeder. Dezelfde felblauwe ogen en hetzelfde strijdbare hoofd met de korte grijze haartjes. Toen we eindelijk haar huis hadden gevonden en met behulp van de wijkagent naar binnen konden, zwaaide ze me vriendelijk uit. “Tot morgen", zei ze.

Met de kerst zat ze bij ons op de bank naar het kerstcircus te kijken. Bij alles riep ze: “Dat kan ik ook." Ik bleef haar een paar keer per week bezoeken. Haar zoon, een horecaondernemer, woonde op een warm eiland. Soms schreef ik iets in het logboek van de thuiszorg. Ik schreef bijvoorbeeld dat ze de gaskraan moesten dichtdraaien als ze geweest waren. Ze wilde namelijk nog wel es een kopje thee zetten, maar dan in een soepkom die ze op een open niet aangestoken gaspit zette. Ze wilde ook nog wel es een sigaretje opsteken in de keuken. Vandaar. Ik kreeg, via een bericht in het logboek, en niet telefonisch, het vriendelijke verzoek van een manager van de thuiszorg om mevrouw niet meer te bezoeken. Als mevrouw maar iedereen begon binnen te laten, dan was het voor de thuiszorg ondoenlijk om nog overzicht te houden. De manager bleek telefonisch onbereikbaar. Toen heb ik iets belachelijks gedaan. Ik heb mijn c.v. naar de thuiszorg gestuurd. Ik heb geen ontvangen prijs onbenoemd gelaten en het ‘officier in de orde van Oranje Nassau' heb ik bovenaan gezet. Er kwam geen reactie. Mijn bezoeken werden blijkbaar gedoogd.

Op een nacht was ze weer de straat opgegaan, nu zonder onderbroek aan. Half naakt was ze gevallen. Toen werd ze gedwongen opgenomen. De manager van de thuiszorg deelde het mij mee, deze keer telefonisch. Hij bleek een stuk aardiger dan ik vermoeden kon. Ik bezocht haar nog een paar keer op de afdeling waar ze ter observatie was opgenomen. Ze kon in haar bed gaan liggen op de kamer die ze moest delen met anderen, ze kon door de kale, helverlichte gangen schuifelen, of ze kon in de televisiekamer gaan zitten. Dat was een soort klaslokaal met hier en daar een formicatafel en een grote televisie aan het plafond. De laatste keer dat ik haar bezocht moest ze naar de wc. Ik ging een verpleger waarschuwen want het leek me dat ze geholpen moest worden. Maar ‘mevrouw kon alleen naar de wc.' Mevrouw kwam terug van de wc met haar broek vol stront. Ze vond het zelf ook walgelijk stinken. Een verpleger heeft haar toen verder geholpen.
Tot daar ging mijn mededogen. Ik wilde niet meer zien hoe ze achter de strook gewapend glas naast de gesloten deur naar me zwaaide. Ik wilde niet meer horen dat ze op haar zoon wachtte die eindelijk z'n zin had; z'n moeder was opgenomen. Nu was er voor hem helemaal geen reden meer om haar nog es te bezoeken want ze was in veilige handen. Ze heeft nooit geweten wie ik was. Ik was elke keer als ik kwam een compleet nieuw iemand voor haar.

Het verhaal van haar en mij is één van de verhaallijnen uit de bioscoopfilm Leef! geworden. De NPS heeft deze film mee geproduceerd. De NPS moet weg. Dat hebben de fractievoorzitters besloten. De NPS zit op net 3. Daar wordt succesvol samengewerkt tussen de VARA, de VPRO en de NPS. Dat is kostenbesparend en drie kunnen meer dan één. Op net drie wordt gewerkt aan een nieuwe kwaliteitsserie genaamd Waltz en die mag wat kosten. Maar het moet afgestraft. De TROS (wat doet die omroep binnen het publieke bestel?) mag blijven. De AVRO, die geen geld meer beschikbaar kon stellen voor kwaliteitsdrama maar wel miljoenen beschikbaar bleek te hebben voor het debacle ‘de publieke omroepsoap', mag ook blijven.

Gisteravond reed ik over de snelweg onder elektronische informatieborden door, met daarop de boodschap: ‘I love afstand houden.' Heeft u nu ook steeds vaker het gevoel dat Nederland kapot gaat aan bestuurlijk onvermogen? Hoe kan het toch dat de gewone menselijke maat, het gewone heldere denken, meer uitzondering is dan regel? Ik moet spanning en stress vermijden van de dokter. Dit in verband met mevrouw Ménière die in mijn bovenkamer op vol pension is, maar er is wel erg veel om woedend over te worden. Heel erg veel.