MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
PAPIER HIER (nr 43)
Een paar weken geleden wilde ik een taart brengen naar de reinigers van stadsdeel Slotervaart te Amsterdam. Deze reinigers hebben het moeilijk. Ze worden bekogeld met eieren en tomaten, ze worden bedreigd en beledigd door groepen Marokkaanse jongeren. Het duurde even (twee weken) voor er iemand van stadsdeel Slotervaart mij kon zeggen waar de taarten naartoe moesten. Ik kreeg van de persvoorlichter (!) een adres door. Op dat adres zou hoofd reiniging, meneer Cody Vogel, de taarten in ontvangst nemen en hij zou mij iets uitleggen over de problematiek in stadsdeel Slotervaart. Helaas, toen ik aan de balie stond, met de taarten, was Cody Vogel gevlogen. In vergadering. 'Ik denk dat ze meer issuetjes op tafel gooien dan normaal', zei de vriendelijke receptionist. Taarten afgegeven, kaartje erbij en huiswaarts.

Na een uur belt Cody Vogel op. "Sorry, een inschattingsfout van de receptionist, ik stond gewoon doorgeschakeld."
Volgens Cody is de hele problematiek door de media sterk overdreven. "Met dat mes en die bedreigingen, dat is van vier jaar geleden. Nu is de situatie niet bedreigend."
"Wat is er dan wel aan de hand, Cody ?"
"Nou, er zijn hier veel scholen, onze vegers ruimen de boel op, ze draaien zich om en dan ligt het weer vol en leerlingen hebben ook wel de neiging om de dingen op straat te gooien en dan tegen de vegers te zeggen: 'Dat moet je ook opruimen', maar de situatie is hier niet bedreigend."
Ik vertel Cody dat er in verschillende kranten met verbazing en verontwaardiging is gereageerd op het feit dat de oplossing voor het probleem gezocht wordt in het geven van een anti-agressietraining aan de reinigers. Ik wijs hem op een brief van de heer R. Bakker, aan het stadsdeel gericht en met een cc voor mij. R. Bakker schreef de brief n.a.v. de aflevering 'Klein gebaar' van deze rubriek. Hij stelt het stadsdeel voor om de jongeren die de reinigers lastigvallen een T.A.B. te laten volgen. Een T.A.B. is een training agressiebeheersing. Hij stelt ook voor om via de buurtvaders de ouders van de jongeren te traceren en om die ouders gedeeltelijk verantwoordelijk te stellen voor het gedrag van hun kinderen. En dan is er nog de S.I.B., de 'slachtoffer-in-beeldaanpak', waar daders via slachtoffers worden geconfronteerd met wat ze hebben aangericht.

"Maar wij denken wel degelijk die richting op", zegt Cody. "Waarom lees ik dat dan nergens, Cody?" Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan zegt Cody: "Ik vind het moeilijk om er zo over de telefoon over te praten." "Ik kom niet nog een keer naar Slotervaart", zeg ik, "maar ik wil wel morgen om vijf uur in het café bij mij om de hoek afspreken." Daar moest Cody even over nadenken. Na een paar uur belde hij me op. Hij vindt het goed. Dus nu hebben we een afspraak. In café East of Eden, morgen om vijf uur. Hij brengt wel iemand mee. Iemand van de afdeling communicatie.
"Waarom, Cody?"
"Dat is handiger."

Als je niet oplet, accepteer je zoiets als een sluitend antwoord, maar ik kwam net onder de douche vandaan en was fris van lichaam en van geest, dus ik vroeg: "Handiger voor wie?" Cody: "Voor mij. Voor mij is het handig dat er iemand bij is die hoort wat ik zeg." Er wordt in Slotervaart niet alleen met eieren gegooid, ze lopen er ook op. Sorry, voor deze flauwe woordspeling. Ik denk dat ik Cody begrijp, maar we gaan het morgen allemaal meemaken, dus ik laat het hier even bij, maar… wordt vervolgd.

Ik wou dat ik met meneer R. Bakker naar de afspraak kon, maar die blijkt op vakantie.
In mijn stad, heerlijk Amsterdam, in het prachtige De Mirandazwembad (genoemd naar Monno De Miranda, een joods sociaal-democratisch gemeenteraadslid, vermoord in 1942) is een arts van het VU-ziekenhuis in het gezicht geslagen toen zij een onwel geworden dronken Marokkaanse jongen wilde helpen. 'Het werken werd haar door een groep van twintig jongens onmogelijk gemaakt. Toen de ambulancedienst wegreed werd er geroepen dat "het ambulancepersoneel racistisch was want bij een autochtoon hadden ze veel sneller geholpen".' Aldus het Parool. De arts kreeg van een politieagent het advies 'de volgende dag maar beter niet te gaan zwemmen'. De jongens zouden wel eens terug kunnen keren om massaal wraak te nemen. Zou dat nou een overtrokken voorstelling van zaken zijn? "Ja", zullen veel bestuurders roepen. En waarom ze dat roepen, daar hoop ik morgen een antwoord op te krijgen. Je hoort ervan.
En nu? Nog maar eens een paar taarten brengen? Naar het zwembadpersoneel? Ambulancepersoneel? De arts van het VU? Iemand anders een beter voorstel?