MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
Tas (nr 24)
Ik sliep. De telefoon ging. Een man vroeg of ik mijn tas kwijt was. Toen begon er een dialoog die zowel voor hem als voor mij verwarrend was. Hij riep telefoonnummers die ik opschreef. Ik beloofde hem om die nummers te bellen. Wellicht dat iemand die ik kende een tas kwijt was. Vraag me niet deze gedachte, die mij heel logisch voorkwam, uit te leggen, maar zo ging het. Pas toen ik de nummers op papier zag staan, herkende ik ze als mijn eigen telefoonnummers. "Meneer? Die personen van de telefoonnummers die u net opgaf, die ken ik inderdaad. Die personen wonen hier in huis, bij mij. Eén van die personen ben ik." Deze ingewikkelde zinsconstructie was bedoeld om te verhullen dat ik nog half sliep. Alsof dat iets is om je voor te schamen als je om kwart voor één uit je bed wordt gebeld. Inmiddels liep ik bloot en bibberend door het huis op zoek naar mijn tas. De man aan de andere kant van de lijn had ook een probleem, maar dat begreep ik pas later. Hij probeerde uit te vissen of de tas die hij gevonden had mijn tas was, zonder specifieke informatie over de tas te geven, want dan kon ik wel ‘es zeggen dat de tas van mij was, terwijl dat helemaal niet waar was. Ja ja, we leven in barre tijden. Om die reden zei hij dat het om een rode tas ging. Ik, op mijn beurt, ging ook omzichtig te werk, want door mijn halfslaap heen begon een stemmetje te roepen: "Niet je pincode geven. NIET JE PINCODE GEVEN!"

De Marokkaanse (ik zeg het er maar even bij, want als ie iets crimineels had gedaan, had het er ook bijgestaan) meneer en ik raakten steeds verder verstrikt in een gesprek waarin we allebei geen informatie willen geven maar wel krijgen.

Inmiddels zat ik bibberend gehurkt in de gangkast tussen de emmers en de stofzuiger in een stapel tassen te wroeten op zoek naar een rode tas. Ik was even in de veronderstelling dat alles opgelost zou zijn als ik de meneer aan de andere kant van de lijn kon zeggen dat ik de rode tas had gevonden. Toen had ik een helder moment: "Meneer, waar heeft u de tas gevonden?" Na een korte stilte antwoordt hij: "Bent u misschien in de buurt van het Leidseplein geweest en hoe laat was dat dan?"
Leidseplein? Dat kwam me bekend voor. Maar ging ook wel een beetje richting pincode.
"Bedoelt u het Leidseplein in Amsterdam meneer?"
Wederom een korte stilte. "Ik bedoel het plein waar een tram rijdt."
Toen waren we uitgepraat. Ineens kreeg ik een andere man aan de telefoon die heel vriendelijk maar ook erg kordaat klonk: "Mevrouw, mijn collega trambestuurder heeft op de rails een tas gevonden. Die tas kunt u tot half twee ophalen in de tramremise in de Havenstraat. Als u dat niet doet, dan kunt u de tas over twee dagen bij de gevonden voorwerpen van het GVB ophalen. Heeft u een pennetje voor het adres?"

Inmiddels ging de andere telefoon. Een radeloze echtgenoot. "Ik ben de tas kwijt, de mooie dokterstas en gister zei ik nog: Wat hou ik toch van die tas, weet je nog, en nu is ie kwijt!"
"Maar die is toch niet rood?", vroeg ik.
Weer een stilte. Weer iemand in verwarring. "Nee, donkerbruin", zegt hij aangeslagen.
Ineens had ik alles door. Helder en vrolijk zei ik mijn man naar de tramremise in de Havenstraat te fietsen. Hij begon een klein beetje te schreeuwen: "Iemand heeft in de tram een rode tas laten liggen, dat is toch iets anders dan dat mijn donkerbruine dokterstas van de bagagedrager is gevallen?"
"Als je opschiet kun je hem ophalen in de Havenstraat."
"Waar is de Havenstraat?", riep mijn man en ik realiseerde me dat hij de wanhoop nabij moest zijn, want normaal gesproken vreet hij nog liever de plattegrond van Amsterdam op, dan dat ie mij vraagt om uit te leggen waar ie naar toe moet.

Een half uur later stond de tas, een beetje glanzend van geluk, op ons bed.
Een dag later sprak ik een mevrouw die haar respect voor haar alleenstaande dochter met vier kinderen uitte door naar haar haar te grijpen en daarbij te roepen: "Shampoo!" Het duurde even voor ik doorhad dat ze bedoelde: "Chapeau".
U begrijpt, mijn week kan niet meer stuk.

Lieve trambestuurder, rijdende in een tram die het Leidseplein te Amsterdam passeert, bedankt voor uw eerlijkheid: "Shampoo!"