MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
HERFST (nr 11)
Er waren jaren dat ik te laat was. Dan waren de bomen al kaal. Alleen aan de boomconfetti op de grond was dan nog te zien dat het weer een spectaculaire stormfeest was geweest.

Dit jaar was ik te vroeg. Liep ik zes weken geleden door een rustig loofbos. Heel mooi, maar saai. Bomen in afwachting. Daarna gebeurde er van alles, moest er van alles, werd het leven tegen de afspraken in toch weer te vol en te druk, dus ik had me er al bij neergelegd dat ik dit jaar weer te laat zou zijn. Maar toen reed ik naar het noorden. Door de Drentse bossen. En het waaide. En ik zag bomen langs de snelweg. Veelbelovende bomen. Toen ben ik uitgestapt. Och, lieve, lieve herfst. De braverikken onder de loofbomen waren groen bebladerd, want de natuur is groen. Binnen die beperking hadden de braverikken wel alles uit de kast gehaald: saliegroen, grasgroen, olijfgroen, saaigroen, hardgroen een plechtig soort groen, kerstgroen en eucalyptusgroen. Maar daartussen stonden de ondeugende meisjes. Uitbundig gooiden zij hun bos haar los en zwierden ermee naar alle kanten; rood, oranje, bruin, hoogblond, korenblond, vlasblond. "Welkom, welkom", schaterde het bos en miljoenen en miljoenen blaadjes vielen op de grond. Alleen de herfst kan zo uitbundig, zo vol overgave, zo in verrukking over zichzelf, zo overweldigend de zomer verleiden tot afscheid nemen.

Troostend. Geen seizoen zo troostend als de herfst. Toch schijnen mensen massaal depressief te worden in de herfst want het donkert vroeger en de geur van versterf hangt in de lucht. Het kan mij niet vroeg genoeg donkeren en de geur van versterf hangt toch wel in de lucht. Alleen wil die malle zomer ons drie maanden doen geloven dat dat niet zo is en daar kan ik niet tegen. Daar word ik depressief van; de zomer. De zomer is de puber onder de seizoenen. De zomer wil ons doen geloven dat alles eeuwig zal duren. De zomer bast in auto's, knalt over de grachten, joelt op terrassen. De zomer is van alles te veel. Te veel open deuren, te veel bloot, te veel lawaai. Als je bij de beter gefortuneerden hoort zoals ik en je in een buurt woont met voornamelijk koopwoningen, dan weet je dat elke zonnestraal wordt begeleid door het geluid van jankende zaagmachines, krijsende schuurmachines en teckende tackapparaten. Ik weet niet wat ze zijn, maar ik ken hun geluid heel goed; 'tack' namelijk, en dan een zuchtje. Onuitputtelijk kan zo'n apparaat tacken en zuchten en als het af is, fijn een tuinfeest. Dan verlang ik alweer intens naar de herfst. De zomer is de dommerik van de vier en ook nog es overmoedig en ordinair en daarin meedogenloos. Ik heb het hele seizoen voortdurend het gevoel dat ik op de verkeerde plek zit. Het verkeerde strand, verkeerde festival, verkeerde concert, verkeerde bospad, verkeerde terras, verkeerde stad, huis, land. De zomer biedt geen beschutting, niet aan de mensen en ook niet aan de koeien in de wei waarin de boer, de natuurmens, geen boom met beschuttend bladerdak wil neerzetten. In de zomer verbranden de bossen en worden de dieren alleen gelaten en verlaat iedereen zijn huis om ergens anders, in een huis waar het bijna altijd minder is, het topseizoen te vieren. Ook zo treurig: al die lege huizen in de stad waar je niet even naar binnen kunt voor een glaasje wijn want de bewoners doen mee aan de jaarlijkse exodus.

Ik heb even overwogen om voor mijn vijftigste verjaardag aan alle gasten te vragen of ze, bij wijze van cadeau, deze zomer allemaal thuis zouden willen blijven, maar ik geloof dat dat een beetje veel gevraagd is, dus zal ik zelf ook weer gaan, maar het liefst met iedereen mee; gezin, vrienden, honden. Ik geloof dat ik het van mijn moeder heb. Die kon ook niet tegen de zomer. Als het dagen achtereen broeide, zonder een verlossend regenbuitje tussendoor, dan sloot zij 's middag alle deuren en gordijnen en die gingen niet meer open, Zaten we met drieëndertig graden binnen bij de koude kachel met de kaarsjes aan. In de herfst leefde ze weer op, net als ik.

Alles verdwijnt, alles sterft. Ja, dat is waar en is het niet heerlijk dat de natuur daar zonder te zeuren aan meedoet? Alles is eindig, gelukkig wel ja, maar alles gaat ook door. Elke struik, elke boom heeft alweer de belofte van nieuw leven in zich. Vorige week reed ik 's nachts door een nat bos. Ach, die bomen. Die donkere kletsnatte donkere glanzende boomstammen. Als een paardenhuid. Je zou ze willen omhelzen, die stammen en ze een dekentje omslaan. En dan weer lekker naar huis. Deuren dicht, haardje aan. Op 21 december gaan de dagen alweer lengen. Jammer.