MariaGoos-foto-Mieke-Meesen
De Groene Amsterdammer 18 november 2015

Maria Goos en Andrew Haigh verbeelden het gebroken huwelijk

Wanneer zijn we opgehouden met zoenen?


In de tv-serie Volgens Jacqueline van Maria Goos en in de film 45 Years van Andrew Haigh worden de levens van langgetrouwden opgeschud. Dat brengt ons bij James Salter: kan iets wat mooi was met terugwerkende kracht lelijk zijn?

door: Marja Pruis

Philip trouwt met Adèle op een dag in juni. Het is bewolkt en het waait. Later breekt de zon door. Het is al weer een poosje geleden sinds Adèle’s laatste huwelijk en ze gaat in het wit: witte pumps met een lage hak, een lange, witte rok die strak om haar heupen sluit, een doorzichtige, witte bloes met eronder een witte bh, en om haar hals een streng zoetwaterparels. Ze trouwen in haar huis, het huis dat ze bij haar scheiding heeft gekregen. Al haar vrienden en vriendinnen zijn er. Ze gelooft heilig in vriendschap. De kamer is afgeladen vol.

Zo begint het verhaal Komeet van James Salter. Een omineus begin met al dat wit, en dat voor een bruid die al minstens één keer gescheiden is. Salter laat in een luttele tien pagina’s een huwelijksdrama tot duistere wasdom komen. Van meet af aan staat de boel op scherp. Het drinken en lachen van de bruid tijdens de receptie. Zoals ze met haar ‘lange showgirlnagels’ over haar blote armen krabt. De bewonderende blikken van haar nieuwbakken echtgenoot, die haar handpalmen wel zou willen likken, ‘zoals een kalf zout’.

In drie alinea’s is de rolverdeling duidelijk, en het misverstand tussen de twee verse echtelieden nakende. Hij beziet haar als krachtig, mooi, zorgeloos, zij ziet in hem een marinier, een echte man, competent en rustig. En intelligent. Vanaf het begin is er iets ongelijkwaardigs, maar dat is er natuurlijk altijd. Wie is de meer liefhebbende? Het is niet helemaal duidelijk, maar de man lijkt het meest bereid tot inschikken: hij komt tussen haar meubels en haar boeken terecht, luistert naar haar verhalen, twee keer, drie keer, met name die over de heldhaftigheid van haar eerste man.

Na een paar jaar moeten de verwachtingen worden bijgesteld. Hij zit niet meer bij de marine, maar is een niet zo goed verdienende journalist. Zij heeft nog wel een mooi gezicht, maar ze is een beetje dik geworden (‘a more comfortable outline’, noemt Salter dat), misschien drinkt ze te veel. Er wordt niet meer gevreeën, maar geslapen – door hem – en naar films gekeken – door haar. Wegdromend bij de sterren op het doek die ook ouder worden, vraagt ze zich af wat ze was geweest, wat ze had gehad. ‘Ze had een ster kunnen zijn.’

En dan treedt de herfst in. Er is een etentje bij vrienden, zoals er altijd een etentje bij vrienden is. Het etentje is het 21ste-eeuwse literair topos waarbij een onderdrukt conflict tot uitbarsten komt, dankzij een onverwachte tafelrede of een ongenode gast. Van een van de stellen – hij een imbeciel, zij diens bedrukte echtgenote – klaagt de vrouw haar nood bij de andere vrouwen. Ze is er nog maar net achter gekomen dat haar man een verhouding heeft die al zeven jaar duurt, misschien is er zelfs een kind. ‘Jullie snappen dus waarom het een soort verademing voor me is om hier te komen’, zegt die vrouw. De andere echtgenotes leven met haar mee. En weten wat haar nu te doen staat: de voorafgaande zeven jaren grondig evalueren.

Waarom? vraagt Philip, de gewezen marinier. Wat valt er te evalueren?

De vrouwen geven hem ongeduldig antwoord. Het bedrog natuurlijk! Ze is al die tijd bedrogen. Zeven jaar lang!

Maar of het dan geen gelukkige tijd was, vraagt Philip, die ooit doorging voor rustig en competent. En intelligent.

En dan zegt Philip dit: ‘Die tijd hebben jullie in elk geval gehad. Dat kan niet worden teruggedraaid. Je kunt er niet zomaar iets ongelukkigs van maken.’

Deze uitspraak van Philip, hem in de mond gelegd door James Salter, is de kern van alles, in ieder geval van het drama van een stuklopend huwelijk. Misschien is het omgekeerde ook wel de essentie van een lang en levend huwelijk: het vermogen het geluk intact te houden. In de nieuwe televisieserie van Maria Goos, Volgens Jacqueline, wordt Jacqueline gedwongen haar dertigjarige huwelijk met Robert opnieuw te overzien. We hebben het toch goed gehad? vraagt ze zich af. Of niet? De verwarring op haar gezicht, het niet-willen-geloven dat wat zo lang het basisverhaal van haar bestaan was tot een einde lijkt te komen, is bijna te pijnlijk om aan te zien. Terwijl ze, zou de buitenstaander zeggen, dit toch al had kunnen zien aankomen. Het proces van ontbinding was immers al eerder in gang gezet. In Volgens Robert, dat twee jaar geleden op televisie te zien was, waren de eerste haarscheurtjes zichtbaar, al leek het er toen nog op dat dit ook het portret van een man en zijn midlifecrisis kon zijn.

Het is misschien niet de meest chique manier om iets te beschouwen, maar bij het kijken naar de nieuwste creatie van Maria Goos dringt de buitenliteraire werkelijkheid zich wel erg onontkoombaar op. Al kijkende tóen, naar Volgens Robert, dacht ik hoe geruststellend het is dat mensen kunst kunnen maken van hun ergste nachtmerries. Alsof het een vorm van duiveluitdrijving zou kunnen zijn. Volgens Robert was een huwelijksdrama verpakt als een comedy. Robert, gespeeld door Goos’ echtgenoot-sindsmensenheugenis Peter Blok, en Jacqueline, gespeeld door Jacqueline Blom, zijn zo’n 25 jaar samen als op een dag de rek eruit lijkt. De strijkplank gaat in tweeën, Jacqueline wordt in het gezicht geslagen. In zijn tijdelijk onderkomen raakt Robert reddeloos verliefd op zijn overbuurmeisje.

Zijn shrink, een rol van Tjitske Reidinga, zegt tegen hem: ‘Je verzet je in blinde paniek tegen het feit dat je maar één leven hebt.’

Jacqueline: ‘Áls je me dan verlaat, verlaat me dan voor een leuke vrouw.’

En: ‘Wanneer zijn we opgehouden met zoenen?’

Als hij op zijn schreden terug lijkt te willen keren: ‘Ik weet niet of ik wel oud met je wil worden.’

Ik stelde me Maria Goos en Peter Blok voor samen aan de keukentafel, lachend en begeesterd werkend aan het script; Volgens Robert was een coproductie. De linzensoep op het vuur, de chocoladetaart in de oven, want ’s avonds zou iedereen weer aanschuiven – de kinderen, de vrienden, de collega’s – om tot diep in de nacht te eten en te drinken. Was het niet in een oergezellig huis in Amsterdam-Oost, dan wel in een verwilderde tuin in Zuid-Frankrijk. Er worden mooie dingen bedacht en gemaakt, de hond moet worden uitgelaten, er wordt gelachen, liefde hangt te zegevieren in de lucht.

Nou ja, niet dus. Of misschien nog wel ten tijde ván, maar al snel na lancering kwam er een officieel perscommuniqué naar buiten: ‘We vinden elkaar niet zo leuk meer.’ Het huwelijk werd ontbonden, het huis verkocht, de shrink was er vandoor met haar cliënt, of andersom.

Het is niet alleen die wetenschap die van het kijken naar Volgens Jacqueline een andere beleving maakt. Ik heb nog maar een paar afleveringen kunnen bekijken, maar alleen al het feit dat ik geen idee heb hoe het verhaal zich zal ontwikkelen zegt iets over het minder voorspelbare karakter van de verlaten vrouw. Misschien ook wel het minder komische: er bestaat geen karikatuur van haar zoals die er wel is van de man in de herfst van zijn leven. De shrink kan tegen hem zeggen dat hij maar één leven heeft, de praktijk is dat de man in ieder geval heel lang kan volhouden dat hij méér dan dat ene leven heeft. De motor, de gekleurde broek, de hoodie, het baardje… Lachwekkende attributen misschien, maar aan het einde van die gang staat daar dan toch altijd wel een vrouw – of in het geval van Robert, en in de woorden van Jacqueline, ‘een volstrekt krankzinnig wezen dat nog maar amper kan lopen’ – die zich geklemd tegen zijn doktersborst staande houdt.

De openingsscène van Volgens Jacqueline is in die zin veelzeggend: een vrouw die in een strakke polkadotjurk, uitzicht biedend op de bekende Marlies Dekkers-bh-bandjes, thuis kotsend boven de wc-pot hangt. Ja, ze zou de teugels eens laten vieren. Gênanter had het niet kunnen uitpakken. Opgedoft, en duidelijk onwennig op haar hakken, had ze ten overstaan van een oude vriendin de ene tequila na de andere achterover geslagen. De confrontatie met man, kinderen en vrienden op een terras was catastrofaal geëindigd toen zij in een dronken, kwaaie speech over hun huwelijk was uitgebarsten. Robert probeerde haar tot kalmte te manen en in een taxi af te laten voeren. Ze werd gered door de morgenster die het allemaal had aangezien, en haar in zijn bakfiets een lift naar huis gaf.

‘Een man houdt ook van zijn vrouw als ze straalbezopen is’, zegt hij tegen haar. Maar houdt Robert dan niet meer van haar?

Maria Goos trekt er acht afleveringen voor uit om Jacqueline tot ongetwijfeld diepere inzichten te brengen, die troost betekenen, verzoening misschien zelfs, maar tot die tijd lijkt Jacqueline gedoemd om achter de feiten aan te struikelen. Robert heeft bedacht, na zijn avontuur met het volstrekt krankzinnige veulentje, dat ze ‘een doorstart’ van hun huwelijk kunnen maken, mits ze een nieuw avontuur aangaan. De vertrouwde huisartsenpraktijk in een slaperige buitenwijk moet worden ingeruild voor de gevaarlijkere zorgpost midden in de stad, waar de écht behoeftigen zich stinkend, onverzekerd en illegaal in de wachtkamer opeenhopen. Om ze te kunnen helpen moet er creatief worden omgegaan met de medicijnen, de administratie, de medische gegevens. ‘Je vraagt me te frauderen?’ vraagt Jacqueline verbijsterd aan Robert. Voor haar was samen oud worden het grootst denkbare avontuur, maar Robert vindt haar ‘tuttig’, wil onder ‘de stolp’ uit, wil niet meer de man zijn die zij van hem heeft gemaakt, een gedomesticeerde sukkel die geen groter genoegen kent dan toastjes met een zelfgemaakte smurrie te presenteren. Jacqueline: ‘Ik weet niet meer wie jij bent.’ Robert: ‘Ik ook niet. Ik ben van mezelf bevrijd.’

Iemand, was het de morgenster?, zegt in een van de eerste afleveringen tegen Jacqueline dat ze haar zegeningen moet tellen. ‘Er is dertig jaar van jou gehouden. Dertig jaar huwelijk. Omarm het.’ ‘Maar het is voorbij’, zegt Jacqueline. Waarmee we terug zijn bij Salter. Kan iets met terugwerkende kracht, in de wetenschap van de afloop, minder waardevol worden? Kan de beleving van een gelukkig huwelijk na zoveel jaren onderuit worden gehaald als de bel gaat, en een onverwachte gast zich aandient? IN 45 YEARS, de nieuwe film van de Engelse regisseur Andrew Haigh, is het een brief die de levens van langgetrouwden Kate en Geoff opschudt. Het ene moment is Kate nog aan het lopen met de hond in zo’n typisch nooit veranderend en daarom altijd geruststellend Engels landschap, het andere moment zit ze aan te kijken tegen een echtgenoot die na jaren weer een sigaret opsteekt. Wat stond er dan in de brief die hij die ochtend ontving van de Zwitserse autoriteiten? Na vijftig jaar is vanonder het ijs het lichaam te voorschijn gekomen van zijn toenmalige vriendin Katya, die bij een bergwandeling in een ravijn was gevallen. Geoff leest het bericht in toenemende staat van ontreddering, gadegeslagen door Kate. Als hij het haar vertelt, ontglipt hem iets dat Kate niet meer zal vergeten (denk ik). Hij heeft het over ‘my Katya’.

Ik heb je toch over haar verteld? vraagt hij iets later aan haar.

Ja ja, ze wist dat er ooit een Katya was, heel vroeger, nog van voor haar tijd.

Het is de week van de voorbereidingen van hun 45-jarig huwelijksfeest; vijf jaar eerder moest Geoff herstellen van een bypass-operatie. De muziek moet worden bepaald, het eten, de aankleding, maar ’s nachts ligt het bijna-gouden bruidspaar wakker van andere zaken. Geoff, een breekbare rol van Tom Courtenay, beklimt het laddertje naar zolder, waar hij kennelijk oude foto’s aan het bekijken is. Het perspectief van de film ligt bij Kate, gespeeld door Charlotte Rampling. Alles is op haar gezicht te zien, alsof er langzaam, heel langzaam, kratertjes ontstaan in een ijsberg, de boel aan het stromen slaat. ‘Laat me één foto zien’, roept ze op een zeker moment onder aan het trappetje naar boven. Er wordt een foto aangereikt vanuit het trapgat, we zien niet wat zij ziet, zien alleen hoe zij die foto met haar ogen opeet en doorslikt, om hem dan met de beeltenis naar beneden terug te leggen op een traptree.

In weer een doorwaakte nacht, als hij terugkeert van zijn gespook op zolder, stelt ze hem de hamvraag: ‘Als ze niet was verongelukt, was je dan met haar getrouwd?’

‘Ja’, antwoordt hij rustig. ‘Ja, dan was ik denk ik wel met haar getrouwd.’

Het is geen vernietigende mededeling, het is een nuchter antwoord dat in de buurt van de waarheid zal komen, maar hij heeft een vernietigend effect op Kate. Als ze eenmaal zelf de stap heeft genomen om in zijn afwezigheid het trappetje naar de zolder te beklimmen, en net als hij klaarblijkelijk de diaprojector aan te zetten om de beelden van hem en zijn Katya in de bergen te kunnen zien, komt ze meer te weten dan haar lief is. Het geklik van de dia’s is het onheilspellende geluid waarmee de film ook begint, het is het tikken van een tijdbom, iets komt dichter- en dichterbij. Het voorgoed voorbij zijn van vanzelfsprekende intimiteit wordt genadeloos zichtbaar gemaakt door Kate op een nauw afgetimmerd zoldertje te zien schutteren met een projector en een laken als een geïmproviseerd projectiescherm, om naar iets te kijken waar ze part noch deel aan heeft.

We komen niet zo veel te weten van dit huwelijk, behalve dat het er comfortabel en harmonieus uitziet, met die hond, het huis, de vrienden, het aan weinig woorden genoeg hebben. Maar tegen de dode geliefde lijkt Kate het in haar hoofd af te leggen. Alles krijgt een andere betekenis, alles moet worden herzien: de muziek die herinnert aan hun beginjaren, de honden die ze samen hebben versleten, ooit was het alles en nu is het armoede. B-garnituur. ALS IN HET VERHAAL Komeet van James Salter de competente Philip rustig tegen de verontwaardigde vrouwen zegt dat je een gelukkige tijd niet zomaar kunt terugdraaien, en dat trouwbeloftes iedere dag worden gebroken, komt hem dat nog duur te staan. Ietsje later op de avond vertelt zijn vrouw Adèle aan iedereen die het maar wil horen dat hij ooit zijn vrouw en kinderen in de steek heeft gelaten voor een twintigjarige. Dit moet zich dus hebben afgespeeld voordat zij überhaupt in het vizier kwam, en toch is zijn vroegere buitenechtelijke gedrag voor haar vanavond steen des aanstoots.

‘Hij heeft haar in de steek gelaten. Onze Don Juan.’

Waarom komt ze hier nu mee? Is ze bang dat haar hetzelfde gaat overkomen, nu hij misschien al een tijdje er niet meer zo op gebrand is om haar handpalmen te likken?

Je zou kunnen zeggen dat een huwelijk werkt zolang beide partijen het idee in stand houden: jij bent het, jij alleen, voor altijd en altijd. Maar als in 45 Years Geoff op het huwelijksfeest zijn Kate toespreekt, en een poging doet haar te vertellen wat zij voor hem betekent, lijkt de magie voor Kate uitgewerkt. Geliefden willen nóg iets van elkaar, en dat is elkaars enige verhaal zijn. Er mag geen subtekst meelopen. En liever is er ook geen voorgeschiedenis, wordt er telkens opnieuw in bezwerend wit getrouwd.



Volgens Jacqueline, van Maria Goos, is iedere maandagavond te zien op NPO 2, om 21.25 uur. 45 Years, van Andrew Haigh, draait nu in de bioscoop.